Hoe verdeel je de arbeidsuren over de weekdagen?

In de nieuwe CAO-PO is de 40-urige werkweek geen factor meer bij de werkverdeling. Dit betekent wél dat een teamlid wekelijks niet meer precies volgens zijn of haar aanstellingsuren behoeft te worden ingeroosterd, maar níet dat elke vorm van inroostering van de arbeidsuren nu achterwege kan blijven, want de jaarlijkse arbeidsduur bij een volledige aanstelling blijft 1659 uur. De jaarlijks ingeroosterde arbeidsduur mag dit aantal (deeltijders naar rato van hun aanstelling) niet overschrijden, want in dat geval zou er overwerk ontstaan dat vrijgeroosterd of extra uitbetaald moet worden.

Nieuwe CAO-PO maakt de inroostering van de arbeidsuren veel eenvoudiger

In de vorige CAO-PO moesten bij iedereen wekelijks evenveel arbeidsuren worden ingeroosterd als het aantal uren van de aanstelling van de leerkracht. Dit leidde ertoe dat bij veel teamleden op dezelfde dagen verschillende arbeidsuren werden ingeroosterd, wat verre van logisch en transparant was.

 

Inroostering arbeidsuren blijft nodig

In de nieuwe CAO-PO staat dat de 40-urige werkweek ‘geen factor meer is bij de werkverdeling‘, maar aangezien de jaarlijkse arbeidsduur bij een 40-urige aanstelling ook in deze nieuwe CAO gewoon 1659 blijft, zullen deze toch op een voor iedereen navolgbare wijze ingeroosterd moeten kunnen worden.

Zonder enige vorm van inroostering zou er immers geen enkel transparant verband meer zijn tussen de aanstelling en het aantal werkdagen en zou het ook onmogelijk zijn te berekenen hoeveel arbeidsuren een opgenomen verlof omvat. En aangezien een verlof vaak deels of geheel door de werknemer zelf betaald moet worden, is enige vorm van transparantie bij de vaststelling van de omvang hiervan belangrijk.

De gedachte dat elk teamlid wekelijks precies even lang als zijn aanstelling moet worden ingeroosterd is in ieder geval losgelaten, wat de weg vrij maakt om nu iedereen volgens eenzelfde verdeling van de arbeidsuren over de weekdagen in te roosteren.

 

Inroostering volgens standaardverdeling van de 40-urige werkweek

Iedere school maakt zelf een standaardverdeling van de arbeidsuren over de weekdagen volgens welke dan elk teamlid OP en OOP (met lesondersteunende taken) wordt ingeroosterd. Bij 5 gelijke lesdagen is dat 5 x 8:00 uur, en bij een kortere leswoensdag doorgaans 4 x 8:30 en 1 x 6:00 uur.

 

Verdeling bepaalt het rendement van je formatie!

Bedenk hierbij dat een verdeling van de arbeidsuren over de weekdagen die (enigszins) in verhouding staat tot het lesrooster formatief gezien het meeste rendement oplevert.

Het is daarom ook niet zo handig om bij een kortere leswoensdag tóch een verdeling van 5 x 8 uur aan te houden, want de deeltijders die ook op de woensdag lesgeven zullen dan op jaarbasis nietingeroosterde lesuren overhouden, terwijl deeltijders op de andere dagen lesuren tekort zullen komen. Met zo’n verdeling zou je het lespotentieel van je formatie dus niet optimaal benutten.

*) Lees daar onderaan meer over.

 

Invulling standaardverdeling arbeidsuren

De gekozen standaardverdeling vul je onderaan het eerste werkblad in (Lesurenberekening-zie afbeelding hieronder). Alle berekeningen bij het OP gebeuren dan op basis van deze verdeling.

In dit schema onderaan het eerste werkblad (Lesurenberekening) zijn de arbeidsuren verdeeld over de ochtend en de middag. Hierdoor kunnen naast de lesuren ook de arbeidsuren worden berekend van extra in- of uit te roosteren dagdelen. Het onderscheid tussen de ochtend- en de middagtijd bij de les- en arbeidsduur is van belang als er leerkrachten zijn die op bepaalde dagen alleen ’s morgens of  ’s middags werken.

 

Een andere werkweek dan een 40-urige

In bovenstaand schema is uitgegaan van een 40-urige werkweek. Er kan op het eerste gezicht ook gekozen worden voor een andere werkweek, bijv. een werkweek van 42 uur. Hiervoor wordt soms gekozen, omdat voltijders dan in de ongeveer 39 lesweken plus een aantal dagen in een vakantie, wél volledig kunnen worden ingeroosterd. Het nadeel van zo’n langere wekelijkse arbeidsduur is echter dat deeltijders daardoor in veel gevallen in relatie tot hun aanstelling meer arbeidsuren dan hun jaarlijkse arbeidsduur zullen worden ingeroosterd, die dan weer extra moeten worden vrijgeroosterd. Bovendien is het onlogisch en leidt het alleen maar tot verwarring, wanneer bij een aanstelling van 40 uur toch 42 uur per week wordt ingeroosterd. 

