Hoe (en waarom) verdeel je de arbeidsuren over de weekdagen?

Sinds de CAO-PO van 2018 is de 40-urige werkweek ‘geen factor meer’ bij de werkverdeling. Dit betekent dat de wekelijkse arbeidsduur niet meer gelijk hoeft te zijn aan de aanstellingsuren.
   Dit betekent helaas ook dat er nu geen enkel houvast meer is bij de vaststelling van ieders werkdagen per week en per jaar. Je zult het volgens de vakorganisaties en PO-raad moeten doen met hun advies ‘de werkdagen in redelijkheid en goed overleg vast te stellen’.
   Om willekeur en vervelende discussies hierover te voorkomen, doe je er als school daarom goed aan te kiezen voor een eerlijk, uniform en transparant model waarmee het aantal werkdagen per week en per jaar objectief  en in verhouding tot de aanstelling kan worden vastgesteld.
   Daartoe maak je over de relatie tussen de arbeidsuren en de werkdagen op school- of bestuursniveau eigen keuzes. Uitgangspunten daarbij zijn de – theoretische – 40-urige werkweek en de jaarlijkse arbeidsduur bij wtf 1,0 van 1659 uur, welke laatste nog steeds onverkort geldt.

   Op basis van de gekozen arbeidsurenverdeling kun je dan met de werkverdelingstool TaakberekeningPO moeiteloos en transparant ieders werkdagen op week- en jaarbasis berekenen en inroosteren.

inhoud

Sinds 2018 komt in de CAO-PO de inroostering van de arbeidsuren  niet meer ter sprake

Tussen 2014 en 2018 mocht de wekelijkse arbeidsduur het aantal uren van de aanstelling niet overschrijden. Maar vanaf 2018 komt de inroostering van de arbeidsuren in de CAO-PO niet meer ter sprake, is de 40-urige werkweek  ‘geen factor meer bij de werkverdeling‘ en wordt ervan uitgegaan dat de schoolleiding de aanwezigheid* van elke leerkracht ‘in redelijkheid en goed overleg‘ regelt. Maar wie bepaalt wat redelijk is?

*Met de aanwezigheid bedoelen we het aantal werkdagen op week- en jaarbasis, en niet de ‘aanwezigheidstijd‘. De aanwezigheidstijd is de in het werkverdelingsplan vastgelegde door het team afgesproken tijd dat men op een werkdag vóór en na lestijd minimaal aanwezig is.
 

Verdeling van de arbeidsuren over de weekdagen

Omdat sinds 2018 de inroostering van de arbeidsuren in de CAO-PO niet meer genoemd wordt, ontbreekt sindsdien elke mogelijkheid van een objectieve vaststelling van het aantal werkdagen dat passend is bij een bepaalde aanstellingsomvang.
   Bij een model dat daarin wél voorziet, is het belangrijk voor ogen te houden dat de bedoeling van zo’n model niet is om per se álle arbeidsuren plaats- en tijdgebonden in te willen roosteren. Het doel is om bij iedereen het aantal werkdagen in eenzelfde verhouding tot de aanstelling vast te stellen, en om te kunnen beoordelen of het jaarlijks aantal ingeroosterde werkdagen zich bij iedereen in dezelfde mate verhoudt tot ieders aanstelling, gaan we er daarom in TaakberekeningPO van uit dat een werkdag voor iedereen evenveel arbeidsuren telt.
   Uit praktische overwegingen blijven we in het berekeningsmodel uitgaan van een 40-urige werkweek, aangezien deze zowel bij de bepaling van het salaris als bij verlofberekeningen nog steeds de maatstaf is. Het jaartotaal van de arbeidsuren van de ingeroosterde werkdagen wordt dan vergeleken met de jaarlijkse arbeidsduur (1659 uur bij wtf 1,0) volgens de aanstelling.
   We spreken dus af hoe we de uren van de 40-urige werkweek over de weekdagen verdelen, en die verdeling laten we bij voorkeur (verhoudingsgewijs) aansluiten op de lestijden of een eventueel in gebruik zijnd benoemingsschema.
   Bij vijf gelijke lesdagen, of wanneer op een school of binnen een bestuur is afgesproken dat voor elke dag 8 benoemingsuren gelden, ongeacht of de school 5 gelijke lesdagen telt of niet, wordt de verdeling dus 5 x 8:00 uur. Wanneer dat laatste niet aan de orde is, dan kan de verdeling bij een kortere les(woens)dag beter bijvoorbeeld 4 x 8:30 uur en 1 x 6:00 uur zijn.
   Dit inroosterschema vul je in rubriek G in op de tweede pagina van het eerste werkblad Lesurenberekening – zie hieronder.

