Algemene toelichting inroostering les- en arbeidsuren

Met de werkverdelingsplanner TaakberekeningPO kun je de les- en arbeidsuren en alle activiteiten binnen de taakonderdelen duurzame inzetbaarheid, professionalisering en overige taken van elk teamlid eenvoudig en transparant inroosteren en verdelen.

Hieronder worden de planner en de delen uit de CAO-PO die daarmee samenhangen in het kort besproken. Bij elk onderdeel staan links naar meer informatie.

Inhoud:

De inroostering van de les- en arbeidsuren

Alvorens je begint met het invullen van deze planner, is het nuttig je af te vragen wat je straks gaat doen met de resultaten ervan. Je zult namelijk merken dat wanneer je een teamlid op basis van zijn/haar vaste werkdagen hebt ingeroosterd, er vrijwel nooit precies evenveel les- en arbeidsuren zijn ingeroosterd als het maximum volgens de aanstelling. En dan is de vraag dus wat je met die verschillen doet.

Het antwoord hierop is afhankelijk van het soort uren, want meer of minder ingeroosterde lesuren betekent heel iets anders dan meer of minder ingeroosterde arbeidsuren.
 

De ureninroostering

Bij de inroostering onderscheiden we de lesuren en de arbeidsuren.

de lesuren
De lesuren vormen een onderdeel van de arbeidsuren. Omdat zij volgens een week- en jaarrooster gegeven worden, zijn zij over een heel schooljaar op basis van de vaste werkdagen eenvoudig te tellen. Bij werktijdfactor 1 worden niet meer dan 940 lesuren ingeroosterd (deeltijders naar rato van de aanstelling), maar met instemming van de leerkracht kunnen dat er ook meer zijn.

Minder of meer ingeroosterde lesuren worden in de jaartaakberekening automatisch gecompenseerd door resp. méér of  mínder berekende uren voor de overige taken. Het heeft dus geen gevolgen voor de jaarlijkse arbeidsduur en hoeft daarom niet in alle gevallen gecorrigeerd te worden met extra in of uit te roosteren lesuren.

de arbeidsuren
De arbeidsuren vormen het totaal van de 5 jaartaakonderdelen en tellen bij wtf 1 maximaal 1659 uren (bij deeltijders naar rato van de aanstelling). Eventuele méér ingeroosterde arbeidsuren zullen dus altijd moeten vrijgeroosterd of extra uitbetaald.

In de meeste gevallen zullen er op basis van de 40-urige werkweek echter mínder arbeidsuren zijn ingeroosterd, en waarom dat in de meeste gevallen geen probleem is, lees je verderop.

de theoretisch verdeling van de arbeidsuren over de week
Van deze arbeidsuren zijn alleen de lesuren en de afgesproken aanwezigheidsuren plaats- en tijdgebonden, waardoor in tegenstelling tot de telling van de lesuren het tellen van de arbeidsuren een nogal abstracte zaak is. Door echter uit te gaan van een theoretische verdeling van de arbeidsuren over de weekdagen, is het toch mogelijk de telling van de arbeidsuren transparant en voor iedereen gelijk te maken, waardoor willekeur bij het bepalen van de werkdagen en de omvang van een verlof voorkomen wordt.

niet álle arbeidsuren hoeven ingeroosterd te worden
Op basis van de 40-urige werkweek zullen bij voltijders en veel deeltijders niet álle arbeidsuren kunnen worden ingeroosterd. Dat is echter helemaal niet erg, want in de praktijk wordt er ook buiten de ingeroosterde uren van de 40-urige werkweek gewerkt, zoals ’s avonds, in het weekend en in vakanties. Een groot deel van de taken verricht een leerkracht dus op school binnen de aanwezigheidstijd van een werkdag, en een deel daarbuiten.

Houd steeds voor ogen dat de inroostering van de arbeidsuren alleen maar is bedoeld voor een eerlijke en transparante bepaling van het aantal plaats- en tijdgebonden*) werkdagen op jaarbasis en de (uren)omvang van een verlof. Lees daar hieronder meer over.

*) Ook de ingeroosterde werkdagen zijn niet geheel plaats- en tijdgebonden, want dit is afhankelijk van de afgesproken aanwezigheidsuren.

