planner voor het basisonderwijs
Taakberekening PO

Wat doe je met méér of mínder ingeroosterde les- of arbeidsuren?

Wanneer de Lesurenberekening is ingevuld en de teamleden zijn ingevoerd en volgens de vaste werkdagen zijn ingeroosterd op het Formatieoverzicht, kan op de teamlidbladen het resultaat van deze eerste inroostering worden bekeken. Vrijwel altijd zullen er na deze eerste inroostering les- en/of arbeidsuren te weinig of teveel zijn ingeroosterd. Hoe ga je hiermee om?

De 40-urige werkweek is geen factor meer bij de werkverdeling

Per 1-8-2019 is de 40-urige werkweek geen factor meer bij de werkverdeling. Dit betekent concreet dat het wekelijks aantal ingeroosterde arbeidsuren niet meer precies even groot hoeft te zijn als het aantal uren van de aanstelling. Elk teamlid OP en OOP met lesondersteunende taken kan dus volgens een voor iedereen geldend schema van de verdeling van de 40-urige werkweek over de weekdagen worden ingeroosterd. In de meeste gevallen zal dit schema neerkomen op 4 x 8:30 uur en 1 x 6:00 uur bij één kortere les(woens)dag-, en 5 x 8:00 uur bij 5 gelijke lesdagen.


Het jaarlijks aantal ingeroosterde uren is leidend

Bij de inroostering is dus niet meer het aantal aanstellingsuren per week leidend, maar het aantal ingeroosterde arbeidsuren per schooljaar. Het totaal aantal ingeroosterde arbeidsuren mag het aantal arbeidsuren volgens de wtf (wtf x 1659 uur) niet overschrijden. Wanneer de berekening op basis van de vaste wekelijkse werkdagen dus meer uren oplevert dan de jaartaak volgens de wtf, zullen deze moeten worden vrijgeroosterd in de vorm van vrije uren of dagen, of moeten worden gecompenseerd in geld.

De meer of minder ingeroosterde arbeidsuren

Overblijvende arbeidsuren

In veel gevallen zullen er op jaarbasis na de inroostering van de vaste wekelijkse werkdagen van de jaartaak, nog een aantal nietingeroosterde arbeidsuren overblijven. Bij voltijders is dat overigens altijd het geval, aangezien zij in ongeveer 39 weken van 40 uur nooit 1659 uur kunnen worden ingeroosterd. Hun percentage aan ingeroosterde arbeidsuren schommelt doorgaans rond de 96%.

Deze overblijvende uren vormen overigens geen probleem, want de jaartaak (de som van alle uren voor alle activiteiten binnen de 5 taakonderdelen) blijft onveranderd 1659 uur, ingeroosterd of niet! De overblijvende arbeidsuren worden dus geacht gedurende het schooljaar niet plaats- en tijdgebonden gewerkt te worden.


Meer of minder ingeroosterde arbeidsuren bij deeltijders

Het verschil tussen deeltijders en voltijders is dat de arbeidsuren van deeltijders wél volledig kunnen worden ingeroosterd. Indien dat gebeurt betekent dat, dat zij standaard 1 á 2 werkweken tijd- en plaatsgebonden langer worden ingeroosterd dan de voltijders.

Er is dus veel voor te zeggen om deeltijders (én voltijders die een verlof d.i. opnemen – zie onder) verhoudingsgewijs (procentueel) even lang in te roosteren als voltijders.


Minder ingeroosterde arbeidsuren betekent niet minder werken!

Net als bij voltijders betekent het minder inroosteren van de arbeidsuren dan volgens de aanstelling niet dat er minder gewerkt wordt, De berekende jaartaak met alle daarin vastgelegde taken blijft onveranderd gebaseerd op het jaarlijks aantal arbeidsuren volgens de aanstelling. Het minder inroosteren van de arbeidsuren betekent dus slechts dat een iets groter aantal arbeidsuren niet plaats- en tijdgebonden gewerkt wordt!


Automatische berekening  arbeidsuren in dezelfde verhouding als voltijders

In hoeverre de ingeroosterde uren afwijken van die van een voltijder is eenvoudig te zien aan het in rubriek H getoonde inroosterpercentage (indien ingeschakeld). Wanneer er geen voltijder is op je school, rooster je hiertoe een virtuele voltijder in.

Vanaf versie 5.10.5 kan op het werkblad Lesurenberekening in rubriek F het inroosteringspercentage van een volledig (dus inclusief de uren van de eventuele dagen die worden gewerkt in de zomervakantie) ingeroosterde voltijder worden ingevuld. Op elk teamlidblad wordt dan naast rubriek H het aantal in te roosteren en overblijvende arbeidsuren in dezelfde verhouding als bij een voltijder getoond en kun je het aantal nog in- of uit te roosteren arbeidsuren hieraan aanpassen.

