Algemene toelichting inroostering les- en arbeidsuren

Met de werkverdelingsplanner TaakberekeningPO kun je de les- en arbeidsuren en alle activiteiten binnen de taakonderdelen duurzame inzetbaarheid, professionalisering en overige taken van elk teamlid eenvoudig en transparant inroosteren en verdelen.
   In de CAO-PO is de vaststelling van het aantal werkdagen niet geregeld en wordt deze overgelaten aan overleg tussen werknemer en werkgever (art. 2.3). De planner biedt een model waarmee op uniforme en transparante wijze op basis van de aanstelling ieders maximaal in te roosteren aantal werkdagen kan worden bepaald, zodat het duidelijk te zien is of extra ingeroosterde werkdagen als studiedagen of extra werkdagen in een vakantie passen binnen de jaarlijkse arbeidsduur.
   Hieronder worden de planner en de delen uit de CAO-PO die met de werkverdeling samenhangen, in het kort besproken. Bij elk onderdeel staan links naar meer informatie op deze site.

inhoud

De inroostering van de arbeidsuren

 

Van 2014 naar 2018

Na de invoering van de 40-urige werkweek en het overlegmodel in 2014, werd in 2018 het roer 180 graden omgegooid. Het basis- en overlegmodel werden weer afgeschaft en in plaats van de strakke regels rond de strikte beperking van de wekelijkse arbeidsduur tot de aanstellingsuren, kwam het werkverdelingsplan.

het werkverdelingsplan
De 40-urige werkweek, stelt de CAO-PO na 2018, is bij de werkverdeling ‘geen factor‘ meer; alleen bij de vaststelling van het salaris en de omvang van een verlof speelt deze nog een rol.
Het uitgangspunt is duidelijk: bij de werkverdeling worden de (les)taken en activiteiten verdeeld over het team en vastgelegd in het werkverdelingsplan. Bij die verdeling wordt rekening gehouden met ieders jaarlijkse arbeidsduur; het tijdsbeslag van alle taken en activiteiten die een leerkracht krijgt, mag de jaarlijkse arbeidsduur dus niet overschrijden. En omdat na vaststelling van het werkverdelingsplan iedereen weet wat hem of haar te doen staat, is met uitzondering van de lesuren, een verdere inroostering van de arbeidsuren niet nodig.

over de inroostering van de werkdagen zegt de CAO-PO niets
De aanwezigheidstijd, dus de tijd die je op een werkdag verplicht op school aanwezig bent, wordt voortaan door het team zelf bepaald, maar over de relatie tussen de aanstelling en het aantal werkdagen op week- en jaarbasis zegt de CAO-PO niets. De vakorganisaties en de PO-raad zeggen in hun toelichting hierop slechts dat deze ‘in redelijkheid en goed overleg‘ bepaald wordt. Maar goed overleg garandeert nog geen overeenstemming en wie bepaalt overigens wat redelijk is?

Waarom inroostering werkdagen noodzakelijk is
Op het eerste gezicht lijkt het voldoende ieders aanwezigheid te laten afhangen van de vaste werkdagen. Een voltijder is er dan de hele week en een deeltijder alleen op zijn of haar vaste werkdagen. Maar in de praktijk werkt dit niet.
Ten eerste is er de vraag hoeveel vaste werkdagen per week passen bij een bepaalde aanstelling. Zonder afspraken daarover is dat nogal arbitrair. En de beschikbaarheidsregeling* helpt daarbij ook niet meer, want ook deze werd in 2018 afgeschaft.

* In de beschikbaarheidsregeling werd het wekelijks maximaal aantal in te roosteren dagdelen bij een bepaalde aanstellingsomvang geregeld.

