planner voor het basisonderwijs
Taakberekening PO

Algemene toelichting inroostering les- en arbeidsuren

Met de werkverdelingsplanner Taakberekening-PO kun je de les- en arbeidsuren en alle activiteiten binnen de taakonderdelen duurzame inzetbaarheid, professionalisering en overige taken van elk teamlid eenvoudig en transparant inroosteren en inplannen. De ondersteuning die de planner tijdens het werkverdelingsoverleg middels handige overzichten biedt en de heldere overzichten van de beoogde en gemaakte taakverdeling en inroostering, dragen bij aan een soepel werkverdelingsoverleg en een prettige en professionele werksfeer.

Hieronder worden deze planner en de delen uit de CAO-PO die daarmee samenhangen in het kort besproken. Bij elk onderdeel staan links naar meer informatie. Aanbevolen wordt deze toelichting eerst in zijn geheel te lezen en pas daarna kennis te nemen van de uitgebreidere toelichtingen via de links.

De planner en de CAO-PO

 

Om de planner Taakberekening-PO succesvol te kunnen gebruiken, is het noodzakelijk kennis te hebben van de basisprincipes van de inroostering van de les- en arbeidsuren in het PO en de onderdelen uit de laatste CAO-PO die hierop betrekking hebben.

Bij een juiste invulling van de planner Taakberekening-PO worden jaartaken en de 5 onderdelen daarvan, de inroostering van de les- en arbeidsuren en de urenberekening bij ingeplande activiteiten exact en transparant berekend. De interpretatie van de inroosterresultaten echter is mensenwerk en moet gebeuren met inachtneming van de regels en uitgangspunten zoals beschreven in de nieuwste CAO-PO.

Hieronder worden die regels en uitgangspunten kort beschreven en hoe je deze in de planner kunt toepassen met inachtneming van eventuele nadere afspraken hierover op school- of bestuursniveau.

De aanstelling en jaartaak

De aanstelling en de werktijdfactor

De aanstelling van een teamlid OP en OOP gebeurt in hele uren met een minimale omvang van 8 uur en een maximale omvang van 40 uur (voltijder) per week. De werktijdfactor wordt berekend door de aanstellingsuren te delen door 40. Hierdoor telt de wtf van een nieuwe aanstelling nooit meer dan drie cijfers achter de komma.

De 40-urige werkweek is geen factor meer bij de werkverdeling

Vóór 2018 mocht een teamlid wekelijks niet langer werken of worden ingeroosterd dan zijn of haar aanstelling. Gebeurde dit toch dan ontstond ‘overwerk’ dat in vrije tijd of geld gecompenseerd moest worden. Per 1-8-2019 is dit niet meer aan de orde. Dit betekent concreet dat een teamlid wekelijks korter of langer kan worden ingeroosterd of werken dan zijn aanstellingsomvang en dat het aantal te werken uren naar gelang van de werkzaamheden in de praktijk wekelijks kan variëren.

De jaartaak

Dat bij de werkverdeling de 40-urige werkweek geen factor meer is, betekent uiteraard niet dat het wekelijks aantal in te roosteren of te werken uren onbegrensd is, want het jaartotaal van alle ingeroosterde arbeidsuren moet in principe binnen de jaartaak blijven.

De jaartaak is bij een aanstelling van 40 uur (wtf 1,0) 1659 uur en bij deeltijders naar rato van de aanstelling (wtf x 1659).

De 5 onderdelen van de jaartaak (OP)

De jaartaak bestaat uit 5 onderdelen (de genoemde uren bij wtf 1,0):

  1. Het budget duurzame inzetbaarheid: uren afhankelijk van salarisnummer, leeftijd of overgangsregeling;
  2. Het budget professionalisering: 83 uur;
  3. De ingeroosterde lestaak: het aantal ingeroosterde lesuren (max. 940 uur);
  4. Het voor- en nawerk: afhankelijk het aantal ingeroosterde lesuren en de opslagfactor*);
  5. De overige taken: wat na aftrek van de 4 bovenstaande taakonderdelen resteert.

