Algemene toelichting inroostering les- en arbeidsuren

Met de werkverdelingsplanner TaakberekeningPO kun je de les- en arbeidsuren en alle activiteiten binnen de taakonderdelen duurzame inzetbaarheid, professionalisering en overige taken van elk teamlid eenvoudig en transparant inroosteren en verdelen.

Hieronder worden de planner en de delen uit de CAO-PO die daarmee samenhangen in het kort besproken. Bij elk onderdeel staan links naar meer informatie.

  TaakberekeningPO  

De inroostering van de les- en arbeidsuren

 

De opbouw van de jaartaak

Bij het OP en OOP met lesondersteunende taken bestaat de jaartaak uit vijf onderdelen:

  1. Duurzame inzetbaarheid
  2. Professionalisering
  3. Lestaak
  4. Voor- en nawerk
  5. Overige taken
 

 

De omvang van de jaartaak

Het aantal uren dat voor elk onderdeel beschikbaar is, is afhankelijk van de aanstelling en een aantal andere in de CAO-PO vastgelegde factoren.

Duurzame inzetbaarheid en professionalisering
Aan de hand van de ingevoerde gegevens berekent de planner voor elk teamlid het aantal uren dat voor deze twee taakonderdelen beschikbaar is.

Lestaak
Op basis van de aangeklikte vaste lesdagen en het les- en vakantierooster berekent de planner de ingeroosterde lesuren.

Voor- en nawerk
Op basis van de ingeroosterde lestaak en de afgesproken opslagfactor berekent de planner de uren voor het voor- en nawerk.

Overige taken
De overblijvende uren zijn bestemd voor de overige niet les- of groepsgebonden taken. Hoeveel uren daarvoor overblijven is afhankelijk van het aantal ingeroosterde lesuren en de opslagfactor.

 

De inhoud van de jaartaak

Duurzame inzetbaarheid en professionalisering
De geplande activiteiten in het kader van de duurzame inzetbaarheid en professionalisering kunnen worden ingevuld in rubriek A en B op de tweede pagina van elk teamlidblad. Voor beide taakonderdelen kan een standaardlijst worden aangelegd met veelvoorkomende activiteiten. Er kan voor de besteding van deze uren natuurlijk ook gekozen worden voor een verantwoording achteraf.

Lestaak
De ingeroosterde lesuren behoeven geen nadere invulling.

Voor- en nawerk
Ook deze uren behoeven verder niet te worden gespecificeerd. Wel is het nuttig om in teamverband af te spreken welke activiteiten daaronder wel of niet verstaan worden.

Overige taken
De geplande activiteiten worden ingevuld in rubriek C op het tweede paginablad van elk teamlidblad. Bij elke activiteit wordt ook het aantal afgesproken uren ingevuld. Het totaal mag het aantal beschikbare uren voor dit taakonderdeel niet overschrijden!

Ook voor dit taakonderdeel kan een standaardlijst met taken plus uren worden aangelegd.

Meer of minder ingeroosterde lesuren worden automatisch gecompenseerd
Als er mínder lesuren dan de maximale lestaak zijn ingeroosterd, zullen er in de berekening méér uren overblijven voor de overige taken en omgekeerd. Het is dus in principe niet nodig om minder ingeroosterde lesuren alsnog extra in te roosteren op andere (terugkom)dagen. Wanneer méér lesuren blijken te zijn ingeroosterd, kan dit in overleg en met goedkeuring van de leerkracht zo worden gelaten. Dit wordt in de berekening dan automatisch gecorrigeerd door mínder uren voor de overige taken!

 
 

Werkverdelingsplan

De lestaken en overige taken worden over het team verdeeld tijdens het werkverdelingsoverleg. Met de afdruk van een aantal werkbladen uit de planner maak je een compleet werkverdelingsplan. In de opeenvolgende fasen van het traject van de werkverdeling, kan de planner goede diensten verlenen middels het werkblad Groepsverdeling.

 

40-urige werkweek

De 40-urige werkweek speelt geen rol meer bij de werkverdeling. Ieders jaartaak is gevuld met taken en activiteiten waarvan het urentotaal past binnen ieders (jaarlijkse) arbeidsduur, en een verdere inroostering van deze taken is m.u.v. de lestaak niet nodig.