* Zie verderop over het verschil tussen het benoemingsschema en het inroosterschema

 

Op deze school telt elke werkdag 8 benoemingsuren en telt dus ook een eventueel kortere leswoensdag 8 uur. Omdat er op deze school op woensdagmiddag geen les wordt gegeven, zijn er op de ochtend 8 uren ingevuld en is de middag leeg gelaten. Wanneer dit een school met 5 gelijke lesdagen zou zijn, wordt de verdeling op de woensdag uiteraard net als op de andere dagen.

 

In deze standaardverdeling is rekening gehouden met een kortere leswoensdag en houdt ook het benoemingsschema daar rekening mee. Op deze school telt een benoeming voor bijvoorbeeld maandag t/m woensdag 23:00 uur en geen 24:00 uur. Op deze wijze blijven er bij een deeltijder minder oningeroosterde lesuren over. Bovendien zullen deeltijders die alleen op héle dagen werken, voor 17 uur worden benoemd ipv 16 uur, waardoor zij niet of nauwelijks lesuren zullen behoeven te worden uitgeroosterd wegens overschrijding van aximale lestaak.

 

Aantal werkdagen op week- en jaarbasis is nu transparant en uniform te berekenen

Ieders wekelijks vaste werkdagen worden nu zoveel mogelijk in aansluiting op ieders aanstelling gekozen. De planner berekent vervolgens bij iedereen op basis van de wekelijks vaste werkdagen en het vakantierooster, de op deze wijze ingeroosterde arbeidsuren en vergelijkt dit aantal met ieders jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling –  bij voltijders dus 1659 uur en bij deeltijders naar rato van de aanstelling.

   Op deze wijze is nu bij iedereen duidelijk of het op basis van de vaste werkdagen berekend aantal arbeidsuren past binnen de jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling.
   Omdat we uit blijven gaan van de – theoretische – 40-urige werkweek, zullen bij 38 tot 39 ingeroosterde schoolweken bij voltijders, maar ook bij de meeste deeltijders*, nog zo’n twee tot drie werkweken aan arbeidsuren nietingeroosterd overblijven. Bij de meeste teamleden zullen daarom voldoende arbeidsuren overblijven voor enkele extra in te roosteren werkdagen in de zomervakantie, of voor een studiedag die bij een deeltijder niet op de vaste werkdag valt.
   Dat er ook na deze eventuele extra inroostering buiten de vaste werkdagen om, bij vrijwel iedereen nog nietingeroosterde arbeidsuren overblijven is verder geen enkel probleem, want nogmaals, de inroostering heeft niet als doel álle arbeidsuren in te roosteren, maar om het aantal werkdagen uniform en transparant te kunnen berekenen.

*Bij deeltijders zal het resterend aantal arbeidsuren afhankelijk zijn van een eventueel verschil tussen de aanstellingsuren en het aantal arbeidsuren op basis van de gemaakte verdeling over de weekdagen. Als de aanstelling eigenlijk te klein is voor het wekelijks aantal vaste werkdagen, kunnen er op jaarbasis dus zelfs tevéél arbeidsuren zijn ingeroosterd. Deze teveel ingeroosterde uren vormen dan in feite overwerk en moeten dan dus als vrije dagen worden uitgeroosterd. Om dit te voorkomen zou zo’n deeltijder dus een iets grotere aanstelling moeten krijgen.

 

Inroosteringsschema en benoemingsschema

Het inroosteringsschema hoeft niet per se hetzelfde te zijn als een eventueel in gebruik zijnd schema van benoemingsuren. Een reguliere benoeming gebeurt namelijk altijd in héle uren met een minimum van 8 uur. Het spreekt wel vanzelf dat het inroosteringsschema zoveel mogelijk aansluit bij een eventueel in gebruik zijnd benoemingsschema.
   Voltijders hebben een maximale lestaak van 940 uur en zullen daarom bij een jaarlijkse lesduur van 950 uur, zo’n 10 lesuren moeten worden uitgeroosterd.
   Om bij deeltijders overschrijding van de maximale lestaak te voorkomen, moeten we er bij hen op letten dat een aanstelling voldoende lesuren oplevert voor het gehele schooljaar.

