planner voor het basisonderwijs
Taakberekening PO

Verlofberekening

Op deze pagina bespreken we het verlof duurzame inzetbaarheid, het ouderschapsverlof, het overig verlof en het verlof lerarenbeurs.

De verlofberekening in TaakberekeningPO

 

Alleen de arbeidsuren van een verlof tellen

Sinds 2014 wordt elk verlof in arbeidsuren afgeschreven van de jaarlijkse arbeidsduur. Met uitzondering van het verlof duurzame inzetbaarheid, is een verlof niet gerelateerd aan een bepaald aantal lesuren. Hoeveel lesuren een verlof bevat, hoeft dus niet te worden berekend en is verder ook niet relevant: bij een leerkracht die verlof neemt op lesdagen bevat het verlof veel lesuren, en bij een leerkracht die op ambulante dagen verlof opneemt bevat het nul lesuren.

 

Een verlof betreft in de meeste gevallen slechts een deel van het schooljaar

Met uitzondering van een verlof duurzame inzetbaarheid en het verlof lerarenbeurs (zie onderaan), bestrijkt een ouderschapsverlof of overig verlof in de meeste gevallen slechts een deel van het schooljaar, en omdat de jaartaakberekening is gebaseerd op de wekelijkse inroostering gedurende het gehele schooljaar, zoals ingevuld in rubriek A, kan het ouderschaps- en overig verlof daarom niet rechtstreeks in de jaartaakberekening op het teamlidblad worden verwerkt. Voor het ouderschaps- en overig verlof is er daarom een apart werkblad waarop je heel overzichtelijk het aantal op te nemen verlofuren kunt berekenen en waarbij je wanneer het een ouderschapsverlof betreft, ook een overzicht hebt van het aantal beschikbare en opgenomen betaalde en onbetaalde verlofuren.

Het berekend aantal verlofuren van een ouderschaps- of overig verlof vul je vervolgens in op het teamlidblad (rubriek J), waarna de vermindering van het aantal uren voor de professionalisering, duurzame inzetbaarheid en overige taken automatisch wordt berekend en aangepast (door de verlofopname wordt immers de jaarlijkse arbeidsduur kleiner, waardoor ook bovengenoemde drie taakonderdelen naar verhouding kleiner worden (zie voorbeeld hieronder).

In bovenstaand voorbeeld is 391 uur ouderschapsverlof of overig verlof opgenomen. Na invulling hiervan onderaan rubriek J op het teamlidblad, wordt het kleiner aantal uren voor de duurzame inzetbaarheid, professionalisering en overige taken automatisch berekend en aangepast op de tweede pagina van het teamlidblad.

Het verlof duurzame inzetbaarheid

De nieuwe arbeidsduur en opbouw van de jaartaak na een opname verlof duurzame inzetbaarheid, wordt soms berekend door de werktijdfactor van het verlof af te trekken van de wtf volgens de aanstelling. Dit leidt echter tot een foute berekening (zie hieronder).

Omdat een verlofopname duurzame inzetbaarheid altijd, m.u.v. wellicht in het eerste jaar van opname, het gehele schooljaar betreft, is deze geïntegreerd in de jaartaakberekening op het teamlidblad. Dit betekent dat bij de inroostering vanaf de eerste werkweek wordt uitgegaan van de kortere jaarlijkse arbeidsduur na aftrek van de opgenomen verlofuren.

 

Het verlof lerarenbeurs

Omdat het verlof lerarenbeurs in de meeste gevallen het gehele schooljaar betreft, kan deze leerkracht bij uitzondering worden ingeroosterd op basis van een kleinere werktijdfactor. Onderaan lees je daarover meer.

 

De berekening van het lesgebonden deel van een verlof duurzame inzetbaarheid

 

Nieuwe berekeningswijze na 2014

Bij de voormalige BAPO-regeling gold een vaste verhouding tussen de arbeidsuren van het verlof en het lesgebonden deel daarvan: n.l. 340/208 (170/104). Sinds de CAO-PO 2014/2015 is dat niet meer het geval.

