De jaartaak OP en OOP met lesondersteunende taken bestaat uit 4 onderdelenOorspronkelijk bestond de jaartaak uit vijf onderdelen, maar doordat het budget professionalisering (83 uur) en duurzame inzetbaarheid (40 uur) in de CAO-PO 2024-2025 zijn samengevoegd in het PDI-budget, zijn het er nu dus vier.
Maar alle regelingen betreffende de duurzame inzetbaarheid – extra uren beginnende leerkrachten en een verlofopname duurzame inzetbaarheid, of het sparen hiervan – zijn ongewijzigd gebleven; de enige verandering is dat nu het volledige PDI-budget van 123 uur 3 jaar achtereen gespaard kan worden voor een vastgelegd doel (géén verlof).
Om de berekening van het verlof duurzame inzetbaarheid begrijpelijk te houden, blijven we waar nodig in de berekeningen en toelichtingen binnen het PDI-budget toch een onderscheid maken tussen het professionaliseringsdeel en het duurzame inzetbaarheidsdeel.
De planner voor het schooljaar 2026-2027 zal zijn aangepast aan het “nieuwe” PDI-budget.
De jaarlijkse arbeidsduur van een voltijder is 1659 uur. Voor een jaartaakflip bij een werktijdfactor van 1,0 nemen we daarom een flink glas waarin precies 1659 liter past en dat we als volgt vullen:
We beginnen met een laagje professionalisering van 83 liter; dat is bij wtf 1,0 bij iedereen evenveel. Daarbovenop komt een laagje duurzame inzetbaarheid – dat is bij beginnende leerkrachten 80 liter, daarna tot 57 jaar 40 liter en vanaf 57 jaar 170 (40 + 130) liter. We kiezen in dit recept 123 (83 + 40) liter.
Sinds 2018 is dat maximaal 940 liter, het mag ook wat meer zijn, maar dat kan alleen met instemming van de leerkracht. We doen in dit voorbeeld een laag van precies 940 liter.
Dat hangt af van het binnen de school gekozen opslagpercentage* over de ingeroosterde lesuren, en varieert op de meeste scholen tussen de 35% en 45%. We kiezen in dit voorbeeld 40%, dat is dus over 940 uur gerekend 376 liter.
Daarmee maken we tenslotte het glas vol. Omdat dit glas in dit voorbeeld tot nu toe met 1439 liter gevuld is, maken we het tot de rand vol met 220 liter (1659 – 1439 = 220) overige taken.

Zoals je in bovenstaand recept ziet, zijn er in de jaartaak twee onderdelen waarop we wat de omvang betreft, invloed hebben:
Het aantal uren voor het PDI-budget ligt, afhankelijk van het salarisnummer en de leeftijd, vast volgens de CAO-PO. Er blijft dus afhankelijk van leeftijd, salarisnummer en aanstelling, bij iedereen na aftrek van het PDI-budget een bepaald aantal uren over om te verdelen over de lestaak, het voor- en nawerk en de overige taken.
Na aftrek van het PDI-budget vormen de uren voor de ingeroosterde lestaak en het voor- en nawerk aan de ene kant en die voor de overige taken aan de andere kant een waterbed. Hoe meer lesuren worden ingeroosterd, hoe meer uren er ook berekend worden voor het voor- en nawerk, en hoe minder uren er dus overblijven voor de overige taken. En bij mínder ingeroosterde lesuren dan de maximale lestaak, blijven er in de berekening dus vanzelf méér uren over voor de overige taken.
Hieronder twee voorbeelden van de invloed van de opslagfactor op het overblijvend aantal uren voor de overige taken.


Als er méér lesuren zijn ingeroosterd zoals in het voorbeeld hieronder, worden er vanzelf ook méér uren voor het voor- en nawerk berekend en blijven er dus mínder uren over voor de overige taken en omgekeerd.

Ambulante of gedeeltelijk ambulante leerkrachten geven geen of minder les. Hierdoor blijven er heel veel uren over voor de overige taken.
Zoals je in het voorbeeld hieronder ziet is bij ambulantie het label overige taken vanzelf veranderd in overige & amb.(ulante) taken, omdat deze overblijvende uren zowel voor de overige taken als de ambulante functietaken zijn berekend en daarom handmatig over deze twee taken moeten worden verdeeld.
Onderin rubriek K kun je nu het aantal uren invullen dat bestemd is voor de ambulante functietaken. Het aantal uren dat dan nog overblijft, is dan bestemd voor de overige taken. Zie het voorbeeld en de tip hieronder.


