Wat doe je met de méér of mínder ingeroosterde les- of arbeidsuren?

Wanneer de Lesurenberekening is ingevuld en de teamleden zijn ingevoerd en volgens de vaste werkdagen zijn ingeroosterd op het Formatieoverzicht, kan op de teamlidbladen het resultaat van deze eerste inroostering worden bekeken. Vrijwel altijd zullen er na deze eerste inroostering les- en/of arbeidsuren ‘te weinig of teveel‘ zijn ingeroosterd. Hoe ga je hiermee om?

inhoud

 

Niet álle les- en arbeidsuren behoeven te worden ingeroosterd

meer of minder ingeroosterde lesuren
Wanneer er op de vaste werkdagen op jaarbasis meer of minder lesuren blijken te zijn ingeroosterd dan de maximale lestaak volgens de aanstelling, wordt dit in de planner automatisch verrekend met resp. minder of meer uren voor de overige taken. Minder of meer ingeroosterde lesuren betekent dus niet dat er teveel of te weinig gewerkt wordt en behoeven dus in principe niet gecorrigeerd te worden met extra uit- of in te roosteren lesuren. Om méér ingeroosterde lesuren zo te laten, is wel de instemming van de leerkracht nodig.

meer of minder ingeroosterde arbeidsuren
Sinds de invoering van het werkverdelingsplan in 2018, gaat de CAO-PO er vanuit dat de taken en activiteiten die elk teamlid krijgt toebedeeld qua tijdsbeslag passen binnen ieders jaarlijkse arbeidsduur en dat een verdere inroostering van de arbeidsuren daarom niet meer nodig is.
Hierbij wordt over het hoofd gezien dat naast de werkverdeling ook het aantal plaats- en tijdgebonden* werkdagen moet worden geregeld. Om willekeur en getouwtrek daarover te voorkomen is het noodzakelijk dat er een berekeningsmodel is waarmee ieders werkdagen in relatie tot de aanstelling transparant en uniform bepaald kan worden.

*Overigens zijn ook ingeroosterde werkdagen niet geheel plaats- en tijdgebonden; alleen de afgesproken aanwezigheidsuren per werkdag zijn dat.

De verdeling van de taken en activiteiten en de inroostering van de arbeidsuren in werkdagen hebben beide de jaarlijkse arbeidsduur als bovengrens, maar staan verder los van elkaar. Wanneer dus minder arbeidsuren in de vorm van werkdagen zijn ingeroosterd dan de arbeidsduur, betekent dat niet dat er minder gewerkt wordt, want aan de oorspronkelijke taakverdeling verandert de inroostering niets.
Minder ingeroosterde werkdagen dan het maximum aantal volgens de jaarlijkse arbeidsduur, kunnen dus in veel gevallen zo gelaten worden. Méér ingeroosterde werkdagen moeten worden uitgeroosterd of extra worden uitbetaald, want anders zou iemand langer plaats- en tijdgebonden op school aanwezig moeten zijn dan volgens de arbeidsduur gerechtvaardigd is.

voltijders kunnen niet volledig worden ingeroosterd
De arbeidsduur van voltijders kan met een 40-urige werkweek in ongeveer 39 schoolweken plus een aantal dagen in de zomervakantie, nooit volledig in werkdagen worden ingeroosterd. Zoals hierboven al gezegd is dat geen probleem, want het verandert niets aan de toebedeelde taken en activiteiten bij de werkverdeling, die immers altijd gebaseerd is op de volledige arbeidsduur van 1659 uur.

deeltijders kunnen wél volledig worden ingeroosterd
Ook deeltijders blijken op basis van hun vaste werkdagen in veel gevallen minder werkdagen ingeroosterd te zijn dan op basis van hun arbeidsuren zou kunnen. Ook bij hen is dat geen probleem, want ook bij hen verandert dat niets aan de hun tijdens de werkverdeling op basis van hun arbeidsduur toebedeelde taken en activiteiten. Maar deeltijders die op hun vaste werkdagen op jaarbasis méér arbeidsuren zijn ingeroosterd dan hun arbeidsduur, moeten een aantal werkdagen worden uitgeroosterd of extra uitbetaald, want dan is er sprake van overwerk!
In tegenstelling tot voltijders kunnen deeltijders buiten hun vaste werkdagen wél extra worden ingeroosterd. Soms is dat noodzakelijk, bijvoorbeeld als we verlangen dat deeltijders ook op hun nietwerkdag een studiedag bijwonen. Maar als extra inroostering niet noodzakelijk is, hoe bepalen we dan welke mate van inroostering acceptabel is en welke niet?

het inroosteringspercentage van de voltijder als referentiepunt
Het inroosteringspercentage van de voltijder kan bij deze afweging als referentiepunt worden gebruikt. Als we immers accepteren dat voltijders ongeveer 95% van hun arbeidsduur in werkdagen worden ingeroosterd, kunnen we dat bij deeltijders ook, en iedereen in principe voor (ongeveer) hetzelfde percentage inroosteren.
Het is daarbij niet nodig iedereen precies volgens ditzelfde percentage in te roosteren, maar het referentiepercentage kan behulpzaam zijn bij de afweging of de mate van inroostering van de arbeidsuren binnen een aanvaardbare bandbreedte valt. Wanneer dit percentage op het eerste werkblad in rubriek is ingevuld, wordt op de teamlidbladen OP naast rubriek H dit percentage en het aantal in te roosteren arbeidsuren volgens dit percentage getoond. Dit is slechts ter referentie bedoeld en het is niet noodzakelijk dat elk teamlid precies volgens de referentie wordt ingeroosterd. Het blauwe informatievakje naast rubriek H wordt overigens niet afgedrukt.

afspraken met het team
Het is uiteraard van belang dat dit alles in samenspraak met het team gebeurt. Zo kan bijvoorbeeld worden afgesproken bij welke afwijking van het referentiepunt een correctie plaats vindt en wanneer niet. Een optie daarbij zou kunnen zijn dat wanneer de afwijking naar boven of beneden minder dan een week is (gerekend in de aanstellingsuren van de betrokken leerkracht of de wekelijks ingeroosterde arbeidsuren volgens het verdeelschema in rubriek G op de lesurenberekening), er geen verdere correctie plaats vindt.

Lees hier meer over de verhoudingsgewijze inroostering.
 

Een grotere maximale lestaak afspreken

Omdat het aantal in te roosteren lesuren begrensd wordt door de maximale lestaak (940 uur voor voltijders), is er bij de méér ingeroosterde lesuren toestemming van de leerkracht nodig om dat zo te laten. Wanneer bij gelijke lestijden in alle groepen de onderwijstijd rond de 950 uur ligt, valt het te overwegen te onderzoeken of met het team kan worden afgesproken om de maximale lestaak te verleggen naar 950 of iets meer uren. Zoals hierboven al beschreven betekent dat geen verlenging van de arbeidsduur, want de méér ingeroosterde lesuren (+ de extra berekende uren voor het voor- en nawerk) komen dan in mindering op de uren voor de overige taken!

Lees daar hier meer over.