   Ten tweede hebben deeltijders met eenzelfde aantal vaste werkdagen per week, onderling vaak niet precies dezelfde aanstelling. En hoe komt dan dat verschil in aanstellingsuren (dus verschil in salaris) naast een verschil in toebedeelde taken, ook in het jaarlijks aantal werkdagen tot uiting?
Als, ten derde, van een deeltijder bijvoorbeeld wordt verlangd een studiedag bij te wonen die wél in het takenoverzicht van deze leerkracht (in rubriek C op de tweede pagina van het teamlidblad) is opgenomen en dus zo te zien past binnen de arbeidsduur, maar op een nietwerkdag valt, hoe maak je dan zichtbaar of die extra werkdag ook past binnen het op jaarbasis totaal aan plaats- en tijdgebonden in te roosteren werkdagen?
   En tenslotte, als je van het team verlangt een aantal dagen in de zomervakantie ter afsluiting of voorbereiding van het schooljaar op school aanwezig te zijn, hoe maak je dan ook bij elk teamlid zichtbaar of deze extra werkdagen passen binnen de totale ingeroosterde arbeidsduur in werkdagen?
   Redelijkheid of goed overleg geeft op al dit soort vragen natuurlijk geen antwoord, maar een transparant en voor iedereen gelijk model van inroostering wél.

Binnen het inroosteringsmodel van TaakberekeningPO telt een werkdag voor iedereen evenveel arbeidsuren
Uitgangspunt binnen het model waarop TaakberekeningPO is gebaseerd, is dat in de berekeningen een werkdag een voor iedereen gelijk aantal arbeidsuren telt. Hiertoe wordt binnen de school of het bestuur afgesproken hoe de uren van de 40-urige werkweek over de weekdagen worden verdeeld (let op: het gaat hierbij dus om de arbeidsuur per werkdag waarmee gerekend wordt en niet over benoemingsuren – zie hieronder).
We blijven daarbij uitgaan van de (theoretische) 40-urige werkweek, omdat dit o.a. voor een juiste verlofberekening noodzakelijk is.
   Op een school met 5 gelijke lesdagen ligt een verdeling van 5 x 8:00 uur voor de hand, en op een school met een kortere lesdag bijvoorbeeld 4 x 8:30 uur en 1 x 6:00 uur*. Op scholen die echter ook bij een kortere les(woens)dag een benoemingsschema van 8:00 per dag hanteren, wordt dit benoemingsschema ook in het inroosterschema aangehouden ( dus 5 x 8:00 uur).
   Dit inroosterschema vul je in op de tweede pagina van het eerste werkblad lesurenberekening in rubriek G. De ingeroosterde arbeidsuren worden dan bij iedereen volgens dit schema en de vaste werkdagen berekend.
   Uitgaande van het les- en vakantierooster, is nu door de planner eenvoudig te berekenen hoeveel arbeidsuren op basis van de vaste werkdagen bij elk teamlid zijn ingeroosterd. Het zal daarbij, zeker bij ‘oude’ benoemingen (van vóór 2014), vaak voorkomen dat de ingeroosterde arbeidsduur per week enigszins afwijkt van de aanstelling. Wie op basis van het gekozen schema wekelijks iets minder arbeidsuren wordt ingeroosterd dan zijn of haar aanstelling, zal doorgaans ook op jaarbasis minder arbeidsuren zijn ingeroosterd dan zijn of haar jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling en omgekeerd. Maar ook wanneer de aanstelling goed aansluit bij de vaste werkdagen zullen er zowel bij voltijders als deeltijders nietingeroosterde arbeidsuren overblijven. Dit is geen enkel probleem, want het gaat er bij de inroostering van de arbeidsuren alleen om om te zien of de ingeroosterde werkdagen binnen de jaarlijkse arbeidsduur passen, en is er niet op gericht per se álle arbeidsuren in te roosteren. hieronder daarover meer.

* Een verdeling die enigszins in verhouding staat tot de lestijd, levert per formatie meer lesuren op!

Let op: Deze verdeling is geen schema van benoemingsuren
Deze verdeling is dus iets anders dan een eventueel te hanteren schema van benoemingsuren, want benoemingen gebeuren sinds 2014 altijd in héle uren met een minimum van 8:00 uur.
   Binnen veel besturen of scholen is afgesproken voor benoemingen 8 uur (wtf 0,2) per werkdag te rekenen*. Dit sluit prima aan bij vijf gelijke lesdagen, maar wanneer bijvoorbeeld de woensdag een kortere lesdag is, levert een aanstelling van 8 uur voor die dag eigenlijk meer lesuren op dan noodzakelijk zijn. Bij voltijders is dat uiteraard geen probleem, maar bij deeltijders kan dat er toe leiden dat de aanstelling teveel of te weinig lesuren oplevert voor de beoogde lesdagen.

