Voor een goed begrip is het belangrijk je te realiseren dat de inroostering van de werkdagen en de werkverdeling twee verschillende dingen zijn, want bij de werkverdeling krijg je taken en activiteiten toebeeeld, en bij het inroosteren van je werkdagen gaat het er alleen maar om op welke dagen je op school aanwezig bent.
Ze staan dus los van elkaar: de verdeling van taken en activiteiten heeft geen invloed op de inroostering van de werkdagen en omgekeerd.
De met de werkdagen ingeroosterde arbeidsuren moeten passen binnen de jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling. Je werk en je werkdagen hebben dus eigenlijk maar één ding gemeen: ze moeten allebei passen binnen je jaarlijkse arbeidsduur.
Omgekeerd, wanneer er teveel werkdagen zijn ingeroosterd, kun je dat ook niet compenseren door de hoeveelheid werk te verminderen, want ook dat verandert niets aan het feit dat met de teveel ingeroosterde werkdagen de arbeidsduur wordt overschreden en er dus eigenlijk overwerk ontstaat.
aanwezigheidstijd
De afgesproken uren van een werkdag hoeven overigens niet allemaal op school te worden doorgebracht, want zoals hierboven al gezegd, kan buiten het lesgeven en vergaderen veel werk ook op een andere tijd of plaats worden gedaan. Het team spreekt daarom af welke tijd iedereen op een werkdag minimaal vóór en na lestijd aanwezig is voor noodzakelijk kort overleg*: de aanwezigheidstijd.
*gepland overleg als vergaderingen of een oudergesprek valt dus buiten de aanwezigheidstijd!
Een op-school-dag telt dus als ‘maatschepje’ voor iedereen eenzelfde aantal uren; in de meeste gevallen is dat 8 uur.
Omdat de werkverdeling los staat van het aantal dagen dat je op jaarbasis op school bent, is het dus ook niet altijd noodzakelijk dat je volledige arbeidsduur in op-school-dagen wordt ingeroosterd.
Op basis van een 40-urige werkweek kan dat ook niet eens, want in de doorgaans 38 á 39 schoolweken plus enkele dagen in de zomervakantie, is de arbeidsduur van 1659 uur van een voltijder nooit volledig in werkdagen ingeroosterd.
Maar dat is natuurlijk geen enkel probleem, want het meer of minder inroosteren van op-school-dagen verandert voor een voltijder niets aan de volgens het werkverdelingplan toebedeelde hoeveelheid werk: het totale tijdsbeslag van alle geplande (of nog te plannen) activiteiten binnen de 4 jaartaakonderdelen is namelijk altijd gelijk aan de jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling.
Minder ingeroosterde werkdagen betekent dus in het geheel niet dat er daardoor minder gewerkt zou worden!
Het inroosteringspercentage van de voltijder (meestal rond de 96% van 1659 uur) kan dan als referentiepunt bij de deeltijders dienen bij de afweging of het aantal ingeroosterde arbeidsuren acceptabel is.
Een inroosteringspercentage van de arbeidsuren in werkdagen tussen 96% en 100%, is dan ook bij deeltijders een aanvaarbare bandbreedte bij de inroostering van de op-school-dagen (werkdagen).
Om het ‘probleem’ van de nietingeroosterde arbeidsuren ‘op te lossen’, wordt soms gerekend met een werkweek van 42 uur.
Dat is echter helemaal geen goed idee.
Ten eerste is het, zoals hierboven al gezegd, helemaal niet nodig dat per se álle arbeidsuren in werk- of op-school-dagen plaats- en tijdgebonden worden ingeroosterd; veel werk is namelijk helemaal niet plaats- en tijdgebonden.
Ten tweede blijft de 40-urige werkweek de maatstaf bij benoemingen (en dus het salaris), en wordt ook een verlof in de arbeidsuren van de 40-urige werkweek berekend (één week verlof ‘kost’ dus 40 uur).
We blijven bij de berekening van de ingeroosterde arbeidsuren in op-school-dagen daarom uitgaan van de 40-urige werkweek.
Het enige wat we binnen de school moeten afspreken is hoe we die veertig uur over de weekdagen verdelen.