 

De inroostering van de arbeidsuren

De in 2014 ingevoerde 40-urige werkweek voor het PO werd in de CAO-PO 2018 weer afgeschaft. En terecht. De strikte beperking van de wekelijkse arbeidsuren tot de aanstellingsuren en de daaraan gekoppelde compensatieregeling, was onwerkbaar en van elke realiteitszin gespeend.

Met lege handen
Nadat in de CAO-PO 2018 niet alleen de 40-urige werkweek ‘als factor bij de werkverdeling’ weer werd afgeschaft, maar ook de beschikbaarheidsregeling -waarin werd geregeld hoeveel dagdelen een teamlid op basis van zijn of haar aanstelling wekelijks maximaal kon worden ingeroosterd- verviel, stond het PO m.b.t. de inroostering van de arbeidsuren in feite met lege handen.

Inroostering arbeidsuren blijft noodzakelijk
Sommigen hebben wellicht de conclusie getrokken dat de inroostering van de arbeidsuren dus niet meer nodig is, maar dat is niet zo. Want hoe bepaal je bijvoorbeeld zonder enig raamwerk als houvast, op transparante wijze hoeveel dagdelen het OP of OOP wekelijks en over een heel schooljaar gerekend, op school mag worden verwacht?

De aanstelling biedt hierbij in elk geval onvoldoende steun, want als een teamlid met een aanstelling van 16 uur twee dagen per week op school geacht wordt te zijn, hoe zit dat dan met iemand met een aanstelling van 17 of 18 uur? En hoe zit dat dan over een heel schooljaar gerekend?

En als een leerkracht vanaf 57 jaar de duurzame inzetbaarheid als verlof opneemt, hoeveel vrije dagen zijn dat dan bij zijn of haar aanstelling? En wanneer een teamlid ouderschapsverlof opneemt, hoe bereken je dan hoeveel arbeidsuren dat verlof omvat, en  -niet onbelangrijk-  wat dat de verlofopnemer gaat kosten?

Het ontbreken van een berekeningsmodel voor de ingeroosterde arbeidsuren leidt tot ondoorzichtige en willekeurige beslissingen, en eindeloze discussies over de taakbelasting.

Een theoretisch model van de 40-urige werkweek
TaakberekeningPO biedt je de mogelijkheid de arbeidsuren net als de lesuren op een voor iedereen gelijke wijze in te roosteren. Daarbij blijven we gebruik maken van het concept van de 40-urige werkweek*), maar nu niet meer om te bepalen hoeveel uur er wekelijks precies gewerkt mag worden, maar alleen om volstrekt navolgbaar bij elke aanstelling te kunnen bepalen hoeveel werkdagen een schooljaar, en hoeveel uren bijvoorbeeld een verlof telt.

*) Soms wordt er voor gekozen een werkweek van 42 uur aan te houden, omdat voltijders dan volledig kunnen worden ingeroosterd. Dit geeft echter problemen bij de verlofberekening.

Aanwezigheidsuren
In feite gaat het er dus om dat je voor elk teamlid de ‘plaats- en tijdgebonden’ uren berekent volgens een voor iedereen gelijk schema. Waarbij zoals hierboven al vermeld, dient te worden aangetekend dat ook de uren van een werkdag natuurlijk niet allemaal plaats- en tijdgebonden zijn, omdat de mate van gebondenheid begrensd wordt door de afspraken die er gemaakt zijn t.a.v. de aanwezigheidstijden. Daarnaast gaat het zoals gezegd om een theoretisch model, waarbij de werkelijke lengte van de werkweek individueel en naar gelang de werkzaamheden van week tot week zal verschillen.

De verdeling van de 40-urige werkweek over de weekdagen
Eerste stap bij de inroostering is het kiezen van een standaardverdeling van de 40-urige werkweek over de weekdagen. Op een school met 5 gelijke lesdagen ligt een verdeling van 5 keer 8 uur voor de hand, en op een school met een kortere woensdag 4 keer 8,5 uur, met op woensdag 6 uur. Denk er aan dat dit schema los staat van een eventueel schema dat gehanteerd wordt bij benoemingen.