 In Art 8A.7 lid 6 (CAO-PO 2018) staat hierover het volgende:
 ‘Indien de werknemer kiest voor de inzet van de uren genoemd in het tweede lid en eventueel vierde lid voor verlof, kan de werknemer deze uren inzetten op een herkenbare wijze in dagdelen, met dien verstande dat voor de categorie OP en OOP met lesgebonden en/of behandeltaken de urenverdeling wordt gebaseerd op de verhouding lesuren, voor- en nawerk, lesgebonden en/of behandeltaken en overige taken. Deze bepaling is niet van toepassing indien op de school wordt gewerkt met het overlegmodel.’ 

Op een wat omslachtige manier staat hier dat het budget Professionalisering buiten het verlof valt. Het aantal uren Professionalisering binnen een jaartaak blijft dus ná de verlofopname even groot als vóór de opname.

De verlofuren moeten volgens het artikel verdeeld worden over de taakonderdelen: les- of behandeltaakgebonden uren, uren voor het voor- en nawerk (opslagfactor) en de overige taken, en wel in hun onderlinge verhouding.

Omdat de uren voor de Professionalisering niet tot het verlof behoren worden de verhoudingsgetallen van de nieuwe verdeelsleutel 940/1576 (1659-83=1576)

 

Een rekenvoorbeeld van een volledige verlofopname in overgangsregeling 2 bij een wtf 1,0:

  • Verlof duurzame inzetbaarheid bij wtf 1,0: 340 arbeidsuren
  • Berekening lesgebonden deel: 940/1576 x 340 = 203 uren
  • De nieuwe maximale lestaak na verlofopname wordt in dit voorbeeld dus afgerond 940 – 203 = 737 uur *)
  •  

*) Per 1-8-2019 is de maximale lestaak voor iedereen 940 uur waardoor het lesgebonden deel van het verlof van 201 naar 203 uur gaat. Wanneer bij een collectief afgesproken hoger maximum dit hogere maximum is ingevuld in rubriek F van het eerste werkblad (Lesurenberekening), wordt bij de berekening automatisch van dit hogere maximum uitgegaan.

 

De berekening van de nieuwe jaartaak gaat dan als volgt verder:

  • de opslagfactor wordt toegepast op de nieuwe lestaak;
  • de nieuwe arbeidsduur wordt daarna verminderd met de som van de lestaak, het voor- en nawerk en de (ongewijzigde) professionalisering. Het resterend aantal uren is bestemd voor de overige taken.

Uiteraard wordt dit in de planner allemaal vanzelf berekend

 

De berekening van een verlof duurzame inzetbaarheid in het eerste jaar van opname

Wanneer een teamlid OP en OOP de leeftijd van 57 jaar bereikt, krijgt deze naast het basisbudget van 40 uur, recht op het bijzonder budget van 130 uur. Dit recht gaat in op de 1e dag van de maand volgend op de maand waarin het teamlid 57 wordt. Hoe verwerk je dit in de taakberekening als de uren halverwege het schooljaar geheel of gedeeltelijk worden ingezet voor verlof?

Als bovenbedoelde ingangsdatum in de loop van het nieuwe schooljaar valt, zijn er 2 mogelijkheden:

 

Mogelijkheid 1: de extra verlofuren worden pas uitgeroosterd vanaf de ingangsdatum

In dit geval wordt het teamlid in eerste instantie dus gewoon ingeroosterd op basis van de taakberekening waarin alleen het basisbudget van 40 uur is opgenomen. Voorafgaande aan de datum waarop het teamlid recht krijgt op het bijzonder budget, wordt een nieuwe taakberekening gemaakt, waarbij dan op het invoerformulier bij de categorie duurzame inzetbaarheid de optie >57 jaar wordt gekozen. Op basis van de nu berekende nieuwe netto lestaak en arbeidsuren, rooster je vervolgens het teamlid opnieuw in. Deze nieuwe inroostering houdt in dat je op het invoerformulier de categorie >57 kiest, het aantal op te nemen verlofuren invult en de lesdag of het lesdagdeel wist waarop het verlof wordt opgenomen. Het teamlid werkt vervolgens vanaf de ingangsdatum volgens dit nieuwe rooster. In veel gevallen zal er dan op het teamlidblad in rubriek E of F nog een aantal lesdagen of lesdagdelen extra uit- of ingeroosterd moeten worden om het aantal ingeroosterde les- en arbeidsuren in overeenstemming met de kleinere netto arbeidsduur te brengen.

