Algemene toelichting inroostering les- en arbeidsuren

Met de werkverdelingsplanner TaakberekeningPO kun je de les- en arbeidsuren en alle activiteiten binnen de taakonderdelen duurzame inzetbaarheid, professionalisering en overige taken van elk teamlid eenvoudig en transparant inroosteren en inplannen.

Hieronder worden deze planner en de delen uit de CAO-PO die daarmee samenhangen in het kort besproken. Bij elk onderdeel staan links naar meer informatie. Aanbevolen wordt deze toelichting eerst in zijn geheel te lezen en pas daarna kennis te nemen van de uitgebreidere toelichtingen via de links.

De inroostering van de les- en arbeidsuren

De opbouw van de jaartaak

Bij een volledige aanstelling van 40 uur (wtf 1,0) is de jaarlijkse arbeidsduur 1659 uur. Deze jaartaak omvat bij het OP en OOP met lesondersteunende taken vijf taakonderdelen:

  1. duurzame inzetbaarheid
  2. professionalisering
  3. lestaak
  4. voor- en nawerk (volgens een percentage over de ingeroosterde lesuren: de opslagfactor)
  5. overige (school)taken
 

Communicerende vaten

De eerste twee taakonderdelen zijn urenbudgetten waarvan de omvang volgens de CAO-PO bepaald wordt door resp. leeftijd en salarisnummer.

Voor de andere 3 taakonderdelen blijft dus altijd een vast aantal uren over die als in communicerende vaten onderling verbonden zijn. Wanneer er méér lesuren zijn ingeroosterd, worden er ook méér uren voor het voor- en nawerk berekend en blijven er dus minder uren over voor de overige taken en omgekeerd.

Minder of meer lesuren inroosteren dan het maximum op basis van de aanstelling heeft dus geen invloed op de jaarlijkse arbeidsduur en hoeft daarom niet per se gecorrigeerd te worden!

 

‘Terugkomdagen’ meestal onnodig

Er is in veel gevallen dus geen reden een leerkracht die op zijn vaste werkdagen op jaarbasis wat minder lesuren is ingeroosterd dan zijn maximale lestaak, op ‘terugkomdagen’ extra in te roosteren. Maar soms, wanneer er relatief veel lesuren én arbeidsuren niet ingeroosterd overblijven en wanneer dit noodzakelijk is om de formatie ‘rond’ te krijgen, kan er voor gekozen worden om naast de vaste werkdagen nog een aantal extra lesdagen in te roosteren.

Met leerkrachten die wat méér uren zijn ingeroosterd dan hun maximale lestaak, kan in overleg worden afgesproken dit zo te laten. Daarbij is het van belang dat de leerkracht weet dat de meer ingeroosterde lesuren worden gecompenseerd doordat er dan méér uren voor het voor- en nawerk zijn berekend en mínder voor de overige taken. Maar dit gaat uiteraard alleen op wanneer er van de verdeling van de overige taken serieus werk wordt gemaakt!

Wanneer teamleden na de eerste inroostering erg veel les- en of arbeidsuren overhouden of tekort komen, rijst natuurlijk wel de vraag of de aanstelling in overeenstemming is met de gekozen vaste werkdagen of omgekeerd.

Opnemers verlof duurzame inzetbaarheid
Bij opnemers van een verlof duurzame inzetbaarheid overigens, zal het vaak niet mogelijk zijn de netto lestaak en arbeidsuren volgens een vast weekschema in te roosteren. Het is dan noodzakelijk om naast de vaste werkdagen nog een aantal extra werkdagen in- of uit te roosteren (wat het handigst uitkomt).

 

Meer of minder ingeroosterde arbeidsuren

Ook het aantal ingeroosterde arbeidsuren op basis van de vaste werkdagen zal vrijwel nooit precies even groot zijn als de jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling. Omdat het hierbij om de totale arbeidsduur gaat mag deze in principe niet overschreden worden. Wanneer een teamlid méér arbeidsuren wordt ingeroosterd, ontstaat er in feite overwerk dat extra uitbetaald moet worden. Binnen bepaalde voorwaarden mag er maximaal 20% van de jaarlijkse arbeidsduur worden overgewerkt.

