Hoe (en waarom) verdeel je de arbeidsuren over de weekdagen?

Sinds 2018 is de 40-urige werkweek ‘geen factor’ meer bij de werkverdeling. Hiermee is met het badwater ook het kind weggegooid, want er is nu geen enkel houvast meer bij de bepaling van het aantal werkdagen dat passend is binnen een aanstelling. Dit leidt niet zelden tot verhitte discussies over bijvoorbeeld de verlangde aanwezigheid op een studiedag die bij een deeltijder niet op een vaste werkdag valt. En dat is jammer, want met enkele eenvoudige afspraken en een instrument als WerkverdelingPO is dit eenvoudig en transparant op te lossen.
Inhoud

Werkdagen staan los van de werkverdeling

Voor een goed begrip is het belangrijk je te realiseren dat de inroostering van de werkdagen en de werkverdeling twee verschillende dingen zijn, want bij de werkverdeling worden de taken en activiteiten over het team verdeeld, en bij het inroosteren van de werkdagen gaat het er alleen maar om op welke dagen je op school aanwezig bent.
Ze staan dus los van elkaar: de verdeling van taken en activiteiten heeft geen invloed op de inroostering van de werkdagen en omgekeerd.

het werk

De via het werkverdelingsplan toebedeelde (les)taken en activiteiten vormen het werk, en de in totaal benodigde tijd om die taken en activiteiten uit te voeren, moet passen binnen ieders jaarlijkse arbeidsduur.

de werkdagen

De werkdagen zijn de dagen dat je op school aanwezig bent om het werk te doen. Dat werk kan uit lesgeven of nakijken bestaan, maar ook het bijwonen van een vergadering of studiedag  of andere overige taak zijn.
De met de werkdagen ingeroosterde arbeidsuren moeten passen binnen de jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling.

het werk en de werkdagen zijn niet inwisselbaar

Als er binnen de werkverdeling meer werk is ingepland dan waarvoor binnen de arbeidsduur tijd is, kan dat niet worden gecompenseerd door minder werkdagen in te roosteren, want dat verandert niets aan het feit dat er teveel werk is ingepland.
Omgekeerd, wanneer er teveel werkdagen zijn ingeroosterd, kan dat niet worden gecompenseerd door de hoeveelheid werk te verminderen, want ook dat verandert niets aan het feit dat met de teveel ingeroosterde werkdagen de arbeidsduur wordt overschreden en dit dus eigenlijk overwerk is.

aanwezigheidstijd

De afgesproken uren van een werkdag hoeven niet allemaal op school te worden doorgebracht, want buiten het lesgeven en vergaderen kan veel werk ook op een andere tijd of plaats worden gedaan. Het team spreekt daarom af welke tijd iedereen op een werkdag minimaal vóór en na lestijd aanwezig is voor noodzakelijk kort overleg: de aanwezigheidstijd.

de arbeidsduur van een werkdag of op-school-dag is slechts een maateenheid

Een werkdag van acht uur betekent dus niet dat iedereen op die dag acht uur op school moet zijn. Een werkdag kan daarom misschien beter een ‘op-school-dag’ worden genoemd, waarvan de duur een  – theoretische – maateenheid is bij de vaststelling van het aantal werkdagen dat in ieders jaarlijkse arbeidsduur past.

Het is niet nodig de volledige arbeidsduur in werkdagen in te roosteren

Omdat de werkverdeling los staat van het aantal dagen dat men op jaarbasis op school, is het dus ook niet noodzakelijk dat de volledige arbeidsduur in op-school-dagen wordt ingeroosterd.
Op basis van een 40-urige werkweek kan dat ook niet altijd, want in de doorgaans 38 á 39 schoolweken plus enkele dagen in de zomervakantie, kan de arbeidsduur van 1659 uur van een voltijder nooit volledig in werkdagen worden ingeroosterd.
Maar dat is natuurlijk geen enkel probleem, want het meer of minder inroosteren van op-school-dagen verandert voor een voltijder niets aan de volgens het werkverdelingplan toebedeelde hoeveelheid werk: het totale tijdsbeslag van alle geplande (of nog te plannen) activiteiten binnen de 4 jaartaakonderdelen is namelijk altijd gelijk aan de jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling.
Minder ingeroosterde werkdagen betekent dus alleen maar dat een deel van de activiteiten buiten de ingeroosterde arbeidsduren van de werkdagen verricht wordt, en in het geheel niet dat er daardoor minder gewerkt zou worden!