Optimale benoemingsomvang is afhankelijk van het les- en vakantierooster
Wat de optimale benoemingsomvang voor een bepaald aantal dagen is, is afhankelijk van het les- en vakantierooster van de school en kan daarom per school verschillend zijn. Met behulp van de planner is eenvoudig te berekenen wat bij een bepaald aantal vaste werkdagen de optimale benoemingsomvang is waarbij de deeltijder de maximale lestijd niet overschrijdt, niet hoeft te worden vervangen, maar er ook geen nietingevulde lesuren overblijven. Overigens zal het vrijwel nooit voorkomen dat het aantal op basis van de vaste werkdagen ingeroosterde lesuren precies even groot is als de maximale lestaak van een leerkracht; er zal altijd een klein verschil optreden.

Voltijders en veel deeltijders zullen binnen de schoolweken minder arbeidsuren zijn ingeroosterd
Voltijders en de meeste deeltijders zullen bij 38 tot 39 schoolweken minder arbeidsuren zijn ingeroosterd dan hun jaarlijkse arbeidsduur. Voor de werkverdeling heeft die kortere inroostering geen gevolg, omdat de werkverdeling immers gebaseerd is op de gehele jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling. Wie op jaarbasis wat korter plaats- en tijdgebonden is ingeroosterd dan de arbeidsduur volgens de aanstelling, verricht dus – in theorie – een deel van de toebedeelde taken en activiteiten buiten de ingeroosterde plaats- en tijdgebonden werkdagen.
Wanneer de aanstelling echter kleiner is dan het wekelijks aantal arbeidsuren volgens het schema, dan kunnen op jaarbasis juist méér uren zijn ingeroosterd dan de jaarlijkse arbeidsduur. In dat geval ontstaat er dus een verhoudingsgewijze overmaat aan ingeroosterde werkdagen, dat gecompenseerd kan worden met één of meer uitgeroosterde – vrije – dagen of in geld.
   Beter is het wellicht om in zo’n geval dan iemands aanstelling iets te vergroten waardoor een overschrijding van de arbeidsduur wordt voorkomen. Omgekeerd, wanneer op basis van de vaste werkdagen erg veel oningeroosterde arbeidsuren overblijven, kan om veel extra inroostering naast de vaste werkdagen te voorkomen, worden voorgesteld de aanstelling iets te verkleinen.

Het inroosteringspercentage van de voltijder als maatstaf bij de deeltijders
Hierboven werd al aangestipt dat alle voltijders en veel deeltijders inclusief een paar extra werkdagen in de zomervakantie, op jaarbasis in veel gevallen minder arbeidsuren blijken te zijn ingeroosterd dan hun feitelijke arbeidsduur. Omdat de inroostering op de afgesproken werkverdeling geen enkele invloed heeft, is dat op zich geen probleem. Dat de mate van inroostering tussen voltijders en deeltijders, en deeltijders onderling erg kan verschillen, kan vanuit het oogpunt van gelijke behandeling echter wél als problematisch worden ervaren.
Dit inroosterverschil kan worden ondervangen door met elkaar af te spreken* welke mate van inroostering acceptabel is, en welke wordt gecorrigeerd met extra in- of uit te roosteren werkdagen. Als maatstaf kun je daarbij uitgaan van het inroosteringspercentage van de ingeroosterde voltijder (inclusief eventuele in de zomervakantie extra ingeroosterde werkdagen!). Wanneer bijvoorbeeld op een school in een jaar alle voltijders voor ongeveer 95% van hun arbeidsduur van 1659 uur in werkdagen zijn ingeroosterd, kun je afspreken dit inroosteringspercentage ook bij de deeltijders aan te houden. Gelijk met deze afspraak, kun je dan ook afspreken welke marge bij een eventuele extra in- of uitroostering wordt aangehouden. Zo zou je bijvoorbeeld kunnen afspreken dat de extra in- of uitroostering wordt afgerond op een werkweek van de betreffende leerkracht. Als dan een teamlid minder dan de vaste werkdagen van een week te weinig of teveel is ingeroosterd in vergelijking met de – al of niet verhoudingsgewijze – arbeidsduur, vindt er geen correctie plaats.
   Dit hierboven beschreven model voor de inroostering geeft op uniforme en transparante wijze een glashelder antwoord op elke inroosteringsvraag.