 

Niet álle arbeidsuren behoeven te worden ingeroosterd

In de meeste gevallen zullen er echter minder arbeidsuren zijn ingeroosterd. Dit komt doordat de wekelijkse aanstelling pas in ruim 42 werkweken de jaarlijkse arbeidsduur oplevert. Voltijders zullen in 38 á 39 schoolweken (+ enkele dagen in de zomervakantie) dus nooit aan 1659 uur komen, maar houden gemiddeld zo’n één á twee weken aan niet ingeroosterde arbeidsuren over.

Dit is echter geen enkel probleem, want aan de jaartaak met alle daarin vallende taakonderdelen van duurzame inzetbaarheid tot en met de overige taken plus alle daarbinnen geplande activiteiten, verandert niets: die jaartaak is en blijft, ingeroosterd of niet, 1659 uur! Het enige wat er van te zeggen valt is dat ongeveer 1600 uur van de jaartaakactiviteiten plaats- en tijdgebonden is ingeroosterd en ongeveer 60 uur in de loop van het schooljaar naar eigen inzicht niet plaats- en tijdgebonden gewerkt wordt.

 

Deeltijders kunnen wél volledig worden ingeroosterd, maar dat hoeft niet

Bij deeltijders zien we in principe hetzelfde. Ook hun aanstellingsuren leveren in 38 á 39 schoolweken meestal niet de volledige jaarlijkse arbeidsduur op. Maar er is echter wél een verschil: deeltijders kunnen sinds 2018 op basis van de afgesproken standaardverdeling van de arbeidsuren over de weekdagen, wekelijks korter of langer worden ingeroosterd dan hun aanstellingsuren. Dit kan er toe leiden dat een deeltijder op basis van de vaste werkdagen jaarlijks soms méér arbeidsuren plaats- en tijdgebonden is ingeroosterd dan zijn aanstelling. In dat geval zullen deze teveel ingeroosterde arbeidsuren moeten worden vrijgeroosterd of als overwerk extra moeten worden uitbetaald.

Maar wanneer echter een deeltijder op jaarbasis wat mínder arbeidsuren is ingeroosterd, kun je dit net als bij voltijders zo laten, want aan hun jaarlijkse arbeidsduur verandert daarmee niets, en werken zij dan door het jaar heen net als de voltijders een aantal uren niet plaats- en tijdgebonden.

 

Het inroosteringspercentage van de voltijder als referentiepunt

Ook deeltijders die wekelijks evenveel of iets minder arbeidsuren dan hun aanstelling zijn ingeroosterd kunnen na de inroostering op basis van de vaste werkdagen en enkele dagen in de zomervakantie, niet plaats- en tijdgebonden ingeroosterde arbeidsuren overhouden. Net zoals bij voltijders is het niet nodig deze alsnog allemaal (op terugkomdagen) extra in te roosteren. Als referentiepunt hierbij kan het inroosteringspercentage van de voltijder houvast bieden: als dat ongeveer overeenkomt met dat van de deeltijder, kunnen de niet ingeroosterde arbeidsuren zo gelaten worden. Alleen als er beduidend minder arbeidsuren zijn ingeroosterd, zou extra inroostering overwogen kunnen worden. Waarbij overigens wel de vraag rijst of de aanstelling dan wel in overeenstemming is met het wekelijks aantal ingeroosterde arbeidsuren (of omgekeerd).

Deeltijders die wekelijks lánger dan hun aanstelling worden ingeroosterd, zullen op jaarbasis soms méér uren zijn ingeroosterd dan hun maximale jaarlijkse arbeidsuur. In dat geval rest alleen nog het uitroosteren of extra uitbetalen van de teveel ingeroosterde uren. Ook hier rijst dan weer de vraag of de aanstelling wel in overeenstemming is met de gekozen vaste werkdagen.

Wanneer op het eerste werkblad lesurenberekening in rubriek G het inroosteringspercentage van de voltijder is ingevuld, wordt op elk teamlidblad in het blauwe vakje naast rubriek H het aantal ingeroosterde arbeidsuren getoond wanneer het betreffende teamlid verhoudingsgewijs evenveel arbeidsuren plaats- en tijdgebonden zou zijn ingeroosterd als een voltijder.