*) De in de CAO-PO beschreven regels betreffende de vaststelling van de uren voor het voor- en nawerk en de overige taken zijn onuitvoerbaar, waardoor in de planner de opslagfactor gehandhaafd blijft.

LEES MEER
Hoe bereken je de uren voor het voor- en nawerk en de overige taken?
De opbouw van de jaartaak

 

Berekeningsperiode

De periode waarover de planner de ingeroosterde les- en arbeidsuren berekent

Ieder schooljaar telt door de verschuivende zomervakantie een verschillend aantal lesweken. Door de ingeroosterde les- en arbeidsuren te berekenen over de periode van 1 oktober t/m 30 september, wordt deze fluctuatie opgeheven en uitgegaan van de gemiddelde lengte van het schooljaar. Alle vakanties vallen dan in hun geheel binnen deze periode. Incidentele roosterafwijkingen aan het begin van het schooljaar in augustus en september (zoals bijv. studiedagen), worden wél in de berekening van het berekeningsjaar meegenomen.

De gemiddelde lengte van het schooljaar in schoolweken is afhankelijk van het lesrooster, de vakanties, studiedagen en overige lesvrije dagen en is dus voor elke school verschillend, maar voor de meeste scholen levert dit een schooljaar van 39 á 40 schoolweken op.

LEES MEER
Over welke periode berekent de planner de ingeroosterde uren?

 

De inroostering van de arbeidsuren

Wat is de zin van het inroosteren van de arbeidsuren?

Om ervoor te zorgen dat de jaartaak van elk teamlid niet wordt overschreden, is het noodzakelijk deze volgens een door de school zelf te bepalen wekelijks schema in te roosteren. Dit schema is uiteraard in hoge mate theoretisch, want zoals hierboven al gezegd, zal de  arbeidsduur in de praktijk wekelijks verschillen omdat een school nu eenmaal geen sigarenfabriek met een prikklok is. De vraag rijst dus of het inroosteren van de arbeidsuren gezien het abstracte karakter daarvan eigenlijk wel zin heeft.

 

De verdeling van de arbeidsuren over de taakonderdelen maakt de werkdruk inzichtelijk en bespreekbaar

Bij de beoordeling van de zin van de inroostering van de arbeidsuren moet bedacht worden dat de jaartaak en de verdeling daarvan in de 5 onderdelen, een model is waarmee geprobeerd wordt de tijdsduur die de verschillende werkzaamheden en activiteiten vergen, af te zetten tegen de tijd die daar binnen de jaartaak van elk teamlid voor beschikbaar is. Vanzelfsprekend gaat het daarbij om gemiddelden, want niet iedereen zal eenzelfde taak binnen dezelfde tijd uitvoeren.

 

Niet álle uren van de verschillende taakonderdelen behoeven te worden ingepland met activiteiten

Dit betekent overigens niet dat bij elk teamlid elk jaartaakonderdeel van tevoren volledig met activiteiten moet worden ingevuld. Over de besteding van de budgetten duurzame inzetbaarheid (voor zover dit niet als verlof wordt opgenomen) en professionalisering, kunnen vóór de aanvang van het nieuwe schooljaar afspraken worden gemaakt, maar er kan ook gekozen worden voor een verantwoording achteraf. De uren voor de lestaak kunnen als enige binnen de jaartaak heel concreet worden ingeroosterd en ook over de besteding van de uren voor het voor- en nawerk behoeven geen nadere afspraken te worden gemaakt. De overige taken tenslotte worden zo evenwichtig mogelijk over het team verdeeld, waarbij het van belang is dat de (geschatte) tijd die daarmee gemoeid is bij elk teamlid binnen de daarvoor beschikbare uren blijft. Ook de uren van dit laatste taakonderdeel kunnen van te voren beter niet geheel worden volgepland met activiteiten, want er doen zich gedurende het schooljaar meestal nog wel een aantal onverwachte extra werkzaamheden voor.