Bij een opname van het overig verlof, zoals een ouderschapsverlof, worden de (arbeids)uren van het verlof afgetrokken van de jaarlijkse arbeidsduur; de beschikbare uren voor de jaartaak wordt door de verlofopname dus kleiner!
Dit betekent niet alleen dat er afhankelijk van de dagen waarop het verlof wordt opgenomen minder lesuren worden gegeven (en minder uren voor het voor- en nawerk nodig zijn), maar dat er door de kleinere jaartaak ook minder PDI- en overige takenuren overblijven.
Wanneer je op het teamlidblad onderaan rubriek J de verlofopname invult (zie voorbeeld hieronder), worden de nieuwe uren voor bovengenoemde taakonderdelen vanzelf herberekend en naast het betreffende taakonderdeel getoond. Ook op het activiteitenoverzicht op de tweede pagina van het teamlidblad worden deze uren dan automatisch aangepast.


Teamleden van 57 jaar of ouder krijgen een bijzonder PDI-budget van 130 uur (deeltijders naar rato van hun aanstelling) bij het gewone PDI-budget van 123 uur, en kunnen dan maximaal 170 uur (40 + 130) geheel of gedeeltelijk sparen en/of als verlof opnemen. Dit verlof kan zowel geclusterd als in herkenbare dagdelen worden opgenomen.
De PDI-verlofopname vul je altijd in op het invoerformulier van het teamlid
Een PDI- duurzame inzetbaarheid verlofopname is het enige verlof dat je invult op het invoerformulier van het tamlid. Na invulling wordt de nieuwe jaartaak dan op de juiste manier berekend, waarbij (zoals de CAO-PO voorschrijft) het budget PDI-professionalisering ongewijzigd blijft, dus even groot blijft als vóór de verlofopname.
De jaartaakopbouw wanneer het budget van 170 uur niet wordt ingezet of gespaard
Als dit verlof niet wordt opgenomen of gespaard, ziet de jaartaak er zo uit:

De jaartaakopbouw wanneer het budget wordt gespaard
Wanneer het budget niet als verlof wordt opgenomen, kan het (zie hieronder) ook geheel of gedeeltelijk worden gespaard. De maximale lestaak blijft gedurende de spaarperiode onveranderd 940 uur (aan de jaarlijkse arbeidsduur verandert nu immers nog niets!), en door het wegvallen van de uren van het PDI-budgetdeel duurzame inzetbaarheid, wordt het aantal overblijvende uren voor de overige taken groter.

Het PDI-budget (deels) opnemen als verlof

Het gespaarde budget als verlof opnemen
Het PDI-budgetdeel duurzame inzetbaarheid kan maximaal 5 jaar gespaard worden. Daarna kan bij wtf 1,0 vijf jaar achtereen maximaal 340 uur verlof worden opgenomen: 170 uur (40 + 130 bijzonder budget) gespaard en 170 uur in het betreffende verlofopnamejaar. Wanneer dus vanaf 57 jaar vijf jaar wordt gespaard, kan vanaf 62 tot 67 jaar een dubbel verlof worden opgenomen.

De berekening van de maximale lestaak na een verlofopname
Wanneer het PDI-budgetdeel duurzame inzetbaarheid geheel of gedeeltelijk als verlof wordt opgenomen, blijft volgens de CAO-PO het PDI-budgetdeel professionalisering ongewijzigd – bij wtf 1,0 dus 83 uur.
Over hoe de uren dan verder over de jaartaakonderdelen lestaak, voor- en nawerk en overige taken moeten worden verdeeld, is de CAO, om het voorzichtig uit te drukken, niet erg duidelijk.*
Tot en met de planner 2025/2026 is bij de berekening van de nieuwe maximale lestaak door het gelijkblijvend aantal uren voor het PDI-budgetdeel professionalisering, rekening gehouden met de hierdoor veranderde verhouding tussen de overige taakonderdelen. Dit leidde tot een iets kleinere maximale lestaak (839 uur) dan bij leerkrachten < 57 jaar met een gelijke arbeidsduur van 1489 uur.
Om dit verschil op te heffen, wordt vanaf versie 2526 – 2.0, de maximale lestaak bij verlofopnemers, op dezelfde manier berekend als bij leerkrachten jonger dan 57 jaar met een gelijke arbeidsduur, in dit voorbeeld dus 1489 uur (wtf 0,8975).