Verlofberekening klopt niet meer bij andere werkweek dan 40 uur
Het grootste bezwaar echter tegen een andere week dan een 40-urige, is dat dan de verlofberekeningen niet meer kloppen. De verlofuren van het budget duurzame inzetbaarheid zijn immers gebaseerd op de 40-urige werkweek: een verlof van bijvoorbeeld 160 uur is omgerekend precies 4 werkweken. Bij een andere werkweek dan 40 uur, zou elke week verlof dan méér of mínder uren tellen!

En bij een 42-urige werkweek bijvoorbeeld, zou een ouderschapsverlofopname van een week dus 42 uur tellen, en de verlofopnemer dus méér kosten dan bij een 40-urige werkweek.

We adviseren daarom te blijven uitgaan van de 40-urige werkweek. Met behulp van de verhoudingsgewijze inroostering kunnen dan de optredende inroosterverschillen tussen deeltijders en voltijders desgewenst worden rechtgetrokken.

 

Theoretische duur van de werkweek

De gekozen arbeidsduur per week kan variëren, omdat deze in feite theoretisch is. Het is slechts een hulpmiddel om iedereen naar verhouding tot zijn of haar aanstelling op jaarbasis een gelijk aantal plaats- en tijdgebonden werkdagen in te roosteren en de verlofuren voor iedereen op gelijke wijze te kunnen berekenen. Als er daarom na inroostering op basis van de vaste werkdagen nog een aantal arbeidsuren overblijft (zoals bij voltijders bij een 40-urige werkweek altijd zo is), is dat geen enkel probleem, want aan de werkelijke jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling en de verdeling daarvan over de 5 jaartaakonderdelen, verandert deze (theoretische) inroostering niets. De verdeling van de activiteiten en taken over de 5 jaartaakonderdelen wordt niet beïnvloed door de inroostering van de arbeidsuren en omvat altijd de gehele arbeidsduur.

Het enige wat er dus van te zeggen valt, is dat bij degenen bij wie op jaarbasis wat minder arbeidsuren zijn ingeroosterd, een aantal van die al of niet geplande activiteiten en taken buiten de ingeroosterde werkdagen verricht worden.

Lees daar hier meer over. 


Schema van standaardverdeling staat los van eventueel benoemingsschema

Denk eraan dat bovengenoemde standaardverdeling los staat van een eventueel schema van benoemingsuren. Een reguliere benoeming gebeurt namelijk altijd in héle uren met een minimum van 8 uur. Een benoeming voor één dag telt dus minimaal 8 of 9 uren en een benoeming voor twee dagen 16 of 17 uren enz.. Waarbij in het oog moet worden gehouden dat een deeltijdbenoeming van 8 of 16 uren bij een maximale lestaak van 940 uur, doorgaans te weinig lesuren oplevert om een heel schooljaar één resp. twee dagen per week les te kunnen geven.

Dus wanneer je wilt voorkomen dat leerkrachten lesuren moeten worden uitgeroosterd omdat hun maximale jaarlijkse lestaak op basis van hun vaste lesdagen is overschreden, dan kun je dit bewerkstelligen door voor de aanstelling iets méér uren te rekenen dan de uren per werkdag volgens bovengenoemd schema. Wanneer je het eerste werkblad lesurenberekening volledig hebt ingevuld, is met een proefinroostering eenvoudig vast te stellen welke aanstelling bij een bepaald aantal lesdagen per week voldoende is om het gehele schooljaar te kunnen lesgeven. Dit geldt uiteraard alleen voor deeltijders, aangezien voltijders bij een 40-urige werkweek een maximale lestaak van 940 uur hebben.

Wanneer echter een grotere maximale lestaak is afgesproken (collectief of individueel), is een benoeming van 8 uur per dag wellicht wél mogelijk. Als het eerste werkblad Lesurenberekening volledig is ingevuld (vul in dit geval in rubriek G van dit werkblad de nieuwe afgesproken maximale lestaak in van bijv. 950 uur i.p.v. 940 uur), kun je dit met een proefinroostering heel eenvoudig nagaan.