De arbeidsuren en de verdeling daarvan over de diverse taakonderdelen mag theoretisch zijn, de inroostering ervan is juist heel concreet

Zoals hierboven aangestipt is de verdeling van de arbeidsuren over de diverse taakonderdelen nogal abstract van aard. Dit geldt echter in het geheel niet voor de ingeroosterde arbeidsuren. Elke ingeroosterde arbeidsdag betekent immers dat het teamlid die dag op tijd moet opstaan en zich naar school moet begeven om daar een groot deel van de dag door te brengen, en daar is dus helemaal niets abstracts aan!

 

Minder ingeroosterde arbeidsuren dan het aantal arbeidsuren volgens de aanstelling heeft geen invloed op de berekende jaartaak

Op basis van de aanstelling en de ingeroosterde lesuren berekent de planner volgens de CAO-regels en de gemaakte afspraak over de opslagfactor, altijd het juiste aantal uren voor elk jaartaakonderdeel. Het totaal van de jaartaakonderdelen is, ingeroosterd of niet, daarom altijd precies het aantal arbeidsuren volgens de aanstelling (1659 uur bij wtf 1,0).

Wie minder arbeidsuren is ingeroosterd dan zijn jaartaak heeft daardoor dus geen kleinere jaartaak gekregen, want het aantal te werken uren zoals deze over de taakonderdelen verdeeld zijn, staat los van de inroostering hiervan.

 

Voltijders kunnen tijdens de schoolweken nooit volledig worden ingeroosterd

Bij voltijders is bij een 40-urige werkweek een volledige inroostering tijdens de schoolweken sowieso onmogelijk. Zij zullen altijd een aantal niet ingeroosterde arbeidsuren overhouden. Dit is natuurlijk geen enkel probleem, want hun jaartaak met alle daarbinnen geplande taken en activiteiten blijft, zoals hierboven toegelicht, onveranderd 1659 uur, en het enige wat daarbij van belang is, is dat de afgesproken taken zoals vastgelegd op het jaartaakoverzicht goed worden uitgevoerd!

 

Ook deeltijders houden op basis van hun vaste werkdagen meestal een aantal arbeidsuren over

En mutatis mutandis geldt dit laatste ook voor deeltijders. Ook hun arbeidsuren zullen in veel gevallen op basis van hun vaste werkdagen niet geheel worden ingeroosterd. Wanneer het verschil niet al te groot is kan dit net als bij de voltijders zo worden gelaten, want ook voor hen geldt dat het aantal uren voor elk jaartaakonderdeel altijd juist is berekend en de uitvoering van de op het jaartaakoverzicht vastgelegde afspraken veel belangrijker is dan de vraag of hun arbeidsuren op papier wel allemaal zijn ingeroosterd!

Alleen wanneer zij naast veel arbeidsuren nog een aanzienlijk aantal te geven lesuren overhouden kan er, zeker wanneer dit nodig is om de formatie ‘rond’ te krijgen, voor worden gekozen om bij hen in overleg buiten de vaste werkdagen nog een aantal extra lesdagen in te roosteren.

 

Iedereen in dezelfde mate inroosteren als de voltijders

Bij 39 á 40 schoolweken zal de arbeidsduur van voltijders (inclusief enkele extra ingeroosterde dagen in de zomervakantie) voor ongeveer 96% kunnen worden ingeroosterd. Zoals hierboven al gezegd zijn ingeroosterde arbeidsuren niet abstract, maar concreet. Uit een oogpunt van gelijke behandeling valt er daarom iets voor te zeggen dat ook alle deeltijders in gelijke mate worden ingeroosterd als de voltijders op die school. Bedenk hierbij dat het iets minder inroosteren van de arbeidsuren niets verandert aan het te werken aantal uren volgens de berekende jaartaak. Het betekent alleen dat iets meer uren niet plaats- en tijdgebonden gewerkt worden!

Wanneer je hier gebruik van wil maken, vul je op het eerste werkblad Lesurenberekening in rubriek F (zie hierboven) het inroosterpercentage van een voltijder op je school in (let op, dit kan elk jaar iets verschillen!).