De opbouw en invulling van de jaartaak
Naast de berekening van de ingeroosterde arbeidsuren, moet berekend worden hoe de uren van de jaartaak zijn verdeeld over de vijf jaartaakonderdelen. Tenslotte kunnen de berekende uren voor de professionalisering, duurzame inzetbaarheid en overige taken gevuld worden met taken en activiteiten. Ook dat moet op transparante wijze en met inachtneming van de beschikbare uren gebeuren.

Opbouw van de jaartaak
Bij een volledige aanstelling van 40 uur (wtf 1,0) is de jaarlijkse arbeidsduur 1659 uur. Deze jaartaak omvat bij het OP en OOP met lesondersteunende taken vijf taakonderdelen:

  1. duurzame inzetbaarheid

  2. professionalisering

  3. lestaak

  4. voor- en nawerk (volgens een percentage over de ingeroosterde lesuren: de opslagfactor)

  5. overige (school)taken

Waterbed
De eerste twee taakonderdelen zijn urenbudgetten waarvan de omvang volgens de CAO-PO bepaald wordt door leeftijd en salarisnummer.

Voor de andere 3 taakonderdelen blijft dus altijd een bepaald aantal uren over, dat als in een waterbed op elkaar reageert. Want wanneer er méér lesuren zijn ingeroosterd, worden er ook méér uren voor het voor- en nawerk berekend en blijven er mínder uren over voor de overige taken en omgekeerd.

Minder of meer lesuren inroosteren dan het maximum op basis van de aanstelling, heeft dus geen invloed op de jaarlijkse arbeidsduur en hoeft daarom ook niet per se gecorrigeerd te worden!

‘Terugkomdagen’ meestal onnodig
Er is in veel gevallen dus geen reden een leerkracht die op zijn vaste werkdagen op jaarbasis wat minder lesuren is ingeroosterd dan zijn maximale lestaak, op ’terugkomdagen’ extra in te roosteren. Alleen wanneer er relatief erg veel lesuren én arbeidsuren niet ingeroosterd overblijven en/of  wanneer dit echt noodzakelijk is om de formatie ‘rond’ te krijgen, kan er voor gekozen worden om naast de vaste werkdagen nog een aantal extra dagen in te roosteren.

Met leerkrachten die wat méér uren zijn ingeroosterd dan hun maximale lestaak, kan in overleg worden afgesproken dit zo te laten. Daarbij is het van belang dat de leerkracht weet dat de méér ingeroosterde lesuren worden gecompenseerd door mínder uren voor de overige taken*.

Wanneer teamleden na de eerste inroostering erg veel les- en of arbeidsuren overhouden of tekort komen, rijst natuurlijk wel de vraag of de aanstelling wel in overeenstemming is met de gekozen vaste werkdagen, of omgekeerd.

*) Dit argument gaat uiteraard alleen op wanneer er van de verdeling van de overige taken serieus werk wordt gemaakt.

Opnemers verlof duurzame inzetbaarheid
Bij opnemers van een verlof duurzame inzetbaarheid overigens, zal het vaak niet mogelijk zijn de netto lestaak en arbeidsuren volgens een vast weekschema in te roosteren. Het is dan noodzakelijk om naast de vaste werkdagen nog een aantal extra werkdagen in- of uit te roosteren (wat het handigst uitkomt). Dit heeft dan met ’terugkomdagen’ natuurlijk niets te maken.

In alle gevallen is het van belang dat de naast de vaste werkdagen meer of minder te werken losse dagen, vóór de zomervakantie zijn ingeroosterd.

Meer of minder ingeroosterde arbeidsuren
Evenals het aantal ingeroosterde lesuren zal het aantal ingeroosterde arbeidsuren op basis van de vaste werkdagen, vrijwel nooit precies even groot zijn als de jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling. De jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling mag in principe niet overschreden worden. Wanneer een teamlid méér arbeidsuren wordt ingeroosterd, ontstaat er in feite overwerk dat extra uitbetaald moet worden. Binnen bepaalde voorwaarden mag er maximaal 20% van de jaarlijkse arbeidsduur worden overgewerkt.

 

Veelgemaakte fouten bij de inroostering

Wanneer op basis van de vaste werkdagen meer of minder arbeidsuren dan de jaarlijkse arbeidsduur blijken te zijn ingeroosterd, wordt dit op sommige scholen gecompenseerd door het aantal uren voor de overige taken met dit teveel of tekort te verrekenen.