het inroosterpercentage van de voltijder als referentiepunt

Wanneer het bij voltijders geen probleem is wanneer niet alle arbeidsuren volgens de aanstelling in werkdagen worden ingeroosterd, hoeft het dat ook niet bij deeltijders te zijn.
Het inroosteringspercentage van de voltijder (meestal rond de 96% van 1659 uur) kan dan als referentiepunt bij de deeltijders dienen.
Een inroosteringspercentage van de arbeidsuren in werkdagen tussen 96% en 100%, is dan ook bij deeltijders een aanvaarbare bandbreedte van de inroostering van de op-school-dagen (werkdagen).

De 40-urige werkweek blijft de basis van de berekening

Om het ‘probleem’ van de nietingeroosterde arbeidsuren ‘op te lossen’, wordt soms gerekend met een werkweek van 42 uur.
Dat is echter helemaal geen goed idee.

Ten eerste is het, zoals hierboven al gezegd, helemaal niet nodig dat per se álle arbeidsuren in werk- of op-school-dagen plaats- en tijdgebonden worden ingeroosterd; veel werk is namelijk helemaal niet plaats- en tijdgebonden.

Ten tweede blijft de 40-urige werkweek de maatstaf bij benoemingen (en dus het salaris), en wordt ook een verlof in de arbeidsuren van de 40-urige werkweek berekend (één week verlof ‘kost’ dus 40 uur).
We blijven bij de berekening van de ingeroosterde arbeidsuren in op-school-dagen daarom uitgaan van de 40-urige werkweek.

Het enige wat we binnen de school moeten afspreken is hoe we die veertig uur over de weekdagen verdelen.

De urenverdeling over de weekdagen geldt voor iedereen

De gekozen urenverdeling geldt voor iedereen, ook voor teamleden met een ‘oude’ benoeming van vóór 2014.
Op basis van de arbeidsuren per werkdag kan de planner nu aan de hand van de ingeroosterde werkdagen berekenen hoeveel arbeidsuren er in op-school-dagen zijn ingeroosterd en hoe zich die aanwezigheid op school verhoudt tot de jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling.

De verdeling van de arbeidsuren over de weekdagen

De gekozen verdeling van de arbeidsuren over de weekdagen vul je in op het werkblad lesurenberekening.
Wanneer bij benoemingen 8 uur per dag wordt gerekend, dan is het wel zo logisch deze verdeling in het verdeelschema ook aan te houden.
Maar wordt er bij benoemingen rekening gehouden met korte en lange lesdagen, dan houd je een verdeling aan van bijvoorbeeld 8:30* uur per lange dag en 6:00 uur voor een korte dag.

De verdeling over de ochtend en de middag kun je verder laten afhangen van de ochtend- en middaglestijd. Deze verdeling over de ochtend en middag is alleen van belang wanneer de arbeidsuren van dagdelen moeten worden in- of uitgeroosterd.

Scholen met 5 gelijke lesdagen kiezen bovenstaande verdeling.
 

Scholen met één kortere lesdag en waar bij benoemingen ook rekening wordt gehouden met de lengte van een lesdag, kunnen deze verdeling kiezen. Een aanstelling voor twee lange dagen is dan 17 uur, en voor twee lange en een korte  lesdag 23 uur enz.. Het voordeel hiervan is dat bij deze aanstellingen de maximale lestaak van deeltijders beter aansluit bij het aantal benodigde lesuren dan wanneer voor elke dag 8 aanstellingsuren worden gerekend.
 

Voor- en nadelen van de verschillende verdelingen op een school met ongelijke lesdagen

Scholen met een of twee kortere lesdagen kiezen vaak toch voor een benoemingsschema van 8 uur per dag.
Voordeel hiervan is dat het bij wisseling van werkdagen voor de berekening niet uitmaakt op welke dagen men werkt. Nadeel is dat bij een verlofopname niemand voor een korte dag kiest als, letterlijk voor hetzelfde geld, ook een langere lesdag als verlofdag kan worden gekozen.