 

 

Dit aantal kan dan als vergelijkingspunt worden gebruikt bij de beoordeling of nadere in- of uitroostering van de arbeidsuren gewenst is. Het is natuurlijk niet nodig dit aantal precies zo in te roosteren. In bovenstaand voorbeeld van een voltijder die het verlof duurzame inzetbaarheid opneemt, zou deze nog ongeveer 30 arbeidsuren kunnen worden vrijgeroosterd om verhoudingsgewijs net zo veel niet plaats- en tijdgebonden ingeroosterde arbeidsuren over te houden als toen deze nog voltijder was.

 

Het verdelingsschema van de 40-urige werkweek

De verdeling van de arbeidsuren over de weekdagen en desgewenst de dagdelen, vul je in rubriek G in op het eerste werkblad Lesurenverdeling. Het is formatief gezien voordelig om deze verdeling in verhouding tot de lesurenverdeling te doen. Bij 5 gelijke lesdagen wordt dan gekozen voor 5 x 8:00 uur, maar bij een kortere leswoensdag levert een verdeling van 4 x 8:30 uur en 1 x 6:00 uur formatief gezien meer rendement op.

De standaardarbeidsurenverdeling van de 40-urige werkweek in rubriek G op het eerste werkblad

 

De aanstellingsuren in vergelijking tot het verdelingsschema

Het gekozen schema hoeft niet gelijk te zijn aan een eventueel in gebruik zijnd schema voor de bepaling van het aantal aanstellingsuren bij een bepaald aantal werkdagen. Dit is namelijk mede afhankelijk van eventuele afspraken over de maximale lestaak. Bij een maximale lestaak van 940 uur zal een aanstelling van 8 uur voor één dag in veel gevallen onvoldoende lesuren opleveren voor een heel schooljaar. Er kan dan beter gekozen worden voor een aanstelling van 9 uur, en bij een aanstelling van 2 dagen voor 17 uur, enz..

Wanneer er echter met het team afspraken over een hoger maximum van de lestaak zijn gemaakt, valt de berekening anders uit en levert een aanstelling van 8 of 16 uur wellicht wél voldoende lesuren op voor een heel schooljaar. Met behulp van de planner is het na volledige invulling van het eerste werkblad (Lesurenberekening) heel eenvoudig met een proefinroostering te zien welke aanstelling het beste past bij de beoogde werkdagen van een vacature.

LEES MEER

Hoe rooster je voltijders en deeltijders verhoudingsgewijs even lang in?
Wat doe je met de meer of minder ingeroosterde les- en arbeidsuren?
Weergave op het teamlidblad van de meer of minder ingeroosterde uren
Hoe verdeel je de arbeidsuren over de weekdagen?
Hoe bereken je de uren voor het voor- en nawerk en de overige taken?
De opbouw van de jaartaak

Berekeningsperiode

De periode waarover de planner de ingeroosterde les- en arbeidsuren berekent

Ieder schooljaar telt door de verschuivende zomervakantie een verschillend aantal lesweken. Door de ingeroosterde les- en arbeidsuren te berekenen over de periode van 1 oktober t/m 30 september, wordt deze fluctuatie in het jaarlijks aantal lesuren opgeheven en uitgegaan van het gemiddeld aantal lesuren van een schooljaar. Incidentele roosterafwijkingen aan het begin van het schooljaar in augustus en september (zoals bijv. studiedagen), worden om praktische redenen echter wél in de berekening van het betreffende berekeningsjaar meegenomen.

De gemiddelde lengte van het schooljaar in schoolweken is afhankelijk van het lesrooster, de vakanties, studiedagen en overige lesvrije dagen en is dus voor elke school verschillend, maar voor de meeste scholen levert dit een schooljaar van 38 á 39 schoolweken op.

LEES MEER

Over welke periode berekent de planner de ingeroosterde uren?

De aanwezigheidsuren van het team

In hun toelichting op het werkverdelingsplan betreuren de PO-raad en de vakorganisaties het, dat op veel scholen vrijwel de gehele arbeidsduur binnen de schoolmuren moet worden doorgebracht. Zij stellen dat dat nooit de bedoeling is geweest en dat deze inperking botst met de professionaliteit van de leerkrachten om zelf te kunnen bepalen waar en wanneer zij hun werkzaamheden verrichten.