Dit is echter onjuist, want het verminderen of vermeerderen van de berekende uren voor de overige taken verandert natuurlijk niets aan aan het aantal plaats- en tijdgebonden ingeroosterde arbeidsuren! Lees hier meer over dit soort veelgemaakte inroosterfouten.

 

Niet álle arbeidsuren behoeven te worden ingeroosterd

In de meeste gevallen zullen er echter niet méér maar mínder arbeidsuren zijn ingeroosterd. Dit komt doordat de wekelijkse aanstelling pas in ruim 41 werkweken de jaarlijkse arbeidsduur oplevert. Voltijders zullen in 38 á 39 schoolweken (+ enkele dagen in de zomervakantie) nooit aan 1659 uur komen, maar houden gemiddeld zo’n één á twee weken aan niet ingeroosterde arbeidsuren over.

Dit is echter geen enkel probleem, want zoals hierboven al uiteengezet, is de inroostering van de arbeidsuren theoretisch, en alleen maar bedoeld om op transparante en voor iedereen gelijke wijze het aantal werkdagen op jaarbasis en het aantal verlofuren bij een verlofopname te bepalen.

Het enige wat uiteindelijk van belang is, is dat de afgesproken taken en activiteiten passen binnen de berekende uren voor de 5 jaartaakonderdelen en dat zij naar behoren verricht worden. En waar of wanneer dat gebeurt, is in veel gevallen onbelangrijk.

Deeltijders kunnen wél volledig worden ingeroosterd, maar dat hoeft niet
Bij deeltijders zien we in principe hetzelfde. Ook hun aanstellingsuren leveren in 38 á 39 schoolweken meestal niet de volledige jaarlijkse arbeidsduur op.

Maar er is echter wél een verschil: deeltijders kunnen sinds 2018 op basis van de afgesproken standaardverdeling van de arbeidsuren en hun vaste wekelijkse werkdagen, wekelijks korter of langer zijn ingeroosterd dan hun aanstelling. Dit kan er toe leiden dat een deeltijder op jaarbasis zelfs méér arbeidsuren plaats- en tijdgebonden is ingeroosterd dan zijn jaarlijkse arbeidsduur volgens de aanstelling. In dat geval zullen deze teveel ingeroosterde arbeidsuren moeten worden vrijgeroosterd, of als overwerk extra moeten worden uitbetaald.

Maar wanneer echter een deeltijder op jaarbasis wat mínder arbeidsuren is ingeroosterd, kun je dit net als bij voltijders zo laten, want aan hun jaarlijkse arbeidsduur en alle daarbinnen geplande activiteiten verandert daarmee niets, en werken zij door het jaar heen, net als de voltijders, een aantal uren niet plaats- en tijdgebonden.

Het inroosteringspercentage van de voltijder als referentiepunt
Als voltijders standaard niet volledig plaats- en tijdgebonden worden ingeroosterd, is het wel zo consequent dit bij deeltijders ook niet te verlangen. Maar hoe bepaal je nu welk deel van de arbeidsuren je bij de deeltijders ook oningeroosterd laat.?

Als referentiepunt hierbij kan het inroosteringspercentage* van de voltijder houvast bieden: als het inroosteringspercentage van de voltijder ongeveer overeenkomt met dat van een deeltijder, kunnen de minder ingeroosterde arbeidsuren zo gelaten worden. Alleen als er een beduidend lager percentage arbeidsuren is ingeroosterd, zou extra inroostering overwogen kunnen worden. Waarbij overigens dan wel de vraag rijst of de aanstelling wel in overeenstemming is met het wekelijks aantal ingeroosterde arbeidsuren (of omgekeerd).

*) Het inroosteringspercentage staat, mits dit op het eerste werkblad is ingevuld, op elk teamliblad vermeld in rubriek H,

Deeltijders die méér arbeidsuren zijn ingeroosterd
Deeltijders die op basis van de standaardverdeling van de 40-urige werkweek over de weekdagen wekelijks lánger dan hun aanstelling worden ingeroosterd, kunnen daardoor op jaarbasis dan ook méér uren zijn ingeroosterd dan hun maximale jaarlijkse arbeidsuur. In dat geval rest alleen nog het uitroosteren of extra uitbetalen van de teveel ingeroosterde uren. Ook hier rijst dan wel weer de vraag of de aanstelling wel in overeenstemming is met de gekozen vaste werkdagen.