De 40-urige werkweek is volgens de CAO-PO alleen nog van belang bij de vaststelling van het salaris en de omvang van een verlof. Een volledige aanstelling telt 40 uur en omvat een jaarlijkse arbeidsduur van 1659 uur.

De 40-urige werkweek is echter ook van belang om het jaarlijks aantal plaats- en tijdgebonden werkdagen bij iedereen op transparante en voor iedereen gelijke wijze te berekenen

 

Verdeling 40-urige werkweek over de weekdagen

Om te kunnen bepalen hoeveel uur een aanstelling of een opgenomen verlof telt, en hoeveel plaats- en tijdgebonden werkdagen op jaarbasis in een bepaalde aanstellingsomvang passen, is het noodzakelijk af te spreken hoe de 40 arbeidsuren over de weekdagen worden verdeeld. Deze verdeling vul je op het eerste werkblad (Lesurenberekening) in. Bij vijf gelijke lesdagen ligt een verdeling van vijf maal 8.00 uur voor de hand, maar bij een kortere les(woens)dag kan beter gekozen worden voor vier dagen van 8:30 uur en één van 6:00 uur*.

*) Een verdeling die (enigszins) overeenkomt met de lesurenverdeling levert namelijk over de gehele formatie gerekend méér lesuren op.

Een werkdag telt voor iedereen evenveel arbeidsuren
In TaakberekeningPO gaan we ervan uit dat een werkdag volgens de hierboven besproken verdeling een voor iedereen gelijk aantal arbeidsuren telt. Op basis van de aangeklikte vaste werkdagen per week, berekent de planner van elk teamlid het aantal ingeroosterde arbeidsuren op jaarbasis, en vergelijkt dit met de jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling.

Niet alle arbeidsuren behoeven te worden ingeroosterd
Bedenk dat de arbeidsureninroostering alleen maar is bedoeld om ieders jaarlijks aantal werkdagen te kunnen berekenen. Voltijders kunnen in ongeveer 38 á 39 lesweken, plus een aantal dagen in de zomervakantie, nooit volledig (doorgaans voor ongeveer 95%) worden ingeroosterd en houden dus altijd nog een aantal nietingeroosterde arbeidsuren over*. Dit heeft echter geen enkele invloed op de bij de werkverdeling afgesproken invulling van de jaartaak en is dus geen enkel probleem!

*) Hier en daar wordt dit ‘opgelost’ door voor een werkweek geen 40, maar 42 uur te rekenen. Dit is voor een juiste verlofberekening echter onmogelijk en bij een verhoudingsgewijze inroostering ook niet nodig.

De inroostering van de deeltijders
Ook de arbeidsuren van deeltijders zullen op basis van hun vaste werkdagen vaak niet volledig ingeroosterd zijn, maar net als bij voltijders heeft dat geen invloed op de taakverdeling en is dit dus ook bij deeltijders geen probleem.

De mate waarin deeltijders minder of meer zijn ingeroosterd kan echter wisselen, onder meer doordat het aantal arbeidsuren van hun vaste werkdagen enigszins kan afwijken van hun aanstellingsuren. Om nu te kunnen bepalen of extra in- of uitroostering gerechtvaardigd is, kan het inroosteringspercentage van de voltijders als referentiepunt dienen.

Wanneer een deeltijder op jaarbasis echter lánger dan de arbeidsduur is ingeroosterd, ontstaat in feite overwerk en zullen deze uren óf extra uitbetaald, óf vrijgeroosterd (in echte vrije dagen) moeten worden.

 

Aanwezigheidstijd

Van de ingeroosterde werkdagen zijn overigens alleen de afgesproken aanwezigheidsuren plaats- en tijdgebonden. Omdat er door het jaar heen voor vergaderingen, ouder- en feestavonden bij iedereen voldoende arbeidsuren moeten overblijven, moet de afgesproken aanwezigheidstijd hiervoor voldoende niet plaats- en tijdgebonden uren over laten.

 

Veelgemaakte fouten bij de inroostering

Wanneer op basis van de vaste werkdagen meer of minder arbeidsuren dan de jaarlijkse arbeidsduur blijken te zijn ingeroosterd, wordt dit op sommige scholen gecompenseerd door het aantal uren voor de overige taken met dit teveel of tekort te verrekenen.