Bovenstaande deeltijder is volgens de vaste werkdagen 66 uur minder ingeroosterd dan het aantal arbeidsuren volgens de aanstelling. Het inroosterpercentage is 92,0 %. Ernaast is te zien dat wanneer deze deeltijder verhoudingsgewijs evenveel wordt ingeroosterd als een voltijder deze 800 uur zou moeten worden ingeroosterd.

Er werden 36 arbeidsuren extra ingeroosterd, zodat deze deeltijder nu verhoudingsgewijs even lang is ingeroosterd als een voltijder op deze school.

Je kunt er overigens zowel bij de ingeroosterde lesuren als de ingeroosterde arbeidsuren zelf voor kiezen of je het inroosterpercentage op de teamlidbladen zichtbaar wilt laten zijn. Zie hieronder een voorbeeld van de rubriek H en I op het teamlidblad, waarbij gekozen is om de inroosterdetails bij de arbeidsduur niet te tonen, maar bij de ingeroosterde lestaak wél.

 

Verlofberekening is altijd gebaseerd op de arbeidsuren

Een ander argument om de ingeroosterde arbeidsuren wél te brekenen, vormt de berekening van de diverse verloven. Bij het verlof duurzame inzetbaarheid, maar ook bij het ouderschapsverlof en overige verloven, wordt de omvang van het verlof altijd berekend in arbeidsuren, en om uit te kunnen rekenen hoeveel verlofuren worden opgenomen, is het dus noodzakelijk hierbij van een verdelingsschema van de arbeidsuren over de weekdagen uit te gaan.

 

Het verdelingsschema van de 40-urige werkweek

De verdeling van de arbeidsuren over de weekdagen en desgewenst de dagdelen, vul je in rubriek I in op het eerste werkblad Lesurenverdeling. Het is formatief gezien voordelig om deze verdeling in verhouding tot de lesurenverdeling te doen. Bij 5 gelijke lesdagen wordt dan gekozen voor 5 x 8:00 uur, maar bij een kortere leswoensdag levert een verdeling van 4 x 8:30 uur en 1 x 6:00 uur formatief gezien meer rendement op.
 

De aanstellingsuren in vergelijking tot het verdelingsschema

Het gekozen schema hoeft niet gelijk te zijn aan een eventueel in gebruik zijnd schema voor de bepaling van het aantal aanstellingsuren bij een bepaald aantal werkdagen. Dit is namelijk mede afhankelijk van eventuele afspraken over de maximale lestaak. Bij een maximale lestaak van 940 uur zal een aanstelling van 8 uur voor één dag in veel gevallen onvoldoende lesuren opleveren voor een heel schooljaar. Er kan dan gekozen worden voor een aanstelling van 9 uur en bij een aanstelling van 2 dagen voor 17 uur, enz.. 

Wanneer er echter met het team afspraken over een hoger maximum van de lestaak zijn gemaakt, valt de berekening anders uit en levert een aanstelling van 8 of 16 uur wellicht wél voldoende lesuren op voor een heel schooljaar. Met behulp van de planner is het na volledige invulling van het eerste werkblad (Lesurenberekening) heel eenvoudig met een proefinroostering te zien welke aanstelling het beste past bij de beoogde werkdagen van een vacature.

LEES MEER
Wat doe je met de meer of minder ingeroosterde les- en arbeidsuren?
Weergave op het teamlidblad van de meer of minder ingeroosterde uren
Hoe verdeel je de arbeidsuren over de weekdagen?

De aanwezigheidsuren van het team

In hun toelichting op het werkverdelingsplan betreuren de PO-raad en de vakorganisaties het, dat op veel scholen vrijwel de gehele arbeidsduur binnen de schoolmuren moet worden doorgebracht. Zij stellen dat dat nooit de bedoeling is geweest en dat deze inperking botst met de professionaliteit van de leerkrachten om zelf te kunnen bepalen waaren wanneer zij hun werkzaamheden verrichten. Wellicht moeten de PO-raad en de vakorganisaties hierbij ook een hand in eigen boezem steken, want hun onwerkbare eisen in de CAO-PO 2014 over de nauwe begrenzing van de 40-urige werkweek en het (dure) overwerk dat daardoor dreigde te ontstaan, heeft zeker bijgedragen aan deze stringente interpretatie van de 40-urige werkweek.