Verhoudingsgewijze inroostering is geen CAO-afspraak
Bovenbedoelde verhoudingsgewijze inroostering is dus een manier om bij deeltijders en voltijders het aantal werkdagen op jaarbasis, transparant en eerlijk (=in gelijke mate) te bepalen. Omdat de verhoudingsgewijze inroostering niet is opgenomen in de CAO-PO, zul je zelf binnen het team moeten afspreken óf en op welke wijze deze verhoudingsgewijze inroostering wordt toegepast.

Realiseer je daarbij wél, dat wanneer je de verhoudingsgewijze inroostering niet toepast, je voltijders en deeltijders op dit punt ongelijk behandelt, omdat deeltijders in veel gevallen dan in verhouding tot hun aanstelling lánger plaats- en tijdgebonden worden ingeroosterd dan voltijders!

Toepassing verhoudingsgewijze inroostering in TaakberekeningPO
Wanneer op het eerste werkblad lesurenberekening in rubriek G het inroosteringspercentage van de voltijder (na volledige inroostering) is ingevuld, wordt op elk teamlidblad in het blauwe vakje naast rubriek H, het aantal ingeroosterde arbeidsuren getoond wanneer het betreffende teamlid verhoudingsgewijs evenveel arbeidsuren plaats- en tijdgebonden zou zijn ingeroosterd als een voltijder.

Dit aantal kan dan als vergelijkingspunt worden gebruikt bij de beoordeling of nadere in- of uitroostering van de arbeidsuren gewenst is. Het is daarbij natuurlijk niet nodig dit aantal precies aan te houden.

In bovenstaand voorbeeld van een voltijder die het verlof duurzame inzetbaarheid opneemt, zou deze nog ongeveer 29 arbeidsuren minder kunnen worden ingeroosterd om verhoudingsgewijs net zo veel niet plaats- en tijdgebonden ingeroosterde arbeidsuren over te houden als toen deze nog voltijder was.

Toepassing verhoudingsgewijze inroostering vooral van belang bij voltijders die een verlof d.i. opnemen
Vooral voor voltijders die vanaf 57 jaar het verlof duurzame inzetbaarheid opnemen, is de verhoudingsgewijze inroostering belangrijk. Onderstaand voorbeeld maakt dat duidelijk.

Een voltijder werd jaarlijks ongeveer 1600 uur plaats- en tijdgebonden ingeroosterd. Op 57-jarige leeftijd neemt deze 170 uur verlof duurzame inzetbaarheid op; in werkdagen zijn dat ongeveer 20 dagen.

De nieuwe jaarlijkse arbeidsduur na de verlofopname wordt nu (1659 – 170) 1489 uur. Deze 1489 uur kunnen nu echter wél volledig plaats- en tijdgebonden worden ingeroosterd, zodat in dat geval van het verlof in werkelijkheid maar (1600 – 1489) 111 uur of ongeveer 12 dagen overblijven!

Bij toepassing in bovenstaand voorbeeld van de verhoudingsgewijze inroostering, zou het verlof in plaats- en tijdgebonden dagen wél rond de 20 dagen blijven tellen!

 

Het verdelingsschema van de 40-urige werkweek

De gekozen standaardverdeling van de arbeidsuren over de weekdagen en desgewenst de dagdelen, vul je in rubriek G in op het eerste werkblad Lesurenverdeling. Het is formatief gezien voordelig om deze verdeling in verhouding tot de lesurenverdeling te doen. Bij 5 gelijke lesdagen wordt dan gekozen voor 5 x 8:00 uur, maar bij een kortere leswoensdag levert een verdeling van 4 x 8:30 uur en 1 x 6:00 uur formatief gezien meer rendement op.