Aangezien ook die nieuwe berekening het hele schooljaar betreft, moet een eventueel resterend aantal nog extra in of uit te roosteren dagdelen in verhouding worden gebracht tot de periode van het nog resterende schooljaar. Dus wanneer er bijv. naast de vaste werkdagen over het gehele berekeningsjaar nog 60 arbeidsuren zouden moeten worden in- of uitgeroosterd en er nog 1/3e van het schooljaar te gaan is, worden er nog 20 arbeidsuren extra in- of uitgeroosterd. Hetzelfde geldt voor de resterende nog in of uit te roosteren lesuren.

Aangezien in deze tweede berekening de uren voor de professionalisering en overige taken minder zullen worden, zal daarmee bij de planning van activiteiten in de eerste berekening voor deze twee onderdelen, al rekening moeten worden gehouden.

 

Mogelijkheid 2: het verlof wordt over het gehele schooljaar gespreid opgenomen

Het is natuurlijk ook mogelijk om het (toekomstig) verlof alvast over het gehele schooljaar te verdelen, zodat tijdens het schooljaar geen wijziging van de inroostering meer hoeft plaats te vinden. Uiteraard bedraagt het op te nemen verlof dan over het hele jaar gerekend niet de volle 170 uur *), maar een deel daarvan. 

Let op: Bij het bepalen van dat deel gaan we in dit geval niet uit van de berekeningsperiode 1 okt -1 okt, maar van de periode 1 aug – 1 aug. De berekeningsperiode 1 okt – 1 okt wordt in de planner immers alleen gebruikt om de juiste gemiddelde lengte van een schooljaar te bepalen!

 

Rekenvoorbeeld:

Een teamlid bereikt op 12 november de leeftijd van 57 jaar en wil vanaf 1 december het basisbudget en bijzonder budget geheel als verlof opnemen, samen dus 170 uur. Het verlof wordt dus berekend over december t/m juli = 8 maanden. Het verlof dat in dat schooljaar nog kan worden opgenomen is dus 8/12 x 170 = 113 uur *)

Bij de invulling van de planner voor het nieuwe schooljaar, wordt voor dit teamlid op het invoerformulier meteen de categorie >57 jaar aangeklikt, en bij de op te nemen verlofuren: 113 uur. Er zal in de berekening in dit voorbeeld dan nog een aantal uren voor de duurzame inzetbaarheid overblijven. Dit kan verder genegeerd worden.

*) Het aantal opgenomen verlofuren vind je in rubriek G en H van het teamlidblad.

 

Het sparen van de de duurzame inzetbaarheid

Het budget duurzame inzetbaarheid kan tot 57 jaar 3 jaar worden gespaard voor een vastgelegd doel. De gespaarde uren kunnen niet als verlof worden opgenomen.

Vanaf 57 jaar kan het basisbudget en het bijzonder budget (40+130=170 uur) maximaal 5 jaar worden gespaard, waardoor er vanaf 62 jaar jaarlijks maximaal 340 uur verlof  (deeltijders naar rato) kan worden opgenomen. Wat betekent dit sparen nu voor de jaartaak?

Het is niet zo dat in de jaren dat gespaard wordt er jaarlijks 170 uur van de arbeidsduur wordt afgehaald en in een spaarpotje wordt gestopt. De term sparen is dan ook enigszins misleidend. Wat feitelijk gespaard wordt, is het recht om op een later tijdstip de in de voorgaande jaren niet aan duurzame inzetbaarheid bestede uren extra op te nemen met een maximum van 340 uur per jaar (deeltijders naar rato).

Voor de jaartaak gedurende de spaarjaren betekent dit, dat er voor de duurzame inzetbaarheid 0 uren worden berekend (ervan uitgaande dat alle uren worden gespaard). De 1659 uur van de jaartaak worden dan dus verdeeld over de resterende 4 taakonderdelen professionalisering, lestaak, voor- en nawerk en overige taken. Vergeleken met de situatie tot 57 jaar betekent dat dat er 40 uur (bij wtf 1) extra bij de overige taken komt. Zie de voorbeelden hieronder.