En een ander nadeel is dat bij sommige dagcombinaties de maximale lestaak volgens de aanstelling helemaal niet aansluit bij bepaalde lesdagcombinaties, waardoor veel deeltijders te veel lesuren worden ingeroosterd, terwijl andere juist nietingeroosterde lesuren overhouden.
Een benoeming van 32 uur voor 4 lange lesdagen bijvoorbeeld levert voor deze dagen een veel te kleine maximale lestaak, terwijl bij een benoeming van 8 uur voor een korte lesdag juist nietingeroosterde lesuren overblijven.

formatieve disbalans tussen het benoemingsschema en de lesdagen

Een benoemingsschema van 8 uur per dag op een school met verschillende lestijden per dag, levert dus een formatieve disbalans op die bij veel deeltijders – wanneer zij die extra lesuren niet willen geven – tot veel extra uit of in te roosteren lesuren leidt.
Bovendien zullen dan deeltijders die op een korte lesdag werken en veel lesuren overhouden, de uitgeroosterde deeltijders buiten hun vaste werkdagen moeten vervangen. Dit zal binnen het team veel onrust geven en is ook nadelig voor de continuïteit van het onderwijs.

de enige oplossing

Wanneer ook bij ongelijke lesdagen wordt vastgehouden aan een benoemingsschema van 8 uur per werkdag, doe je er dus het beste aan je lesrooster aan te passen aan 5 gelijke lesdagen.

Lees meer over deze disbalans in: Help ik zie allemaal rode cijfers!

De duidelijkheid van de berekening voorkomt voortaan discussies

Over de – verlangde – aanwezigheid op een studiedag die bij een deeltijder niet op zijn/haar vaste werkdagen valt, is vaak veel discussie. Vaak vinden deeltijders het onredelijk wanneer hen gevraagd wordt op zo’n dag toch aanwezig te zijn; het voelt als een extra werkdag waarvoor zij niet betaald (denken te) worden.
Op de jaartaakberekening is echter duidelijk te zien dat een paar extra werkdagen in de zomervakantie en het bijwonen van enkele studiedagen die niet op een vaste werkdag vallen, in veel gevallen best verlangd kan worden omdat zij passen binnen de jaarlijkse arbeidsduur.
Alleen bij deeltijders die gezien hun vaste werkdagen eigenlijk een te kleine aanstelling hebben, kan het gebeuren dat door de ‘extra’ inroostering’ hun jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling wordt overschreden. In dat geval is extra uitbetaling van deze dagen, of beter nog een iets grotere aanstelling, de enige oplossing.

De inroostering van werkdagen beschermt deeltijders tegen overmatige inroostering

Bij het inroosteren van de werkdagen volgens de afgesproken verdeling van de 40-urige werkweek over de weekdagen, snijdt het mes dus aan twee kanten. Enerzijds is het bij deeltijders duidelijk of ‘extra’ ingeroosterde dagen wel of niet binnen hun aanstelling passen. En anderzijds beschermt het deeltijders tegen een in verhouding tot hun aanstelling overmatige inroostering van werkdagen.

Samenvatting

  • Voltijders brengen in een schooljaar plus enkele dagen in een vakantie, ongeveer 96% van hun arbeidsduur van 1659 uur op school door;
  • Een inroosteringspercentage in werkdagen tussen 96% en 100% is dan ook bij deeltijders acceptabel;
  • De inroostering van de arbeidsuren in werkdagen is slechts bedoeld om er voor te zorgen dat ieders arbeidsduur in ongeveer gelijke mate op school wordt doorgebracht;
  • De afgesproken arbeidsuren per werkdag vormen slechts een theoretische rekenmaat en de uren van een werkdag behoeven dan ook niet volledig op school te worden doorgebracht;
  • Per werkdag wordt de verplichte aanwezigheid vóór en na schooltijd geregeld door de teamafspraak over de aanwezigheidstijd.
  • Een in vergelijking met de jaarlijkse arbeidsduur teveel aan toebedeelde taken en activiteiten, kan niet gecompenseerd worden door extra vrije tijd, want minder of kortere werkdagen veranderen niets aan de hoeveelheid werk! Hier meer informatie over dit soort valkuilen.
  • Benoemingen van 8 uur per dag bij een lesrooster met ongelijke lestijden sluiten, gelet op de maximale lestaak van deeltijders, minder goed aan en leiden tot een formatieve disbalans.