* De verdeling van de arbeidsuren over de weekdagen op het eerste werkblad en het hanteren van het inroosteringspercentage van de voltijders bij de vaststelling van het aantal in te roosteren werkdagen, kan door het team worden afgesproken binnen het werkverdelingsoverleg. Besluiten hierover kunnen dan met de afgesproken meerderheid van stemmen worden genomen.
 

Voorbeeld
Een deeltijder woont een of meerdere studiedagen op nietwerkdagen bij. De arbeidsuren (volgens het schema) van deze dagen worden in de jaartaakberekening van deze leerkracht extra ingeroosterd. Wanneer nu het aantal ingeroosterde arbeidsuren de jaarlijkse arbeidsduur (óf het afgesproken percentage daarvan) niet overschrijdt, is het duidelijk dat deze extra dagen passen binnen de arbeidsduur van deze leerkracht. Wanneer die extra inroostering echter tot een overschrijding leidt, zullen de teveel ingeroosterde uren in geld of enkele vrije dagen gecompenseerd moeten worden.

 

Inroostering arbeidsuren is een optie

De inroostering van de arbeidsuren en de verhoudingsgewijze toepassing daarvan, wordt niet genoemd in de CAO-PO en is dus een optie waartoe op school- of bestuursniveau kan worden besloten. Wanneer geen gebruik wordt gemaakt van het inroosterpercentage van de voltijders als referentiepunt, laat je dit inroosterpercentage in rubriek G van het eerste werkblad leeg.
Wanneer je de arbeidsuren helemaal niet wilt inroosteren, laat je ook het schema van de verdeling van de arbeidsuren over de weekdagen in diezelfde rubriek leeg. Het tonen van de arbeidsuren onderaan rubriek G, zet je dan op ‘nee’.

De werkverdeling en de arbeidsduur

Tot hiertoe hebben we alleen naar de plaats- en tijdgebonden inroostering van de arbeidsuren gekeken. Maar omdat de werkverdeling los staat van de inroostering, is het daarnaast ook van belang goed in de gaten te houden of alle toebedeelde taken en activiteiten qua tijdsbeslag passen binnen ieders (jaarlijkse) arbeidsduur.

Jaartaakopbouw op de eerste pagina van het teamlidblad
Op de eerste pagina van het teamlidblad is te zien hoeveel lesuren er zijn ingeroosterd en hoeveel uren daarbij voor het voor- en nawerk volgens het opslagpercentage zijn berekend. Na aftrek van de berekende uren voor de professionalisering en duurzame inzetbaarheid, zijn de overblijvende uren bestemd voor de overige (school)taken.

Verdeling taken en activiteiten op de tweede pagina
De lesuren en de uren voor het voor- en nawerk behoeven we uiteraard niet nader in te vullen met omschreven activiteiten. Alle andere taken en activiteiten die niet vallen binnen de lestaak of het voor- en nawerk, verdelen we op de tweede pagina over de overblijvende taakonderdelen professionalisering, duurzame inzetbaarheid en overige (school)taken.
Omdat we daarbij inzichtelijk moeten maken dat de afgesproken taken en activiteiten binnen de arbeidsduur passen, vermelden we bij elke activiteit het aantal uren dat daarvoor is afgesproken. Bij de taakonderdelen professionalisering en duurzame inzetbaarheid kan eventueel ook gekozen voor een verantwoording achteraf over de besteding ervan. Bij de Overige (school)taken benoemen we dan alle nietgroepsgebonden taken en activiteiten (+ uren) als teamvergaderingen, studiedagen, algemene ouderavonden, deelname aan werkgroepen of raden, oudergesprekken, feesten, schoolreisjes enz..*

*De AOB heeft aangekondigd dat oudergesprekken, feesten en schoolreisjes voortaan als overige taken worden aangemerkt en niet als behorend tot het voor- en nawerk. Zie daarover hier meer.