Wellicht moeten de PO-raad en de vakorganisaties hierbij ook een hand in eigen boezem steken, want hun onwerkbare eisen in de CAO-PO 2014 over de nauwe begrenzing van de 40-urige werkweek en het (dure) overwerk dat daardoor dreigde te ontstaan, heeft zeker bijgedragen aan deze stringente en nogal kinderachtige interpretatie van de 40-urige werkweek.

 

Het team bepaalt zelf de aanwezigheidsuren

Per 1-8-2019 maakt het team nu binnen het werkverdelingsplan zélf afspraken over de tijd die het OP buiten de lestijd minimaal aanwezig is. Deze aanwezigheidstijd kan zich beperken tot de tijd die minimaal nodig is voor incidenteel kortstondig intern overleg en contact met ouders direct vóór en ná de lestijd. De teamleden hebben verder zelf de verantwoordelijkheid over waar en wanneer zij hun taken verrichten.

 

De aanwezigheidstijden moeten voldoende ruimte laten voor activiteiten buiten de werkdagen of in de avonduren

Omdat veel activiteiten, zoals het bijwonen van vergaderingen, ouderavonden, contactavonden en feestavonden grotendeels buiten deze aanwezigheidstijden plaats vinden, is het noodzakelijk de aanwezigheidstijden zo te kiezen dat er voor al deze bovengenoemde activiteiten zowel bij voltijders als deeltijders gemiddeld genomen op jaarbasis ruim voldoende arbeidsuren overblijven.

 

Ook de ingeroosterde arbeidsduur is niet volledig plaats- en tijdgebonden

In feite zijn dus ook van de ingeroosterde arbeidsuren alleen de lesuren en de aanwezigheidsuren volledig plaats- en tijdgebonden. De rest van de dagelijkse arbeidsduur wordt dus al naar gelang de werkzaamheden binnen of buiten de ingeroosterde tijd gewerkt.

Ambulante uren

Bij leerkrachten die deels of geheel ambulant zijn, worden volgens het hierboven beschreven algoritme alle niet ingeroosterde lesuren (plus de bijbehorende uren voor het voor- en nawerk) bij de overige taken gevoegd. Op de tweede pagina van het teamlidblad kunnen deze uren dan worden verdeeld over de uren voor de ambulante functietaken en – als het teamlid daaraan deelneemt – de overige taken.

Dit teamlid geeft op maandag t/m woensdag les en is op donderdag en vrijdag ambulant. Omdat er in verhouding tot de aanstelling minder lesuren zijn ingeroosterd, zijn er ook minder uren berekend voor het voor- en nawerk, en blijven er veel uren over voor de overige & ambulante taken. Een eventuele verdeling van deze 770 uren over de ambulante functietaken en de overige taken gebeurt op de tweede pagina van het teamlidblad (zie hieronder).

Met deze leerkracht is afgesproken dat 570 uur worden besteed aan de ambulante functietaken; er blijven dan 200 uur over voor de overige taken. Op de eerste regel van rubriek C worden de uren voor de ambulante functietaken ingevuld. Door een sterretje voor de omschrijving te plaatsen, blijft deze regel na sortering altijd bovenaan staan. Daaronder kunnen dan nog de activiteiten voor de overige taken worden ingevuld.


LEES MEER

Leerkrachten met geen of deels lesgevende taken

De planner aanpassen aan de eigen afspraken

Wanneer op een school met het team een andere maximale lestaak wordt afgesproken vul je dat nieuwe maximum in rubriek G (instellingen- zie hieronder) in op het eerste werkblad. In die rubriek vul je ook de gekozen opslagfactor voor het voor- en nawerk in en, als je gebruik wilt maken van de verhoudingsgewijze gelijke inroostering van de arbeidsuren, het inroosterpercentage van de voltijders.

Ook het wel of niet tonen van de inroosterverschillen tussen de maximale lestaak en de jaarlijkse arbeidsduur, kan in deze rubriek aan of uit worden gezet.