 

Dit is de jaartaakberekening van een leerkracht van 56 jaar die 40 uur duurzame inzetbaarheid heeft. Er zijn 255 uur voor de overige taken berekend.

 

Dit is precies dezelfde berekening wanneer dezelfde leerkracht 57 jaar zou zijn en de duurzame inzetbaarheid spaart. De netto arbeidsduur blijft 1659 uur, er is 0 uur voor de duurzame inzetbaarheid en er zijn nu 40 uren meer voor de overige taken berekend (255 + 40 = 295). Het sparen heeft dus als gevolg dat de arbeidsduur onveranderd blijft en de uren voor de overige taken vermeerderd worden met het basisbudget.

 

De berekening van een ouderschapsverlof en het overig verlof

Waarom is van een (ouderschaps)verlofberekening niets terug te vinden op de jaartaakberekening op het temalidblad?

Een verlof duurzame inzetbaarheid wordt (m.u.v. wellicht in het eerste jaar van opname -zie hierboven) altijd over het gehele schooljaar berekend en is daarom geïntegreerd in de jaartaakberekening op het teamlidblad. Een veelgestelde vraag is waarom dat laatste bij de ouderschapsverlofberekening en het overig verlof niet het geval is.

 

De jaartaak wordt altijd berekend over de ‘normale’ situatie

De ingeroosterde jaartaak wordt berekend op basis van de aanstelling, het rooster en de op het invoerformulier aangeklikte vaste werkdagdelen en betreft daarom altijd het gehele schooljaar. Een incidenteel verlof betekent dat gedurende een periode van de op het teamlidblad in rubriek A vermelde ‘normale’ werktijden wordt afgeweken.

Omdat de jaartaakberekening altijd het gehele schooljaar betreft kan een tijdelijke afwijking hiervan door bijvoorbeeld een verlofopname, hierin niet worden opgenomen. Daarom wordt het verlof op een apart werkblad (Overig Verlof OP of OOP) berekend.

 

De invulling van het werkblad verlof

Door op het werkblad Verlof het regelnummer van het teamlid in te vullen worden de naam en aanstelling gekoppeld. Op basis van de in te vullen gegevens in rubriek B berekent het programma het aantal nog beschikbare uren voor het betaald en onbetaald ouderschapsverlof (Wanneer het werkblad wordt gebruikt voor de berekening van een overige verlof kan rubriek B leeg gelaten worden).

In rubriek C wordt dan ingevuld gedurende welke periode en op welke werkdagen het verlof wordt opgenomen. Het aantal in te vullen arbeidsuren is het aantal arbeidsuren dat een dag telt volgens het standaardschema. Voor een hele dag zal dat dus in de meeste gevallen 8:00 of 8:30 uur zijn.

Bij het tellen van het aantal verlofweken moeten de vakantieweken niet worden meegeteld; deze maken immers al deel uit van het vakantieverlof. Ook de uren van eventuele losse vrije dagen die binnen de verlofperiode vallen, moeten worden afgetrokken van het totaal aantal op te nemen verlofuren.

In rubriek D geef je tenslotte aan hoe de verlofuren worden verdeeld over het betaald en onbetaald verlof. Let er op dat het eronder vermelde totaal van de verlofuren overeen komt met het totaal in rubriek C.

 

Het gevolg van de verlofopname voor de 5 taakonderdelen

Op de berekende lesuren en uren voor het voor- en nawerk heeft de verlofopname geen invloed. Het in de verlofperiode besloten aantal lesuren en het daarmee samenhangende aantal uren voor het voor- en nawerk, hoeft niet apart berekend te worden. Indien er op de verlofdagen les zou worden gegeven, worden deze eenvoudigweg niet gegeven en de daarbij behorende uren voor het voor- & nawerk niet gebruikt, en hoeveel uren dat precies zijn is verder niet van belang. Met uitzondering van het verlof duurzame inzetbaarheid wordt elk verlof alleen in arbeidsuren berekend en is er geen sprake van een lesgebonden deel daarvan.