Een benoeming voor één dag telt minimaal 8 of 9 uren, en een benoeming voor twee dagen 16 of 17 uren enz.. Waarbij in het oog moet worden gehouden dat een deeltijdbenoeming van 8 of 16 uren bij een maximale lestaak van 940 uur, doorgaans te weinig lesuren oplevert om een heel schooljaar één resp. twee dagen per week les te kunnen geven.

Wanneer je wilt voorkomen dat leerkrachten lesuren moeten worden uitgeroosterd omdat hun maximale jaarlijkse lestaak op basis van hun vaste lesdagen wordt overschreden, dan kun je dit bewerkstelligen door voor een aanstelling bijvoorbeeld een uur méér te rekenen dan de som van de uren per werkdag volgens het inroosteringsschema.
   Wanneer je het eerste werkblad lesurenberekening volledig hebt ingevuld, is met een proefinroostering eenvoudig vast te stellen welke aanstelling bij een bepaald aantal lesdagen per week voldoende is om het gehele schooljaar te kunnen lesgeven. Dit geldt uiteraard alleen voor deeltijders, aangezien voltijders bij een 40-urige werkweek een maximale lestaak van 940 uur hebben.

 

Scholen of besturen die een vast benoemingsschema van 8 uur per dag hanteren

Wanneer echter ook op scholen met een kortere les(woens)dag toch een vast benoemingsschema van 8 uur per dag wordt gehanteerd, ontbreekt bovenstaande mogelijkheid en zullen deeltijders die alleen op hele dagen lesgeven doorgaans een te kleine maximale lestaak hebben om het hele jaar te kunnen lesgeven, terwijl omgekeerd deeltijders die ook op een woensdag lesgeven vaak niet ingevulde lesuren zullen overhouden. Wanneer leerkrachten bereid zijn de ingeroosterde uren boven hun maximale lestaak zelf in te vullen, is er geen probleem. Maar sinds 2018 moet elke leerkracht daar individueel toestemming voor geven, en moet deze bij weigering een paar lesdagen vervangen worden.
   Financieel-formatief maakt het waarschijnlijk weinig uit of leerkrachten met een te kleine aanstelling een aantal dagen per jaar moeten worden vervangen, of dat deze leerkrachten een wat ruimere aanstelling krijgen, maar met het oog op de continuïteit van het onderwijs met zo min mogelijk personeelswisselingen per groep, verdient vanuit onderwijskundig perspectief een bij deeltijders wat ruimere aanstelling de voorkeur.

Deze voltijder is op basis van de 40-urige werkweek, inclusief drie extra dagen in de zomervakantie (F), 76 arbeidsuren minder ingeroosterd dan de jaarlijkse arbeidsduur van 1659 uur (zie rubriek H). Tegelijkertijd is deze 14 lesuren méér ingeroosterd dan de maximale lestaak van 940 uur (zie rubriek I). In rubriek J is de opbouw van de jaartaak te zien op basis van de inroostering van 954 lesuren. Ondanks dat er 76 arbeidsuren minder plaats- en tijdgebonden zijn ingeroosterd, blijft de jaartaak (met alle daarbinnen geplande of te plannen taken en activiteiten) toch gewoon 1659 uur. Wanneer de 14 lesuren alsnog worden uitgeroosterd (niet vrij), wordt het aantal uren voor de overige taken vanzelf groter, zodat de totale arbeidsduur altijd 1659 uur blijft.

 

Wat te doen met de méér of minder ingeroosterde arbeidsuren op jaarbasis – de verhoudingsgewijze inroostering

Zoals gezegd zullen er op jaarbasis meestal nietingeroosterde arbeidsuren overblijven, of in een enkel geval juist teveel arbeidsuren zijn ingeroosterd.
   Wanneer er op basis van de ingeroosterde arbeidsduur per week, op jaarbasis méér arbeidsuren blijken te zijn ingeroosterd dan iemands jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling, dan ontstaat feitelijk overwerk en zullen deze teveel ingeroosterde uren moeten worden gecompenseerd in geld of een aantal verlofdagen.
   In de meeste gevallen zullen er echter op basis van 38 á 39 lesweken ook bij de deeltijders nietingeroosterde arbeidsuren overblijven en net als bij voltijders hoeft dat geen probleem te zijn. Wél kan het als problematisch worden ervaren dat sommige deeltijders verhoudingsgewijs beduidend meer of minder werkdagen worden ingeroosterd dan voltijders. Dit verschil kan worden opgelost door iedereen verhoudingsgewijs ongeveer even lang in te roosteren als voltijders. Het inroosteringspercentage van de voltijder (doorgaans rond de 96%) wordt dan als vergelijkingspunt aangehouden.