De berekening in de vierde kolom (voltijder die 170 uur verlof opneemt) is als volgt:
Merk op dat het aantal overblijvend aantal uren voor de overige taken bij de verlofopnemer groter is dan bij de jongere leerkracht met gelijke arbeidsduur. Dit komt natuurlijk doordat bij de verlofopnemer 27 uur minder PDI-budget wordt berekend, waardoor het resterend aantal uren voor de overige taken bij de verlofopnemer vanzelf 27 uur groter wordt.
Inzet basisbudget, bijzonder budget en eigen bijdrage
Als het bijzonder budget als verlof wordt opgenomen, moet daarover een eigen bijdrage worden betaald van 40 tot 50%. Alleen wanneer het bijzonder budget in zijn geheel als verlof wordt opgenomen, kan ook het basisbudget (bij wtf 1,0: 40 uur) zonder eigen bijdrage als verlof worden ingezet.
Sinds de samenvoeging in de CAO-PO 2024/2025 van het budget duurzame inzetbaarheid en professionalisering in het PDI-budget, kan dit PDI-budget in zijn geheel maximaal drie jaar worden gespaard voor een vooraf afgesproken doel (geen verlof).

Wanneer in een jaar het volledige PDI-budget gespaard wordt, zullen er in dat jaar meer uren (343 uur!) overblijven voor de overige taken (zie bovenstaand voorbeeld).
Wanneer bij wtf 1,0 drie jaar lang 123 uur gespaard wordt, kunnen dus in het vierde jaar in totaal 492 (369 + 123) PDI-uren worden ingezet. Wanneer in dat jaar net als in de voorgaande jaren 940 lesuren worden ingeroosterd, zal dan een negatief aantal uren voor de overige taken worden berekend. Dit negatieve getal is het aantal uren waarmee de jaartaak van 1659 uur wordt overschreden. De enige manier om dit te corrigeren is het uitroosteren van lesuren.


Je moet er dus rekening mee jouden dat bij bij zowel voltijders als deeltijders die na drie jaar sparen het volledige spaarsaldo opnemen, lesuren zullen moeten worden uitgeroosterd om te voorkomen dat de jaarlijkse arbeidsduur wordt overschreden.
Lees hier meer over het PDI-sparen bij het OP en OOPVanaf de CAO-PO 2018 wordt de opslagfactor niet meer genoemd en staat er (CAO-PO: 2.2.7) dat ‘het team de verhouding bepaalt tussen de lesuren en de overige taken‘ én ook nog eens ‘het aantal uren voor het voor- en nawerk’ bepaalt.
Na bovenstaande begrijp je dat dit rekenkundig gezien onzin is en je de opslagfactor gewoon moet handhaven*.
Lees hier waarom je de opslagfactor in ere moet houden.
Lees hier meer over de jaartaakberekening van het OOP zonder lesondersteunende taken.
2 reacties
Hoeveel uren lestaken staan er voor OOP met lesondersteunende taken bij een werktijdfactor van 0,5? Opslagfactor is 20% bij mijn school.
Beste Ciska, voor het OOP met lesondersteunende taken geldt dezelfde maximale les(ondersteunende)taak als voor het OP. In jouw geval dus 0,5 x 940 = 470 uur. Bij een opslagpercentage van 20% heb je voor het voor- en nawerk dan 94 uur (0,2 x 470). Voor PDI heb je 0,5 x 123 = 62 uur (afgerond)
Je totale jaartaak is 0,5 x 1659 uur = 830 uur. In dit voorbeeld houd je dus 204 uur over voor de overige taken. Als je minder les(ondersteunende) uren bent ingeroosterd, dan houd je wat méér uren over voor de overige taken.