De standaardarbeidsurenverdeling van de 40-urige werkweek in rubriek G op het eerste werkblad

De aanstellingsuren in vergelijking tot het verdelingsschema
Het gekozen schema hoeft niet gelijk te zijn aan een eventueel in gebruik zijnd schema voor de bepaling van het aantal aanstellingsuren bij een bepaald aantal werkdagen. Dit is namelijk mede afhankelijk van eventuele afspraken over de maximale lestaak. Bij een maximale lestaak van 940 uur zal een aanstelling van 8 uur voor één dag in veel gevallen onvoldoende lesuren opleveren voor een heel schooljaar. Er kan dan beter gekozen worden voor een aanstelling van 9 uur, en bij een aanstelling van 2 dagen voor 17 uur, enz..

Wanneer er echter met het team afspraken over een hoger maximum van de lestaak zijn gemaakt, valt de berekening anders uit en levert een aanstelling van 8 of 16 uur misschien wél voldoende lesuren op voor een heel schooljaar. Met behulp van de planner is het na volledige invulling van het eerste werkblad (Lesurenberekening) heel eenvoudig met een proefinroostering na te gaan welke urenaanstelling het beste past bij de beoogde werkdagen van een vacature.

LEES MEER

Hoe rooster je voltijders en deeltijders verhoudingsgewijs even lang in?
Wat doe je met de meer of minder ingeroosterde les- en arbeidsuren?
Weergave op het teamlidblad van de meer of minder ingeroosterde uren
Vijf valkuilen bij de inroostering
Hoe verdeel je de arbeidsuren over de weekdagen?
Hoe bereken je de uren voor het voor- en nawerk en de overige taken?
De opbouw van de jaartaak

Berekeningsperiode

De periode waarover de planner de ingeroosterde les- en arbeidsuren berekent

Ieder schooljaar telt door de verschuivende zomervakantie een verschillend aantal lesweken, waardoor de lengte van een schooljaar kan variëren van 38 tot 42 schoolweken.

De CAO-PO doet hier luchtig over, en constateert slechts dat er kortere en langere schooljaren zijn, zonder op de complicatie in te gaan die dat voor de inroostering met zich meebrengt. In langere jaren zullen immers door de dan nóg grotere overschrijding van de maximale lestaak, bij iedereen erg veel lesuren moeten worden uitgeroosterd (dus extra vervangingskosten!), maar kunnen de meerkosten daarvan in kortere jaren niet verrekend worden!

Door echter de ingeroosterde les- en arbeidsuren altijd te berekenen over de periode van 1 oktober t/m 30 september, wordt deze fluctuatie in het jaarlijks aantal lesuren opgeheven en uitgegaan van het gemiddeld aantal lesuren van een schooljaar. Incidentele roosterafwijkingen aan het begin van het schooljaar in augustus en september (zoals bijv. studiedagen), worden daarbij om praktische redenen wél in de berekening van het betreffende berekeningsjaar meegenomen.

De gemiddelde lengte van het schooljaar in schoolweken is afhankelijk van het lesrooster, de vakanties, studiedagen en overige lesvrije dagen, en levert voor de meeste scholen een schooljaar van 38 á 39 schoolweken op.

LEES MEER

Over welke periode berekent de planner de ingeroosterde uren?

De aanwezigheidsuren van het team

In hun toelichting op het werkverdelingsplan betreuren de PO-raad en de vakorganisaties het, dat op veel scholen vrijwel de gehele arbeidsduur binnen de schoolmuren moet worden doorgebracht. Zij stellen dat dat nooit de bedoeling is geweest en dat deze inperking botst met de professionaliteit van de leerkrachten om zelf te kunnen bepalen waar en wanneer zij hun werkzaamheden verrichten.

Wellicht moeten de PO-raad en de vakorganisaties hierbij ook de hand in eigen boezem steken, want hun onwerkbare eisen in de CAO-PO 2014 over de nauwe begrenzing van de 40-urige werkweek en het (te compenseren) overwerk dat daardoor dreigde te ontstaan, heeft zeker bijgedragen aan deze stringente en nogal kinderachtige interpretatie van de 40-urige werkweek.

Het team bepaalt zelf de aanwezigheidsuren
Per 1-8-2019 maakt het team nu binnen het werkverdelingsplan zélf afspraken over de tijd die het OP buiten de lestijd minimaal aanwezig is. Deze aanwezigheidstijd kan zich beperken tot de tijd die minimaal nodig is voor incidenteel kortstondig intern overleg en contact met ouders direct vóór en ná de lestijd. De teamleden hebben verder zelf de verantwoordelijkheid over waar en wanneer zij hun taken verrichten.