Dit is echter onjuist, want het verminderen of vermeerderen van de berekende uren voor de overige taken verandert natuurlijk niets aan aan het aantal plaats- en tijdgebonden ingeroosterde arbeidsuren! Lees hier meer over dit soort veelgemaakte inroosterfouten.

 

Samenvatting

  • Na de werkverdeling weet iedereen wat hem of haar te doen staat. Waar of wanneer dat gebeurt is met uitzondering van de lestaak, vergaderingen en sommige andere activiteiten, verder niet van belang.
  • De verdeling van de 40 arbeidsuren over de weekdagen en de daarop gebaseerde inroostering van de arbeidsuren, is alleen maar bedoeld voor een transparante en voor iedereen gelijke berekening van het (jaarlijks) aantal werkdagen en het aantal arbeidsuren van opgenomen of op te nemen verlof.
  • Het inroosteringspercentage van de voltijder kan als referentiepunt worden gebruikt bij de beoordeling van de ingeroosterde arbeidsuren bij de deeltijders.

Berekeningsperiode

De periode waarover de planner de ingeroosterde les- en arbeidsuren berekent

Ieder schooljaar telt door de verschuivende zomervakantie een verschillend aantal lesweken, waardoor de  werkelijke lengte van een schooljaar kan variëren van 38 tot 42 schoolweken.

De CAO-PO doet hier luchtig over, en constateert slechts dat er kortere en langere schooljaren zijn, zonder op de complicatie in te gaan die dat voor de inroostering met zich meebrengt. In langere jaren zullen immers door de dan nóg grotere overschrijding van de maximale lestaak, bij iedereen erg veel lesuren moeten worden uitgeroosterd (dus extra vervangingskosten!), maar kunnen de meerkosten daarvan in kortere jaren niet verrekend worden!

Door echter de ingeroosterde les- en arbeidsuren altijd te berekenen over de periode van 1 oktober t/m 30 september, wordt deze fluctuatie in het jaarlijks aantal lesuren opgeheven en uitgegaan van het gemiddeld aantal lesuren van een schooljaar. Incidentele roosterafwijkingen aan het begin van het schooljaar in augustus en september (zoals bijv. studiedagen), worden daarbij om praktische redenen wél in de berekening van het betreffende berekeningsjaar meegenomen.

De gemiddelde lengte van een schooljaar in schoolweken, is afhankelijk van het lesrooster, de vakanties, studiedagen en overige lesvrije dagen, en levert voor de meeste scholen een schooljaar van 38 á 39 schoolweken op.

 

De planner aanpassen aan de eigen afspraken

Wanneer op een school met het team een grotere maximale lestaak wordt afgesproken, vul je dat nieuwe maximum in rubriek G (instellingen- zie hieronder) in op het eerste werkblad. In die rubriek vul je ook de gekozen opslagfactor voor het voor- en nawerk in en, als je gebruik wilt maken van de verhoudingsgewijze gelijke inroostering van de arbeidsuren, het inroosterpercentage van de voltijders.

Ook het wel of niet tonen van de inroosterverschillen tussen de maximale lestaak en de jaarlijkse arbeidsduur op de teamlidbladen, kan in deze rubriek aan of uit worden gezet.

Onderscheid OP en OOP

Bij de inroostering van het OOP maken we in de planner onderscheid tussen het OOP mét lesondersteunende taken en het OOP zónder die taken. Bij de eerste groep denken we aan een lerarenondersteuner, onderwijs- of klassenassistent en bij de tweede groep aan een administratief medewerker, logopedist, schoolpsycholoog of een conciërge.

Het OOP mét lesondersteunende taken
Het OOP mét lesondersteunende taken wordt op dezelfde manier ingeroosterd als het OP. Alhoewel zij werken onder verantwoordelijkheid van het OP, verschillen hun werkzaamheden niet wezenlijk van het OP. Zij werken tijdens de lestijd in of buiten de groep met kinderen, zij moeten deze activiteiten voorbereiden en verwerken, zij nemen deel aan de verdeling van de overige taken en hun aanwezigheidstijden zullen doorgaans hetzelfde zijn als van het OP.