Wat wél verandert is het aantal oorspronkelijk berekende uren voor de taakonderdelen duurzame inzetbaarheid, professionalisering en overige taken. Door de verlofopname wordt de jaartaak immers kleiner en dienen deze drie jaartaakonderdelen dus ook kleiner te worden. Met hoeveel uren deze drie taakonderdelen moeten worden verminderd, wordt automatisch berekend wanneer op het betreffende teamlidblad in rubriek J (bij het OOP in rubriek I) het aantal opgenomen arbeidsuren is ingevuld.

 

Een verlofopname verandert niets aan de bestaande taakberekening op het teamlidblad

Een verlofopname verandert verder niets aan de bestaande jaartaakberekening zoals die oorspronkelijk is ingevuld, en ook wanneer er al een verlofopname voor het volgend schooljaar is gepland, vul je de taakberekening toch gewoon in op basis van de normale aanstelling zonder rekening te houden met de voorgenomen verlofopname.

Op de taakberekening van het teamlidblad zelf is van een opname ouderschapsverlof of overig verlof, op het aantal opgenomen verlofuren in rubriek J na, dus niets terug te vinden.

Wel is het handig om in het opmerkingenvak een notitie te maken betreffende het verlof, zoals de verlofperiode en de verlofdagen per week. De oorspronkelijke jaartaakberekening en een afdruk van de verlofberekening verschaffen alle partijen voldoende informatie. Een afdruk van de verlofberekening wordt bewaard in het dossier van het teamlid. Bij een nieuwe ouderschapsverlofberekening worden de gegevens van de vorige ouderschapsverloven overgenomen op de nieuwe berekening. De laatste afdruk geeft dus alle informatie over alle opgenomen ouderschapsverloven.

 

Een voorbeeld van een verlofberekening

Sinds 1 januari 2015 bepaalt de werknemer in principe zelf hoe het ouderschapsverlof wordt opgenomen. Hierbij kan het verlof over meerdere periodes worden verdeeld (maximaal 6 periodes van minimaal een maand).

Door in rubriek A het lijstnummer van het teamlid op het formatieoverzicht in te vullen worden de gegevens van het teamlid gekoppeld aan het werkblad en de beschikbare uren voor het ouderschapsverlof berekend.

 

Na invulling van eventuele eerdere ouderschapsverloven is onmiddellijk te zien hoeveel verlofuren nog overblijven. In bovenstaand voorbeeld van het werkblad overig verlof OP neemt deze leerkracht 391 uur betaald verlof op. Er blijven nog 649 uren verlof over, waarvan 24 betaald.

 

In rubriek J op het betreffende teamlidblad is de verlofopname ingevuld (vanaf versie 5.9.4) en zijn de uren voor de duurzame inzetbaarheid, professionalisering en overige taken automatisch opnieuw berekend. Deze nieuwe uren worden ook automatisch overgenomen op de tweede pagina van het teamlidblad. Er moet dan nog wel even gecontroleerd worden of de al geplande activiteiten in het kader van deze 3 taakonderdelen nog passen binnen de verminderde beschikbare uren. Merk op dat in de blauwe kolom geen nieuwe uren worden vermeld voor de lestaak en het voor- en nawerk. Het aantal in het verlof begrepen lesuren (+ de daarbij horende uren voor het voor- en nawerk) is namelijk afhankelijk van hoeveel lesuren de betreffende verlofdagen eventueel bevatten.

 

Overig verlof

Bij een berekening van het Overig verlof worden rubriek B en D leeg gelaten.

 

Afdruk van de berekening

De berekening op het werkblad Overig verlof blijft niet bewaard, maar wordt gewist bij een nieuwe berekening. De berekening moet dus afgedrukt en bewaard worden. Sinds 1 januari 2015 moet het teamlid bij vertrek een overzicht meekrijgen van al het tot dan toe opgenomen en nog resterende ouderschapsverlof. Een afdruk van de laatste berekening verschaft daarover alle benodigde informatie.