Lees hier meer over de verhoudingsgewijze inroostering.

 

De inroostering van OOP’ers zónder lesondersteunende taken

De arbeidsuren van OOP’ers zonder lesondersteunende taken (zoals een logopedist, conciërge, administratief medewerker etc.), worden volgens een individueel arbeidsurenschema ingeroosterd. Deze wekelijkse inroostering vul je daarom bij dit OOP apart op het teamlidblad in.

 

Twee inroosterwijzen

Deze OOP’ers zonder lesondersteunende taken hebben drie taakonderdelen: de duurzame inzetbaarheid, de professionalisering en de  werkzaamheden.

Inroosterwijze 1 of 2
Er kan voor gekozen worden om net als bij het OP de totale arbeidsduur in te roosteren (inroosterwijze 1), maar bij het OOP zonder lesondersteunende taken is het wellicht duidelijker om in rubriek A alleen de uren voor de werkzaamheden in te roosteren (inroosterwijze 2). De ingeroosterde uren in rubriek A zijn dan dus de tijd- en plaatsgebonden uren waarop de OOP’er op school aanwezig is om de werkzaamheden uit te voeren.
   De nietingeroosterde overblijvende uren zijn dan de uren voor de duurzame inzetbaarheid en professionalisering die buiten de ingeroosterde tijd voor de werkzaamheden naar eigen inzicht gedurende het schooljaar worden besteed.

Dit teamlid OOP heeft een netto arbeidsduur van 1635 uur, waarvan er 1512 plaats- en tijdgebonden zijn ingeroosterd. In A zijn wekelijks 38 uur ingeroosterd. Na aftrek van vakanties en vrije dagen en extra inroostering van 3 dagen in de zomervakantie en 20 compensatie-uren (MR), is er nu 1512 uur (zie rubriek J) ingeroosterd en blijven dan nog precies 123 (40 uur d.i. +83 prof.) uren over voor de activiteiten duurzame inzetbaarheid en professionalisering. Deze overblijvende 123 uur worden dus gedurende het schooljaar naar eigen inzicht (eventueel volgens de geplande activiteiten op de tweede pagina van het teamlidblad) met activiteiten gevuld.

 

o.t.-activiteiten en specificering werkzaamheden

Voor het OOP zonder lesondersteunende taken worden geen aparte uren voor de overige taken berekend, maar zij kunnen er natuurlijk wél aan deelnemen, zoals aan werkgroepen of de (G)MR. Om er nu voor te zorgen dat deze deelname ook wordt opgenomen in te maken overzichten, kunnen deze activiteiten worden vermeld in rubriek C op de tweede pagina van het teamlidblad.
   Wanneer daar behoefte aan is, kan deze rubriek ook gebruikt worden om de werkzaamheden nader te specificeren. Deze specificering en bovengenoemde deelname aan o.t.-activiteiten kan in rubriek C ook gecombineerd worden. Zie de specificatie van de 1520 abreidsuren voor de werkzaamheden in het voorbeeld hieronder.

Bij deze OOP’er zonder lesondersteunende taken zijn in rubriek C (tweede pagina van het teamlidblad) de werkzaamheden over diverse taken verdeeld (facultatief). Omdat deze lid is van de MR, zijn daar 20 uur van de uren voor de werkzaamheden voor gereserveerd.
Denk er bij inroosterwijze 2 aan, dat wanneer deze MR-activiteit buiten de in A ingeroosterde uren vallen, bijvoorbeeld ’s avonds, deze ook extra worden ingeroosterd in rubriek F. Deze extra uren moeten dan weer gecompenseerd worden in vrije uren in rubriek E, of in mindering worden gebracht op het totaal aantal in te roosteren uren in A.

Lees hier meer over inroosterwijze 2 >