De aanwezigheidstijden moeten voldoende ruimte laten voor activiteiten buiten de werkdagen of in de avonduren
Omdat veel activiteiten, zoals het bijwonen van vergaderingen, ouderavonden, contactavonden en feestavonden grotendeels buiten deze aanwezigheidstijden plaats vinden, is het noodzakelijk de aanwezigheidstijden zo te kiezen dat er voor al deze bovengenoemde activiteiten zowel bij voltijders als deeltijders gemiddeld genomen op jaarbasis ruim voldoende arbeidsuren overblijven.

Ook de ingeroosterde arbeidsduur is niet volledig plaats- en tijdgebonden
In feite zijn dus ook van de ingeroosterde arbeidsuren alleen de lesuren en de aanwezigheidsuren volledig plaats- en tijdgebonden. De rest van de dagelijkse arbeidsduur wordt dus al naar gelang de werkzaamheden binnen of buiten de ingeroosterde tijd gewerkt.

Ambulante uren

Bij leerkrachten die deels of geheel ambulant zijn, worden automatisch alle niet ingeroosterde lesuren (plus de bijbehorende uren voor het voor- en nawerk) bij de overige taken gevoegd. Op de tweede pagina van het teamlidblad kunnen deze overblijvende uren dan worden verdeeld over de uren voor de ambulante functietaken en – als het teamlid daaraan deelneemt – de overige taken.

 

Dit teamlid geeft op maandag t/m woensdag les en is op donderdag en vrijdag ambulant. Omdat er in verhouding tot de aanstelling minder lesuren zijn ingeroosterd, zijn er ook minder uren berekend voor het voor- en nawerk, en blijven er veel uren over voor de overige & ambulante taken. Een eventuele verdeling van deze 770 uren over de ambulante functietaken en de overige taken gebeurt op de tweede pagina van het teamlidblad (zie hieronder).

 

Met deze leerkracht is afgesproken dat 570 uur wordt besteed aan de ambulante functietaken; er blijven dan 200 uur over voor de overige taken. Op de eerste regel van rubriek C worden de uren voor de ambulante functietaken ingevuld. Door een sterretje voor de omschrijving te plaatsen, blijft deze regel na sortering altijd bovenaan staan. Daaronder kunnen dan nog de activiteiten voor de overige taken worden ingevuld.


LEES MEER

Leerkrachten met geen of deels lesgevende taken

De planner aanpassen aan de eigen afspraken

Wanneer op een school met het team een grotere maximale lestaak wordt afgesproken, vul je dat nieuwe maximum in rubriek G (instellingen- zie hieronder) in op het eerste werkblad. In die rubriek vul je ook de gekozen opslagfactor voor het voor- en nawerk in en, als je gebruik wilt maken van de verhoudingsgewijze gelijke inroostering van de arbeidsuren, het inroosterpercentage van de voltijders.

Ook het wel of niet tonen van de inroosterverschillen tussen de maximale lestaak en de jaarlijkse arbeidsduur op de teamlidbladen, kan in deze rubriek aan of uit worden gezet.

 

Onderscheid OP en OOP

Bij de inroostering van het OOP maken we in de planner onderscheid tussen het OOP mét lesondersteunende taken en het OOP zónder die taken. Bij de eerste groep denken we aan een lerarenondersteuner, onderwijs- of klassenassistent en bij de tweede groep aan een administratief medewerker, logopedist, schoolpsycholoog of een conciërge.

Het OOP mét lesondersteunende taken
Het OOP mét lesondersteunende taken wordt op dezelfde manier ingeroosterd als het OP. Alhoewel zij werken onder verantwoordelijkheid van het OP, verschillen hun werkzaamheden niet wezenlijk van het OP. Zij werken tijdens de lestijd in of buiten de groep met kinderen, zij moeten deze activiteiten voorbereiden en verwerken, zij nemen deel aan de verdeling van de overige taken en hun aanwezigheidstijden zullen doorgaans hetzelfde zijn als van het OP.