 

De inroostering van een leerkracht met een lerarenbeurs

De jaarlijkse formatievergoeding aan de school voor een leerkracht met een lerarenbeurs bedraagt 320 arbeidsuren. Dat betekent dus dat de betreffende leraar bij wtf 1,0 op jaarbasis 320 arbeidsuren kan worden uitgeroosterd voor het studieverlof; dit komt neer op ongeveer 8 uur per week (deeltijders naar rato). Omdat dit verlof het gehele inroosterjaar bestrijkt, kan de inroostering bij deze leerkrachten daarom bij uitzondering worden berekend op basis van een verkleinde werktijdfactor. Het voordeel van de verkleinde wtf is, dat daardoor zowel de juiste arbeidsuren als de juiste maximale lestaak wordt berekend.

 

Inroostering met kleinere werktijdfactor

Deze nieuwe kleinere werktijdfactor bereken je door de oorspronkelijke werktijdfactor volgens de aanstelling te vermenigvuldigen met 0,8071  –>  { (1659 – 320)/1659 }

Voorbeelden:

  • Voltijder: 1,0 x 0,8071 = 0,8071
  • Deeltijder met wtf 0,5:   0,5 x 0,8071 = 0,4035
  • Deeltijder met wtf 0,345: 0,345 x 0,8071 = 0,2784

Via het invoerformulier op het Formatieoverzicht wordt de nieuwberekende kleinere wtf van de leerkracht opnieuw ingevuld. De vaste werkdagen worden vervolgens op basis van deze kleinere wtf ingeroosterd. 

De inroostering van deze leerkracht verloopt verder op de gebruikelijke wijze. In veel gevallen resulteert dit in een inroostering van minder vaste werkdagen/dagdelen per week, waarbij het eventuele nog berekende teveel of tekort aan ingeroosterde les- en arbeidsuren, bij de tweede inroostering in overleg met de leerkracht resp. kan worden uit- of ingeroosterd.

Het verdient aanbeveling om als geheugensteuntje in het opmerkingenvak van het betreffende teamlidblad de oorspronkelijke wtf te vermelden. Aan de echte aanstelling van deze leerkracht verandert natuurlijk niets; de kleinere werktijdfactor fungeert alleen maar als hulpmiddel voor een juiste inroostering.

 

Leerkrachten die een verlof duurzame inzetbaarheid opnemen of daarvoor sparen

De bovenbeschreven berekening en inroostering op basis van een kleinere wtf kan alleen wanneer er geen ander verlof wordt opgenomen, zoals bijvoorbeeld een verlof duurzame inzetbaarheid. De verkleining van de wtf zou dan immers leiden tot een verkeerde berekening van de verlofuren of de te sparen uren. Aangezien de lerarenbeurs in de meeste gevallen door leerkrachten < 57 jaar wordt opgenomen zal dit in de praktijk echter maar weinig voorkomen.

 

Een afwijkende duur van het studieverlof

Wanneer in uitzonderingsgevallen het studieverlof kleiner is dan 320 uur (deeltijders naar rato) moet de kleinere wtf op een andere manier worden berekend.

 

Voorbeeld:

Een voltijder krijgt een verlof van 280 uur. Dit verlof wordt afgetrokken van de oorspronkelijke arbeidsduur. In dit voorbeeld dus 1659 – 280 = 1379 uur.

De wtf van deze nieuwe arbeidsduur bereken je door de nieuwe arbeidsduur te delen door 1659:

1379 / 1659 = 0,8312 (afronden op 4 cijfers achter de komma).

Deze nieuwe wtf vul je in op het invoerformulier van dit teamlid.

 

Samenvatting:

  • Alleen het verlof duurzame inzetbaarheid is geïntegreerd in de jaartaakberekening op het teamlidblad;
  • Een ouderschapsverlof of overig verlof wordt uitsluitend berekend op de werkbladen overig verlof OP en OOP;
  • De invulling van de jaartaakberekening op het teamlidblad gebeurt zonder rekening te houden met een op te nemen of opgenomen verlof – van een verlofopname is op het teamlidblad, m.u.v. rubriek J en het opmerkingenvak, dus niets te zien;
  • Een verlof op basis van de lerarenbeurs kan indien deze het gehele schooljaar beslaat, worden berekend door een verkleining van de wtf;
  • De taakberekening op het teamlidblad en een afdruk van de verlofberekening verschaffen alle partijen alle benodigde informatie.

TaakberekeningPO gebruikt alleen cookies voor statistische gegevens over het websitebezoek