 

Onderscheid OP en OOP

Bij de inroostering van het OOP maken we in de planner onderscheid tussen het OOP mét lesondersteunende taken en het OOP zónder die taken. Bij de eerste groep denken we aan een lerarenondersteuner, onderwijs- of klassenassistent en bij de tweede groep aan een administratief medewerker, logopedist, schoolpsycholoog of een conciërge.

 

Het OOP mét lesondersteunende taken

Het OOP mét lesondersteunende taken wordt op dezelfde manier ingeroosterd als het OP. Alhoewel zij werken onder verantwoordelijkheid van het OP, verschillen hun werkzaamheden niet wezenlijk van het OP. Zij werken tijdens de lestijd in of buiten de groep met kinderen, zij moeten deze activiteiten voorbereiden en verwerken, zij nemen deel aan de verdeling van de overige taken en hun aanwezigheidstijden zullen hetzelfde zijn als van het OP.

Hun jaartaak bestaat dus net als bij het OP uit de bovengenoemde 5 taakonderdelen. In de planner wordt dit OOP dan ook bij het OP, dus bij de eerste 100 teamleden opgenomen. Om op het Formatieoverzicht en het werkblad Groepsverdeling het verschil te kunnen zien tussen het OP en OOP, worden de lesdagdelen van dit OOP op het invoerformulier in de middelste kolommen aangeklikt.

Een afwijkende opslagfactor bij het OOP
Soms wordt er voor gekozen om bij het OOP met lesondersteunende taken een kortere opslagfactor dan bij het OP te hanteren. Deze afwijkende opslagfactor kan dan op het teamlidblad (rubriek J) worden ingevuld, waarna een herberekening volgt van de uren voor het voor- en nawerk en de overige taken.

 
 
 

Het OOP zónder lesondersteunende taken

Bij het OOP zonder lesondersteunende taken onderscheidt de planner 3 taakonderdelen: de uren voor de duurzame inzetbaarheid, de professionalisering en de werkzaamheden. Het taakonderdeel overige taken ontbreekt, omdat bij hen het maken van onderscheid tussen de werkzaamheden en de overige taken geen zin heeft.

Het OOP zonder lesondersteunende taken wordt ingeroosterd bij de teamleden 101 t/m 120. Het invoerformulier is afwijkend van die van het OP.

Bij de inroostering van het OOP zónder lesondersteunende taken kan voor 2 inroosterwijzen worden gekozen:

1.      Alle uren van de jaartaak worden ingeroosterd;
2.      Alleen de uren voor de werkzaamheden worden ingeroosterd.

Bij inroosterwijze 1 vallen de uren voor de duurzame inzetbaarheid en professionalisering dus net als bij het OP bínnen de ingeroosterde uren en bij inroosterwijze 2 daarbuiten.

Het voordeel van inroosterwijze 2 is dat het dan voor alle partijen duidelijk is dat de ingeroosterde uren de werkuren zijn waarop dit OOP op school aanwezig is om de werkzaamheden uit te voeren. De uren voor de duurzame inzetbaarheid (tenzij als verlof opgenomen) en de professionalisering worden dan buiten de ingeroosterde werkuren in de loop van het schooljaar naar eigen inzicht ingevuld. Eventuele afspraken hierover kunnen net als bij het OP worden vastgelegd op de activiteitenlijstjes op de tweede pagina van het teamlidblad.

In dit voorbeeld zijn alleen de uren voor de werkzaamheden ingeroosterd

LEES MEER

Indeling OP en OOP
Taakberekening OOP zonder lesondersteunende taken

Aan de slag!

Na lezing van bovenstaande kun je aan de slag gaan met de planner. Op elk werkblad vind je aan de rechterkant, maar ook op het werkblad zelf (in de cellen met rode driehoekjes) uitgebreide toelichtingen.

Op het eerste teamlidblad OP en OOP staat hier en daar een informatie-icoon dat je doorlinkt naar achtergrondinformatie op deze website.

In de handleiding (Quick start) en op deze website (Vragen) tenslotte, vind je het antwoord op zowel technische als inhoudelijke vragen en handige tips & tricks die het invullen en afdrukken van de planner aanzienlijk kunnen versnellen.

Bekijk hier hoe je deze planner in 3 stappen invult.

Print Friendly, PDF & Email

TaakberekeningPO gebruikt alleen cookies voor statistische gegevens over het websitebezoek