Hun jaartaak bestaat dus net als bij het OP uit de bovengenoemde 5 taakonderdelen. In de planner wordt dit OOP dan ook bij het OP, dus bij de eerste 100 teamleden opgenomen. Om op het Formatieoverzicht ( Op = groen, OOP = blauw) en het werkblad Groepsverdeling het verschil te kunnen zien tussen het OP en OOP, worden de lesdagdelen van dit OOP op het invoerformulier in de middelste kolommen aangeklikt.

Een afwijkende opslagfactor bij het OOP
Soms wordt er voor gekozen om bij het OOP met lesondersteunende taken een kleinere opslagfactor dan voor het OP te hanteren. Deze afwijkende opslagfactor kan dan op het teamlidblad (rubriek J) worden ingevuld, waarna een herberekening volgt van de uren voor het voor- en nawerk en de overige taken.

 
De werkdagdelen van het OOP met lesondersteunende taken worden op het invoerformulier in de middelste kolom aangeklikt. In dit voorbeeld is geen afwijkende opslagfactor gekozen (de individuele opslagfactor staat op 0%). Een eventueel afwijkende opslagfactor wordt op het teamlidblad ingevuld.
 

Het OOP zónder lesondersteunende taken
Bij het OOP zonder lesondersteunende taken onderscheidt de planner 3 taakonderdelen: de uren voor de duurzame inzetbaarheid, de professionalisering en de werkzaamheden. Het taakonderdeel overige taken ontbreekt, omdat bij hen het maken van onderscheid tussen de werkzaamheden en de overige taken geen zin heeft.

Het OOP zonder lesondersteunende taken kan uiteraard wél deelnemen aan bepaalde overige taken, zoals bijv. de MR of werkgroepen. Deze activiteiten kunnen net als bij het OP worden vermeld in rubriek C (overige taken) op de tweede pagina van het teamlidblad en worden dan ook opgenomen in de te maken overzichten van de activiteitenverdeling over het team.

Het OOP zonder lesondersteunende taken wordt ingeroosterd bij de teamleden 101 t/m 120. Het invoerformulier is afwijkend van die van het OP.

 

 

Het invoerformulier van het OOP zonder lesondersteunende taken. De arbeidsuren van de werkweek worden op het teamlidblad van dit OOP ingevuld.

 Inroosterwijze 1 en 2

Bij de inroostering van het OOP zónder lesondersteunende taken kan voor 2 inroosterwijzen worden gekozen:

1.      Alle uren van de jaartaak worden -net als bij het OP- ingeroosterd;
2.      Alleen de uren voor de werkzaamheden worden ingeroosterd.

Bij inroosterwijze 1 vallen de uren voor de duurzame inzetbaarheid en professionalisering dus net als bij het OP bínnen de ingeroosterde uren, en bij inroosterwijze 2 daarbuiten.

Het voordeel van inroosterwijze 2 is dat het dan voor alle partijen duidelijk is dat de ingeroosterde uren de werkuren zijn waarop dit OOP op school aanwezig is om de werkzaamheden uit te voeren.

De uren voor de duurzame inzetbaarheid (tenzij als verlof opgenomen) en de professionalisering, worden dan buiten de ingeroosterde werkuren in de loop van het schooljaar naar eigen inzicht ingevuld. Eventuele afspraken hierover kunnen net als bij het OP worden vastgelegd op de activiteitenlijstjes op de tweede pagina van het teamlidblad.

In dit voorbeeld zijn alleen de uren voor de werkzaamheden (plaats- en tijdgebonden) ingeroosterd en blijven de 123 uren voor de duurzame inzetbaarheid + professionalisering oningeroosterd over.

Aan de slag!

Na lezing van bovenstaande kun je aan de slag gaan met de planner. Op elk werkblad vind je aan de rechterkant, maar ook op het werkblad zelf (houd de muisaanwijzer boven een cel met een rood driehoekje) uitgebreide toelichtingen.

Op het eerste teamlidblad OP en OOP staat hier en daar een informatie-icoon dat je doorlinkt naar achtergrondinformatie op deze website.

In de handleiding en op deze website (Vragen) tenslotte, vind je het antwoord op zowel technische als inhoudelijke vragen en handige tips & tricks die het invullen en afdrukken van de planner aanzienlijk kunnen versnellen.

Aanbevolen wordt eerst de voorbeeldplanner te downloaden en de inroostervoorbeelden plus toelichtingen te bestuderen.

Bekijk hier hoe je deze planner in 3 stappen invult.