De gekozen urenverdeling geldt in principe* voor iedereen, dus ook voor teamleden met een ‘oude’ benoeming van vóór 2014**.
Op basis van de arbeidsuren per werkdag kan de planner nu aan de hand van de ingeroosterde werkdagen berekenen hoeveel arbeidsuren er in op-school-dagen zijn ingeroosterd en hoe zich die aanwezigheid op school verhoudt tot de jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling.
De gekozen verdeling van de arbeidsuren over de weekdagen vul je in op het werkblad lesurenberekening.
Binnen de meeste besturen wordt een aanstellingsschema van 8 uur per dag gehanteerd, ook wanneer sprake is van bijvoorbeeld een kortere leswoensdag. Alleen wanneer bij aanstellingen wél rekening wordt gehouden met een kortere lesdag, houd je een andere verdeling aan – zie hieronder.
De verdeling over de ochtend en de middag kun je verder laten afhangen van de ochtend- en middaglestijd. Deze verdeling over de ochtend en middag is alleen van belang wanneer de arbeidsuren van dagdelen moeten worden in- of uitgeroosterd.


Voordeel hiervan is dat het bij wisseling van werkdagen voor de berekening niet uitmaakt op welke dagen je werkt. Nadeel is dat bij een verlofopname niemand voor een korte dag kiest als, letterlijk voor hetzelfde geld, ook een langere lesdag als verlofdag kan worden gekozen.
En een ander nadeel is dat bij sommige dagcombinaties de maximale lestaak volgens de aanstelling helemaal niet aansluit bij bepaalde lesdagcombinaties, waardoor veel deeltijders te veel lesuren worden ingeroosterd, terwijl andere juist nietingeroosterde lesuren overhouden.
Een benoeming van 32 uur voor 4 lange lesdagen bijvoorbeeld levert voor deze dagen een veel te kleine maximale lestaak op, terwijl bij een benoeming van 8 uur voor een korte lesdag juist weer nietingeroosterde lesuren overblijven.

Een benoemingsschema van 8 uur per dag op een school met verschillende lestijden per dag, levert dus een formatieve disbalans op die bij veel deeltijders – wanneer zij die extra lesuren niet willen geven – tot veel extra uit of in te roosteren lesuren leidt.
Bovendien zullen deeltijders die op een korte lesdag werken en veel lesuren overhouden buiten hun vaste werkdagen, dan de uitgeroosterde deeltijders moeten vervangen. Dit kan veel onrust geven en is ook nadelig voor de continuïteit van het onderwijs.
de beste oplossing
Wanneer ook bij ongelijke lesdagen wordt vastgehouden aan een benoemingsschema van 8 uur per werkdag, zou je dus kunnen overwegen op termijn je lesrooster aan te passen aan 5 gelijke lesdagen, want er is sociaal en pedagogisch gezien in het geheel geen noodzaak meer voor een kortere schooldag op woensdag. Wanneer alle dagen even lang zijn, kan bovendien de lestijd per dag worden verminderd waardoor er élke dag voldoende tijd overblijft voor naschoolse activiteiten!
Lees meer over deze onbalans in: Help ik zie allemaal rode cijfers!
Over de – verlangde – aanwezigheid op een studiedag die bij een deeltijder niet op zijn/haar vaste werkdagen valt, is vaak veel discussie. Vaak vinden deeltijders het onredelijk wanneer hen gevraagd wordt op zo’n dag toch aanwezig te zijn; het voelt als een extra werkdag waarvoor zij niet betaald (denken te) worden.
Op de jaartaakberekening is echter duidelijk te zien dat een paar extra werkdagen in de zomervakantie en het bijwonen van enkele studiedagen die niet op een vaste werkdag vallen, in de meeste gevallen best verlangd kan worden, omdat zij doorgaans ruimschoots passen binnen de jaarlijkse arbeidsduur.
Alleen bij deeltijders die gezien hun vaste werkdagen eigenlijk een te kleine aanstelling hebben, kan het gebeuren dat door de ‘extra’ inroostering’ hun jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling wordt overschreden. In dat geval is extra uitbetaling van deze dagen, of beter nog een iets grotere aanstelling, de oplossing.