Uren van studiedagen vermelden op de tweede pagina van het teamlidblad
De uren van een studiedag vallen doorgaans onder de overige taken en moeten dus bij iedereen die deze dag bijwoont, worden vermeld in rubriek C op de tweede pagina van elk teamlidblad. Het hier te vermelden aantal uren zal in veel gevallen gelijk zijn aan de standaardduur van een werkdag; dus doorgaans 8:00 of 8:30 uur.
Wanneer echter een deel van de studiedag aan andere zaken wordt besteed, vul je hier alleen de uren in die daadwerkelijk met de studiedag gemoeid zijn. Op deze wijze kan het beslag dat de studiedagen op de uren voor de overige taken legt, worden verminderd.
   Bij teamleden bij wie de studiedag op hun reguliere werkdag valt, behoeven de uren van deze dag uiteraard niet extra ingeroosterd te worden. Bij teamleden die de studiedag bijwonen op een voor hen nietwerkdag, worden de (standaard)uren van die extra werkdag extra ingeroosterd in rubriek F op de eerste pagina van het teamlidblad.

Werkdrukverlaging door uniformiteit en transparantie van TaakberekeningPO
Een ervaring van hoge werkdruk wordt voor een niet onbelangrijk deel veroorzaakt door een gevoel van het ontbreken van grip op de eigen werksituatie. De planner TaakberekeningPO biedt een model en instrument waarmee de taak- en urenverdeling voor iedereen navolgbaar en transparant in beeld wordt gebracht. De helderheid voorkomt onvruchtbare discussies en brengt daarmee rust waardoor iedereen zich kan concentreren op de werkinhoud.
 Voor de schoolleiding verlaagt de planner daarnaast ook op heel praktische wijze de werkdruk, want met een minimale tijdsinvestering levert de planner elk schooljaar een maximum aan informatie over de werkverdeling en de inroostering. De heldere overzichten geven houvast en dragen bij aan een goede werksfeer.

Aanwezigheidstijd

Van de ingeroosterde werkdagen zijn overigens alleen de afgesproken aanwezigheidsuren plaats- en tijdgebonden. Omdat er door het jaar heen voor vergaderingen, ouder- en feestavonden bij iedereen voldoende arbeidsuren moeten overblijven, moet de afgesproken aanwezigheidstijd hiervoor voldoende niet plaats- en tijdgebonden uren over laten.

 

Veelgemaakte fouten bij de inroostering

Wanneer op basis van de vaste werkdagen meer of minder arbeidsuren dan de jaarlijkse arbeidsduur blijken te zijn ingeroosterd, wordt dit op sommige scholen gecompenseerd door het aantal uren voor de overige taken met dit teveel of tekort te verrekenen.
Dit is echter onjuist, want het verminderen of vermeerderen van de berekende uren voor de overige taken verandert natuurlijk niets aan aan het aantal plaats- en tijdgebonden ingeroosterde arbeidsuren! Lees hier meer over dit soort veelgemaakte inroosterfouten.

 

Samenvatting

  • Na de werkverdeling weet iedereen wat hem of haar te doen staat. Waar of wanneer dat gebeurt is met uitzondering van de lestaak, vergaderingen en sommige andere activiteiten, verder niet van belang.
  • De verdeling van de 40 arbeidsuren over de weekdagen en de daarop gebaseerde inroostering van de arbeidsuren, is alleen maar bedoeld voor een transparante en voor iedereen gelijke berekening van het (jaarlijks) aantal werkdagen en het aantal arbeidsuren van opgenomen of op te nemen verlof.
  • Het inroosteringspercentage van de voltijder kan als referentiepunt worden gebruikt bij de beoordeling van de ingeroosterde arbeidsuren bij de deeltijders.
 

meer lezen:

 