 

Het team bepaalt zelf de aanwezigheidsuren

Per 1-8-2019 maakt het team nu binnen het werkverdelingsplan zélf afspraken over de tijd die het OP buiten de lestijd minimaal aanwezig is. Deze aanwezigheidstijd kan zich beperken tot de tijd die minimaal nodig is voor incidenteel kortstondig intern overleg en contact met ouders direct vóór en ná de lestijd. De teamleden hebben verder zelf de verantwoordelijkheid over waar en wanneer zij hun taken verrichten.

 

De aanwezigheidstijden moeten voldoende ruimte laten voor activiteiten buiten de werkdagen of in de avonduren

Omdat veel activiteiten, zoals het bijwonen van vergaderingen, ouderavonden, contactavonden en feestavonden grotendeels buiten deze aanwezigheidstijden plaats vinden, is het noodzakelijk de aanwezigheidstijden zo te kiezen dat er voor al deze bovengenoemde activiteiten zowel bij voltijders als deeltijders gemiddeld genomen op jaarbasis voldoende arbeidsuren overblijven.

 

De inroostering van de lesuren

De lestaak is een onderdeel van de jaartaak. Wanneer er bij een leerkracht minder lesuren zijn ingeroosterd dan de maximale lestaak volgens de aanstelling, worden er ook minder uren berekend voor het voor- en nawerk en blijven er dus méér uren over voor de overige taken. De minder ingeroosterde lesuren worden in de taakberekening dus automatisch gecompenseerd door meer uren voor de overige taken te berekenen. Lesuren buiten de vaste werkdagen extra inroosteren is dus alleen nodig wanneer dit om de formatie rond te krijgen noodzakelijk is of wanneer er erg veel lesuren overblijven (zie bij verlofopnemers hieronder).

Wanneer bij een leerkracht op de vaste werkdagen méér lesuren zijn ingeroosterd dan de maximale lestaak, kan worden overlegd of er lesuren worden uitgeroosterd of dat dit zo wordt gelaten. Net als bij minder ingeroosterde lesuren dan de maximale lestaak, worden méér ingeroosterde lesuren gecompenseerd door minder uren voor de overige taken, want wanneer méér lesuren zijn ingeroosterd worden er ook méér uren voor het voor- en nawerk berekend en blijven er dus mínder uren over voor de overige taken.

Het méér of mínder lesuren inroosteren dan de maximale lestaak heeft dus geen invloed op de jaartaak als geheel!

 

Ambulante uren

Bij leerkrachten die deels of geheel ambulant zijn, worden volgens het hierboven beschreven algoritme alle niet ingeroosterde lesuren (plus de bijbehorende uren voor het voor- en nawerk) bij de overige taken gevoegd. Op de tweede pagina van het teamlidblad kunnen deze uren desgewenst worden verdeeld over de uren voor de ambulante functietaken en de overige taken.

Vanaf versie 5.10.x zijn na het opslaan de inroosterresultaten en de ingeroosterde jaartaak onmiddellijk te zien in de blauwe vakken rechts op het invoerscherm. Dit is vooral handig om snel de gevolgen van een wijziging in de aanstelling (wtf) of een verlofopname te beoordelen.

LEES MEER
Leerkrachten met geen of deels lesgevende taken

De planner aanpassen aan de eigen afspraken

Wanneer op een school met het team een andere maximale lestaak wordt afgesproken vul je dat nieuwe maximum in rubriek F (settings) in op het eerste werkblad. In die rubriek vul je ook de gekozen opslagfactor voor het voor- en nawerk in en, als je daar gebruik van wilt maken, het inroosterpercentage van de voltijders.

Onderscheid OP en OOP

Bij de inroostering van het OOP maken we in de planner onderscheid tussen het OOP mét lesondersteunende taken en het OOP zónder die taken. Bij de eerste groep denken we aan een lerarenondersteuner, onderwijs- of klassenassistent en bij de andere groep aan een administratief medewerker of een conciërge.