Hun jaartaak bestaat dus net als bij het OP uit de bovengenoemde 5 taakonderdelen. In de planner wordt dit OOP dan ook bij het OP, dus bij de eerste 100 teamleden opgenomen. Om op het Formatieoverzicht ( Op = groen, OOP = blauw) en het werkblad Groepsverdeling het verschil te kunnen zien tussen het OP en OOP, worden de lesdagdelen van dit OOP op het invoerformulier in de middelste kolommen aangeklikt.

Een afwijkende opslagfactor bij het OOP
Soms wordt er voor gekozen om bij het OOP met lesondersteunende taken een kortere opslagfactor dan voor het OP te hanteren. Deze afwijkende opslagfactor kan dan op het teamlidblad (rubriek J) worden ingevuld, waarna een herberekening volgt van de uren voor het voor- en nawerk en de overige taken.

 
De werkdagdelen van het OOP met lesondersteunende taken worden op het invoerformulier in de middelste kolom aangeklikt. In dit voorbeeld is geen afwijkende opslagfactor gekozen (de individuele opslagfactor staat op 0%). Een eventueel afwijkende opslagfactor wordt op het teamlidblad ingevuld.
 

Het OOP zónder lesondersteunende taken
Bij het OOP zonder lesondersteunende taken onderscheidt de planner 3 taakonderdelen: de uren voor de duurzame inzetbaarheid, de professionalisering en de werkzaamheden. Het taakonderdeel overige taken ontbreekt, omdat bij hen het maken van onderscheid tussen de werkzaamheden en de overige taken geen zin heeft.

Het OOP zonder lesondersteunende taken kan uiteraard wél deelnemen aan bepaalde overige taken, zoals bijv. de MR of werkgroepen. Deze activiteiten kunnen net als bij het OP worden vermeld in rubriek C (overige taken) op de tweede pagina van het teamlidblad en worden dan ook opgenomen in de te maken overzichten van de activiteitenverdeling over het team.

Het OOP zonder lesondersteunende taken wordt ingeroosterd bij de teamleden 101 t/m 120. Het invoerformulier is afwijkend van die van het OP.

Inroosterwijze 1 en 2
Bij de inroostering van het OOP zónder lesondersteunende taken kan voor 2 inroosterwijzen worden gekozen:

1.      Alle uren van de jaartaak worden -net als bij het OP- ingeroosterd;
2.      Alleen de uren voor de werkzaamheden worden ingeroosterd.

Bij inroosterwijze 1 vallen de uren voor de duurzame inzetbaarheid en professionalisering dus net als bij het OP bínnen de ingeroosterde uren, en bij inroosterwijze 2 daarbuiten.

Het voordeel van inroosterwijze 2 is dat het dan voor alle partijen duidelijk is dat de ingeroosterde uren de werkuren zijn waarop dit OOP op school aanwezig is om de werkzaamheden uit te voeren.

De uren voor de duurzame inzetbaarheid (tenzij als verlof opgenomen) en de professionalisering, worden dan buiten de ingeroosterde werkuren in de loop van het schooljaar naar eigen inzicht ingevuld. Eventuele afspraken hierover kunnen net als bij het OP worden vastgelegd op de activiteitenlijstjes op de tweede pagina van het teamlidblad.

In dit voorbeeld zijn alleen de uren voor de werkzaamheden (plaats- en tijdgebonden) ingeroosterd en blijven de 123 uren voor de duurzame inzetbaarheid + professionalisering oningeroosterd over.

LEES MEER

Indeling OP en OOP
Taakberekening OOP zonder lesondersteunende taken

Aan de slag!

Na lezing van bovenstaande kun je aan de slag gaan met de planner. Op elk werkblad vind je aan de rechterkant, maar ook op het werkblad zelf (houd de muisaanwijzer boven een cel met een rood driehoekje) uitgebreide toelichtingen.

Op het eerste teamlidblad OP en OOP staat hier en daar een informatie-icoon dat je doorlinkt naar achtergrondinformatie op deze website.

In de handleiding en op deze website (Vragen) tenslotte, vind je het antwoord op zowel technische als inhoudelijke vragen en handige tips & tricks die het invullen en afdrukken van de planner aanzienlijk kunnen versnellen.

Aanbevolen wordt eerst de voorbeeldplanner te downloaden en de inroostervoorbeelden plus toelichtingen te bestuderen.

Bekijk hier hoe je deze planner in 3 stappen invult.