Hoe rooster je deeltijders en voltijders verhoudingsgewijs even lang in?

 In tegenstelling tot de arbeidsuren van deeltijders en verlofopnemers, kunnen de arbeidsuren van voltijders binnen de 39 á 40 schoolweken nooit volledig worden ingeroosterd. Hierdoor brengen voltijders 1 á 2 weken minder plaats- en tijdgebonden op school door dan deeltijders. Deze ongelijkheid in de inroostering kun je in de planner eenvoudig opheffen door elke deeltijder  verhoudingsgewijs even lang plaats- en tijdgebonden in te roosteren als een voltijder.


Niet alle arbeidsuren behoeven te worden ingeroosterd

Niet alle arbeidsuren van de jaartaak behoeven plaats- en tijdgebonden in werkdagen te worden ingeroosterd, want veel taken kunnen ook niet plaats- en tijdgebonden verricht worden. Het is dus niet noodzakelijk dat alle arbeidsuren in volledig op school door te brengen werkdagen worden ingeroosterd. Uit een oogpunt van gelijke behandeling kan het daarom wenselijk zijn om elk teamlid OP en OOP met lesondersteunende taken, verhoudingsgewijs even lang plaats- en tijdgebonden in te roosteren als een voltijder.

40-urige werkweek geen factor meer bij de werkverdeling

Toen in 2014 de 40-urige werkweek werd ingevoerd, werd het probleem van de overblijvende arbeidsuren ‘opgelost’ door te stellen dat deze ‘ter verlichting van de werkdruk’ in de vakantie werden doorgewerkt. En omdat deeltijders wekelijks precies het aantal uren van hun aanstelling moesten worden ingeroosterd, hielden zij, in hun individuele werkweken uitgedrukt, evenveel nog te werken weken over als de voltijders.

Dit doorwerken in vakanties werd op de scholen echter niet echt als werkdrukverlichting ervaren en verdween, op het inroosteren van enkele gezamenlijke werkdagen aan het eind van de zomervakantie na, geruisloos in het vakje ‘
briljante maar onbegrepen invallen‘.

Sinds de CAO-PO 2018 wordt de 40-urige werkweek echter niet meer als factor voor de inroostering beschouwd, waardoor deeltijders wekelijks dus niet meer precies volgens hun aanstellingsuren, maar volgens het afgesproken schema van de verdeling van de arbeidsuren over de weekdagen, kunnen worden ingeroosterd.

Hierdoor houden deeltijders verhoudingsgewijs nu jaarlijks niet meer evenveel nog te werken uren over als de voltijders, maar zullen zij meestal meer en soms minder arbeidsuren zijn ingeroosterd als voltijders.

Daarnaast kunnen voltijders met een 40-urige werkweek binnen de ongeveer 39 schoolweken niet volledig worden ingeroosterd, terwijl dat bij deeltijders (met extra terugkomdagen) wél kan.

Iedereen verhoudingsgewijs even lang inroosteren

Door de arbeidsuren van zowel deeltijders als voltijders verhoudingsgewijs in gelijke mate in te roosteren, wordt deze ongelijke behandeling voorkomen. Dat betekent overigens in het geheel niet dat hiermee ook de jaarlijkse arbeidsduur bij iedereen korter wordt.

De jaartaak, met alle daarin passende activiteiten blijft namelijk, ingeroosterd of niet, onveranderd! De verhoudingsgewijze gelijke inroostering betekent slechts, dat bij iedereen een klein deel van de jaartaak niet plaats- en tijdgebonden wordt ingeroosterd, maar -naar eigen inzicht- buiten de uren van de standaardverdeling wordt gewerkt. Hierbij moet bedacht worden dat van alle arbeidsuren in feite alleen de lesuren en de afgesproken aanwezigheidsuren plaats- en tijdgebonden zijn.

Met de planner Taakberekening PO is die verhoudingsgewijs even lange inroostering van alle teamleden heel eenvoudig en voor iedereen inzichtelijk te regelen. Deze mogelijkheid is in de planner overigens facultatief.

De mate van inroostering van de voltijder vormt de maatstaf

Wanneer een voltijder op basis van een complete Lesurenberekening en inclusief een paar extra dagen in de zomervakantie volledig is ingeroosterd, is op zijn/haar jaartaakberekening in rubriek H te zien welk percentage van de arbeidsuren plaats- en tijdgebonden is ingeroosterd. Dit inroosterpercentage van gemiddeld rond de 96% vul je in op het eerste werkblad Lesurenberekening in rubriek F – zie hieronder.

Op elk teamlidblad zal nu naast rubriek H te zien zijn hoeveel arbeidsuren van dit teamlid moeten worden ingeroosterd om verhoudingsgewijs even lang als een voltijder te zijn ingeroosterd. In deze voorbeelden dus 96,4% van de jaarlijkse arbeidsduur.

In bovenstaand voorbeeld is de deeltijder op basis van de vaste werkdagen en inclusief enkele extra dagen in de zomervakantie, aanvankelijk 66 uur minder ingeroosterd dan zijn/haar jaartaak van 830 uur. Ernaast is te zien dat wanneer dit teamlid 800 arbeidsuren zou worden ingeroosterd, deze verhoudingsgewijs even lang ingeroosterd zou zijn als een voltijder op deze school.

Op het teamlidblad zijn vervolgens in rubriek F 36 arbeidsuren extra ingeroosterd, waardoor deze deeltijder nu met 800 ingeroosterde arbeidsuren verhoudingsgewijs even lang plaats- en tijdgebonden is ingeroosterd als een voltijder.

In dit voorbeeld gaat het om een deeltijder die in vergelijking met een voltijder mínder arbeidsuren was ingeroosterd, welk verschil met de extra inroostering van ongeveer 4 werkdagen (32 á 34 uur) is opgelost. In veel gevallen zullen deeltijders verhoudingsgewijs echter méér arbeidsuren zijn ingeroosterd dan voltijders.

De nadelen

Het verhoudingsgewijs even lang inroosteren heeft in de praktijk echter ook nadelen. Het op het uur precies verhoudingsgewijs even lang inroosteren van deeltijders kan iets krampachtigs krijgen. Bovendien kan zich de situatie voordoen dat deeltijders die wél minder uren zijn ingeroosterd dan hun jaartaak, maar tegelijkertijd verhoudingsgewijs méér dan een voltijder, dan toch extra arbeidsuren in vrije dagen zouden moeten worden uitgeroosterd. Dit doet wel enigszins geforceerd aan en kan ook voor de formatie ongewenste gevolgen hebben.

Het inroosteringspercentage als referentiepunt

Het beste is het waarschijnlijk om het inroosteringspercentage van de voltijder en het daarbij behorende in te roosteren aantal uren als referentiepunt te gebruiken bij de beoordeling van de eerste inroostering, en in overleg met de leerkracht af te spreken of en hoe de meer of minder ingeroosterde uren extra worden uit- of ingeroosterd.

De afdruk van het teamlidblad

Bij het afdrukken van het teamlidblad wordt het blauwe informatievakje naast rubriek H niet afgedrukt.

Het tonen van het inroosteringspercentage en het berekende verschil in rubriek H en I kan (op het eerste werkblad Lesurenberekening) aan of uit worden gezet. Om bij het invullen van de planner de inroosterresultaten te kunnen beoordelen, kunnen beide het beste aan staan en, indien dat gewenst wordt, vóór het afdrukken uit worden gezet.

Print Friendly, PDF & Email

TaakberekeningPO gebruikt alleen cookies voor statistische gegevens over het websitebezoek