Berekeningsperiode

Ieder schooljaar telt door de verschuivende zomervakantie een verschillend aantal lesweken, waardoor de  werkelijke lengte van een schooljaar kan variëren van 38 tot 42 schoolweken.
De CAO-PO doet hier luchtig over, en constateert slechts dat er kortere en langere schooljaren zijn, zonder op de complicatie in te gaan die dat voor de inroostering met zich meebrengt. In langere jaren zullen immers door de dan nóg grotere overschrijding van de maximale lestaak, bij iedereen erg veel lesuren moeten worden uitgeroosterd (dus extra vervangingskosten!), maar kunnen de meerkosten daarvan in kortere jaren niet verrekend worden!
   Door echter de ingeroosterde les- en arbeidsuren altijd te berekenen over de periode van 1 oktober t/m 30 september, wordt deze fluctuatie in het jaarlijks aantal lesuren opgeheven en uitgegaan van het gemiddeld aantal lesuren van een schooljaar. Incidentele roosterafwijkingen aan het begin van het schooljaar in augustus en september (zoals bijv. studiedagen), worden daarbij om praktische redenen wél in de berekening van het betreffende berekeningsjaar meegenomen.
   De gemiddelde lengte van een schooljaar in schoolweken, is afhankelijk van het lesrooster, de vakanties, studiedagen en overige lesvrije dagen, en levert voor de meeste scholen een schooljaar van 38 á 39 schoolweken op.

De planner aanpassen aan de eigen afspraken

Wanneer op een school met het team een grotere maximale lestaak wordt afgesproken, vul je dat nieuwe maximum in rubriek G (instellingen- zie hieronder) in op het eerste werkblad. In die rubriek vul je ook de gekozen opslagfactor voor het voor- en nawerk in en, als je gebruik wilt maken van de verhoudingsgewijze gelijke inroostering van de arbeidsuren, het inroosterpercentage van de voltijders.
Ook het wel of niet tonen van de inroosterverschillen tussen de maximale lestaak en de jaarlijkse arbeidsduur op de teamlidbladen, kan in deze rubriek aan of uit worden gezet.

Onderscheid OP en OOP

Bij de inroostering van het OOP maken we in de planner onderscheid tussen het OOP mét lesondersteunende taken en het OOP zónder die taken. Bij de eerste groep denken we aan een lerarenondersteuner, onderwijs- of klassenassistent en bij de tweede groep aan een administratief medewerker, logopedist, schoolpsycholoog of een conciërge.

Het OOP mét lesondersteunende taken wordt op dezelfde manier ingeroosterd als het OP. Alhoewel zij werken onder verantwoordelijkheid van het OP, verschillen hun werkzaamheden niet wezenlijk van het OP. Zij werken tijdens de lestijd in of buiten de groep met kinderen, zij moeten deze activiteiten voorbereiden en verwerken, zij nemen deel aan de verdeling van de overige taken en hun aanwezigheidstijden zullen doorgaans hetzelfde zijn als van het OP.
Hun jaartaak bestaat dus net als bij het OP uit de bovengenoemde 5 taakonderdelen. In de planner wordt dit OOP dan ook bij het OP, dus bij de eerste 100 teamleden opgenomen. Om op het Formatieoverzicht ( Op = groen, OOP = blauw) en het werkblad Groepsverdeling het verschil te kunnen zien tussen het OP en OOP, worden de lesdagdelen van dit OOP op het invoerformulier in de middelste kolommen aangeklikt.

Een kleinere opslagfactor wordt soms gekozen bij het OOP met lesondersteunende taken. Deze afwijkende opslagfactor kan dan op het teamlidblad (rubriek J) worden ingevuld, waarna een herberekening volgt van de uren voor het voor- en nawerk en de overige taken.

De werkdagdelen van het OOP met lesondersteunende taken worden op het invoerformulier in de middelste kolom aangeklikt. In dit voorbeeld is geen afwijkende opslagfactor gekozen (de individuele opslagfactor staat op 0%). Een eventueel afwijkende opslagfactor wordt op het teamlidblad ingevuld.
 

Bij het OOP zónder lesondersteunende taken onderscheidt de planner 3 taakonderdelen: de uren voor de duurzame inzetbaarheid, de professionalisering en de werkzaamheden. Het taakonderdeel overige taken ontbreekt, omdat bij hen het maken van onderscheid tussen de werkzaamheden en de overige taken geen zin heeft.
 Het OOP zonder lesondersteunende taken kan uiteraard wél deelnemen aan bepaalde overige taken, zoals bijv. de MR of werkgroepen. Deze activiteiten kunnen net als bij het OP worden vermeld in rubriek C (overige taken) op de tweede pagina van het teamlidblad en worden dan ook opgenomen in de te maken overzichten van de activiteitenverdeling over het team.
   Het OOP zonder lesondersteunende taken wordt ingeroosterd bij de teamleden 101 t/m 120. Het invoerformulier is afwijkend van die van het OP.