Deze voltijder is op basis van de 40-urige werkweek, inclusief drie extra dagen in de zomervakantie (F), 56 arbeidsuren minder ingeroosterd dan de jaarlijkse arbeidsduur van 1659 uur (zie rubriek H). Tegelijkertijd is deze 50 lesuren méér ingeroosterd dan de maximale lestaak van 940 uur (zie rubriek I). In rubriek J is de opbouw van de jaartaak te zien op basis van de inroostering van 990 lesuren. Ondanks dat er 56 arbeidsuren minder plaats- en tijdgebonden zijn ingeroosterd, blijft de jaartaak (met alle daarbinnen geplande of te plannen taken en activiteiten) toch gewoon 1659 uur. Wanneer de 50 lesuren alsnog worden uitgeroosterd (niet vrij), wordt het aantal uren voor de overige taken vanzelf navenant groter, zodat de totale arbeidsduur altijd 1659 uur blijft.

 

De inroostering van OOP’ers zónder lesondersteunende taken

De arbeidsuren van OOP’ers zonder lesondersteunende taken (zoals een logopedist, conciërge, administratief medewerker etc.), worden volgens een individueel arbeidsurenschema ingeroosterd. Deze wekelijkse inroostering vul je daarom bij elk teamlid OOP apart op het teamlidblad in.

Deze OOP’ers hebben drie taakonderdelen: de duurzame inzetbaarheid, de professionalisering en de  werkzaamheden.

Inroosterwijze 1 of 2
Er kan voor gekozen worden om net als bij het OP de totale arbeidsduur in te roosteren (inroosterwijze 1), maar bij het OOP zonder lesondersteunende taken is het wellicht duidelijker om in rubriek A alleen de uren voor de werkzaamheden in te roosteren (inroosterwijze 2). De ingeroosterde uren in rubriek A zijn dan dus de tijd- en plaatsgebonden uren waarop de OOP’er op school aanwezig is om de werkzaamheden uit te voeren.

De nietingeroosterde overblijvende uren zijn dan dus de uren voor de duurzame inzetbaarheid en professionalisering die buiten de ingeroosterde tijd voor de werkzaamheden naar eigen inzicht gedurende het schooljaar worden besteed. Op elk teamlidblad OOP wordt in rubriek A een indicatie gegeven van het aantal uren dat wekelijks moet worden ingeroosterd voor de werkzaamheden, om (vrijwel) precies het aantal uren voor de duurzame inzetbaarheid en professionalisering over te houden.

Dit teamlid OOP heeft een arbeidsduur van 980 uur, waarvan er 828 plaats- en tijdgebonden zijn ingeroosterd. In A zijn wekelijks 21 uur ingeroosterd. Na aftrek van vakanties en vrije dagen waren er toen 835 uur ingeroosterd. Door in E nog 7 uur extra uit te roosteren, bleven er nog precies 152 (102 + 50) uren over voor de activiteiten duurzame inzetbaarheid en professionalisering. Deze overblijvende 152 uur worden dus gedurende het schooljaar naar eigen inzicht (eventueel volgens de geplande activiteiten op de tweede pagina van het teamlidblad) met activiteiten gevuld.

 

o.t.-activiteiten en specificering werkzaamheden

Voor het OOP zonder lesondersteunende taken worden geen aparte uren voor de overige taken berekend, maar zij kunnen er natuurlijk wél aan deelnemen, zoals aan werkgroepen of de (G)MR. Om er nu voor te zorgen dat deze deelname ook wordt opgenomen in te maken overzichten, kunnen deze activiteiten worden vermeld in rubriek C op de tweede pagina van het teamlidblad.

Wanneer daar behoefte aan is, kan deze rubriek ook gebruikt worden om de werkzaamheden nader te specificeren. Deze specificering en bovengenoemde deelname aan o.t.-activiteiten kan in rubriek C ook gecombineerd worden. Zie het voorbeeld hieronder.

Lees hier meer over inroosterwijze 2 >

*) Méér rendement van de arbeidsurenverdeling bij een kortere leswoensdag

Wanneer alle arbeidsuren worden ingeroosterd, levert één arbeidsuur 0,57 lesuur op (940/1659).

5 dagen van 8 uur
Bij 5 werkdagen van 8 uur levert een werkdag 4,56 ( 8 x 0,57) lesuren op; dat is voor de héle lesdagen te weinig, maar voor de (kortere) woensdag weer te veel.

4 dagen van 8,5 uur + 1 x 6 uur
Eén werkdag van 8,5 uur levert 4,85 lesuren op; dat zal ook net iets te weinig zijn, maar minder te weinig dan bij een 8-urige werkdag.
De woensdag levert 3,42 lesuren op; dat zal in veel gevallen net voldoende zijn.

Bij voltijders maakt de verdeling van de arbeidsuren over de weekdagen natuurlijk niet uit, maar bij deeltijders maakt het wél uit en zal bij een kortere leswoensdag de evenwichtiger verdeling van 4 x 8,5 + 1 x 6 over de gehele formatie gerekend méér in te roosteren lesuren opleveren.