In rubriek F op het werkblad Lesurenberekening is het inroosterpercentage ingevuld van een volledig ingeroosterde voltijder op deze school.

Deze leerkracht is op basis van de vaste werkdagen 66 arbeidsuren minder ingeroosterd dan de netto arbeidsduur. Ernaast is nu te zien dat als deze leerkracht 30 arbeidsuren minder zou zijn ingeroosterd, deze verhoudingsgewijs even lang plaats- en tijdgebonden is ingeroosterd als een voltijder. (De naast rubriek H getoonde berekening wordt niet afgedrukt op het teamlidblad)

Er zijn nu nog 36 arbeidsuren extra ingeroosterd in rubriek F, waardoor het inroosterpercentage gelijk is geworden aan die van een voltijder. De overblijvende 30 arbeidsuren worden dus gedurende het schooljaar niet plaats- en tijdgebonden gewerkt.

Op deze wijze kan dus elk teamlid OP heel eenvoudig verhoudingsgewijs even lang worden ingeroosterd als een voltijder op die school.


Verhoudingsgewijze inroostering vooral van belang bij voltijders die een verlof duurzame inzetbaarheid opnemen

Wanneer voltijders een verlof duurzame inzetbaarheid opnemen, kan hun nieuwe arbeidsduur binnen de schoolweken nu wél volledig worden ingeroosterd. Dit kan er toe leiden dat van een verlof van 170 uur plaats en tijdgebonden ongeveer nog slechts 120 uur overblijft!

voorbeeld

Een voltijder kan bijvoorbeeld in enig jaar maximaal 1609 uur worden ingeroosterd. De resterende 50 uur wordt gedurende het schooljaar dus niet tijd- en plaatsgebonden gewerkt. Wanneer deze voltijder 170 uur verlof opneemt, wordt de nieuwe arbeidsduur 1489 uur, welke tijdens de schoolweken nu wél volledig kan worden ingeroosterd. In de praktijk gaat deze voltijder dus terug van 1609 plaats- en tijdgebonden ingeroosterde arbeidsuren naar 1489. Van het ingeroosterde verlof blijft in werkelijkheid dus maar 120 uur over!

Wanneer je gebruik maakt van de verhoudingsgewijs even lange inroostering wordt dit probleem voorkomen.

 De meer of minder ingeroosterde lesuren

Realiseer je dat er ten aanzien van de inroostering een verschil bestaat tussen de les- en arbeidsuren. De lesuren maken namelijk deel uit van de arbeidsuren. Wanneer er ‘te weinig’ lesuren zijn ingeroosterd, betekent dat dus niet dat er te weinig gewerkt wordt. Het betekent slechts dat er minder lesuren zijn ingeroosterd dan het (afgesproken) maximum naar rato van de aanstelling.

Als er minder lesuren dan dit maximum zijn ingeroosterd en er daardoor ook minder uren voor het voor- en nawerk zijn berekend, blijven er automatisch méér uren over voor de Overige taken. Binnen de jaartaakopbouw in rubriek J vindt dus een automatische verschuiving plaats van lesuren (en uren voor het voor- en nawerk) naar de Overige taken. Omgekeerd, wanneer er méér lesuren dan het maximum naar rato zijn ingeroosterd, betekent dit dat het aantal uren dat voor de Overige taken overblijft, navenant kleiner is.

 

Meer of minder ingeroosterde lesuren

Door de automatisch verrekening van de meer of minder ingeroosterde lesuren met de uren voor de overige schooltaken, is het niet altijd nodig om deze te corrigeren. Wanneer dus op basis van de vaste lesdagen iets mínder lesuren blijken te zijn ingeroosterd dan de maximale lestaak, kan dit zo worden gelaten. Wanneer iets méér lesuren zijn ingeroosterd, zal met de leerkracht moeten worden overlegd of dit zo wordt gelaten, of dat er lesuren extra moeten worden uitgeroosterd (in rubriek E op het betreffende teamlidblad).

 

Als het verschil erg groot is

Wanneer echter het verschil tussen de ingeroosterde lesuren op basis van de vaste lesdagen en de maximale lestaak erg groot is, moet je je afvragen of de aanstelling van de leerkracht wel in overeenstemming is met de gekozen vaste werkdagen.

Bij opnemers van een verlof duurzame inzetbaarheid zal het vaak voorkomen dat de beschikbare lesuren (en arbeidsuren – zie onderaan) niet volgens een wekelijks aantal vaste lesdagen kunnen worden ingeroosterd. Er zullen dan naast de vaste lesdagen nog een aantal losse lesdagen of -dagdelen moeten worden in- of uitgeroosterd (zie ook hieronder bij arbeidsduur).

 

TaakberekeningPO gebruikt alleen cookies voor statistische gegevens over het websitebezoek