Het invoerformulier van het OOP zonder lesondersteunende taken. De arbeidsuren van de werkweek worden op het teamlidblad van dit OOP ingevuld.

Inroosterwijze 1 en 2
Bij de inroostering van het OOP zónder lesondersteunende taken kan voor 2 inroosterwijzen worden gekozen:

1.      Alle uren van de jaartaak worden -net als bij het OP- ingeroosterd;
2.      Alleen de uren voor de werkzaamheden worden ingeroosterd.

Bij inroosterwijze 1 vallen de uren voor de duurzame inzetbaarheid en professionalisering dus net als bij het OP bínnen de ingeroosterde uren, en bij inroosterwijze 2 daarbuiten.
Het voordeel van inroosterwijze 2 is dat het dan voor alle partijen duidelijk is dat de ingeroosterde uren de werkuren zijn waarop dit OOP op school aanwezig is om de werkzaamheden uit te voeren.
   De uren voor de duurzame inzetbaarheid (tenzij als verlof opgenomen) en de professionalisering, worden dan buiten de ingeroosterde werkuren in de loop van het schooljaar naar eigen inzicht ingevuld. Eventuele afspraken hierover kunnen net als bij het OP worden vastgelegd op de activiteitenlijstjes op de tweede pagina van het teamlidblad.

In dit voorbeeld zijn alleen de uren voor de werkzaamheden (plaats- en tijdgebonden) ingeroosterd (inroosterwijze 2) en blijven de 123 uren voor de duurzame inzetbaarheid + professionalisering oningeroosterd over.

De introductie bij het team

Het spreekt vanzelf dat de invoering van deze planner zorgvuldig met het team moet worden afgestemd. Een belangrijk punt daarbij is de af te spreken verdeling van de 40 arbeidsuren over de weekdagen en het uitgangspunt dat een werkdag voor iedereen evenveel arbeidsuren telt. Ook moet het iedereen duidelijk zijn dat de inroostering van de arbeidsuren in werkdagen niet de bedoeling heeft alle arbeidsuren in te roosteren, maar bedoeld is om bij iedereen het aantal werkdagen in dezelfde verhouding tot ieders aanstelling te kunnen bepalen.
   De afspraken omtrent de toepassing van de planner kunnen het best in het kader van de werkverdeling worden genomen, zodat er met de gebruikelijke meerderheid van stemmen over kan worden besloten. Die afspraken betreffen niet alleen de verdeling van de arbeidsuren over de weekdagen, maar bijvoorbeeld ook wanneer en op welke wijze minder of meer ingeroosterde arbeidsuren extra in- of uitgeroosterd worden*.
   Voordat aan het eind van het werkverdelingstraject de ingevulde teamlidbladen voor het eerst worden uitgedeeld, is het handig de toelichting voor het team (downloads) uit te reiken en op een teamvergadering een paar voorbeelden van de jaartaakberekening toe te lichten.

*Zie hierover meer bij de verhoudingsgewijze inroostering

Het gebruik van de planner

 

Na lezing van de handleiding en bovenstaande, kun je aan de slag gaan met de planner.

Op elk werkblad vind je aan de rechterkant, maar ook op het werkblad zelf (houd de muisaanwijzer boven een cel met een rood driehoekje) uitgebreide toelichtingen.

 

Informatie-iconen linken je door naar achtergrondinformatie op deze website.

In de handleiding en op deze website (Vragen) tenslotte, vind je het antwoord op zowel technische als inhoudelijke vragen en handige tips & tricks die het invullen en afdrukken van de planner aanzienlijk kunnen versnellen.

 

Aanbevolen wordt eerst de voorbeeldplanner te downloaden en de inroostervoorbeelden plus toelichtingen te bestuderen.

Bekijk hier hoe je deze planner in 3 stappen invult.