Het OOP mét lesondersteunende taken

Het OOP mét lesondersteunende taken wordt op dezelfde manier ingeroosterd als het OP. Alhoewel zij werken onder verantwoordelijkheid van het OP, verschillen hun werkzaamheden niet wezenlijk van het OP. Zij werken tijdens de lestijd in of buiten de groep met kinderen, zij moeten deze activiteiten voorbereiden en verwerken, zij nemen deel aan de verdeling van de overige taken en hun aanwezigheidstijden zullen hetzelfde zijn als van het OP. Hun jaartaak bestaat dus net als bij het OP uit de bovengenoemde 5 taakonderdelen. In de planner wordt dit OOP dan ook bij het OP, dus bij de eerste 100 teamleden opgenomen. Om op het Formatieoverzicht en het werkblad Groepsverdeling het verschil te kunnen zien tussen het OP en OOP, worden de lesdagdelen van dit OOP op het invoerformulier in de middelste kolommen aangeklikt.
 
 

Het OOP zónder lesondersteunende taken

Bij het OOP zonder lesondersteunende taken onderscheidt de planner 3 taakonderdelen: de uren voor de duurzame inzetbaarheid, de professionalisering en de werkzaamheden. Het taakonderdeel overige taken ontbreekt, omdat bij hen het maken van onderscheid tussen de werkzaamheden en de overige taken geen zin heeft.

Het OOP zonder lesondersteunende taken wordt ingeroosterd bij de teamleden 101 t/m 120. Het invoerformulier is afwijkend van die van het OP.

 

Bij de inroostering van het OOP zónder lesondersteunende taken kan voor 2 inroosterwijzen worden gekozen:

1.      Alle uren van de jaartaak worden ingeroosterd;

2.      Alleen de uren voor de werkzaamheden worden ingeroosterd.

Bij inroosterwijze 1 vallen de uren voor de duurzame inzetbaarheid en professionalisering dus net als bij het OP bínnen de ingeroosterde uren en bij inroosterwijze 2 daarbuiten. 

Het voordeel van inroosterwijze 2 is dat het dan voor alle partijen duidelijk is dat de ingeroosterde uren de werkuren zijn waarop dit OOP op school aanwezig is om de werkzaamheden uit te voeren. De uren voor de duurzame inzetbaarheid (tenzij als verlof opgenomen) en de professionalisering worden dan buiten de ingeroosterde werkuren in de loop van het schooljaar naar eigen inzicht ingevuld. Eventuele afspraken hierover kunnen net als bij het OP worden vastgelegd op de activiteitenlijstjes op de tweede pagina van het teamlidblad.

In dit voorbeeld zijn alleen de uren voor de werkzaamheden ingeroosterd

LEES MEER
Indeling OP en OOP
Taakberekening OOP zonder lesondersteunende taken

Verlofopnemers duurzame inzetbaarheid

Na opname van een verlof duurzame inzetbaarheid zal de resterende arbeidsuur en lestijd niet aansluiten bij een aantal vaste werkdagen gedurende een heel jaar. Er zullen bij hen dus vaak nog een aantal werkdagen uit- of ingeroosterd moeten worden. Vooral bij verlofopnemers is het van belang om bij de inroostering van de arbeidsuren uit te gaan van het inroosterpercentage van de voltijder! Lees daar hier meer over.

 

Aan de slag!

Na lezing van bovenstaande kun je aan de slag gaan met de planner. Op elk werkblad vind je aan de rechterkant, maar ook op het werkblad zelf (in de cellen met rode driehoekjes) uitgebreide toelichtingen.

Op het eerste teamlidblad OP en OOP staat hier en daar een informatie-icoon dat je doorlinkt naar achtergrondinformatie op deze website.

In de handleiding (Quick start) en op deze website (Vragen) tenslotte, vind je het antwoord op zowel technische als inhoudelijke vragen en handige tips & tricks die het invullen en afdrukken van de planner aanzienlijk kunnen versnellen.

TaakberekeningPO gebruikt alleen cookies voor statistische gegevens over het websitebezoek