De inroostering van het OOP zonder lesondersteunende taken

Het inroosteren van de arbeidsuren bij het OOP zónder lesondersteunende taken (zoals een conciërge, administratief medewerker of logopedist) kan op twee manieren:

  1. In rubriek A van het teamlidblad worden net als bij het OP álle arbeidsuren van de aanstelling verdeeld over de werkdagen;

  2. In rubriek A worden alleen de uren voor de werkzaamheden over de werkdagen verdeeld.

 

Inroosterwijze 1: álle arbeidsuren worden ingeroosterd

Wanneer je in rubriek A op het teamlidblad OOP álle arbeidsuren van de aanstelling over de werkdagen verdeelt, houd je dezelfde systematiek aan als bij het OP en OOP mét lesondersteunende taken. Dit betekent dat de uren voor de professionalisering en duurzame inzetbaarheid bínnen de ingeroosterde arbeidsuren vallen. Deze inroosterwijze kies je het best bij een logopedist, schoolpsycholoog of vergelijkbare functie.


Inroosterwijze 2: alleen de uren voor de werkzaamheden worden ingeroosterd

Bij het OOP als een conciërge of administratief medewerker, is het vaak duidelijker om alleen de uren voor de werkzaamheden plaats- en tijdgebonden in te roosteren en de uren voor de duurzame inzetbaarheid en professionalisering erbuiten te laten. De ingeroosterde uren voor de werkzaamheden worden dan geacht op school te worden doorgebracht, en de overige uren voor de andere twee taakonderdelen worden buiten de ingeroosterde uren naar eigen inzicht besteed.

Wanneer je alleen de uren voor de werkzaamheden inroostert, kijk je voordat je rubriek A invult eerst in rubriek I (de opbouw van de jaartaak) hoeveel uren bestemd zijn voor de werkzaamheden. In onderstaand voorbeeld is dat dus 828 uur. Na inroostering van precies 828 uur, blijven dan precies 152 uur over voor de duurzame inzetbaarheid en professionalisering.

Vervolgens verdeel je de uren in rubriek A zó over de vaste werkdagen, dat het totaal aan ingeroosterde arbeidsuren in J precies overeenkomt met het aantal uren voor de werkzaamheden.

In het blauwe vak in rubriek A staat een indicatie hoeveel uren wekelijks moeten worden ingeroosterd om het aantal ingeroosterde uren voor de werkzaamheden zo dicht mogelijk te benaderen. In de meeste gevallen zal er toch een verschil van enkele uren meer of minder zijn. Dit verschil kan dan dan in rubriek E of F ter correctie worden ingevuld, zodat het verschil 0 is.

Er zijn in dit voorbeeld in A (zie hieronder) volgens de indicatie (afgerond) 21 uur per week ingeroosterd. Dit leverde in rubriek J aanvankelijk een ingeroosterde arbeidsduur van 835 op. Door in rubriek E ter correctie nog 7 uur uit te roosteren, komt het aantal ingeroosterde uren voor de werkzaamheden nu precies op 828 uit en blijven er ook precies 152 uren over voor de duurzame inzetbaarheid en professionalisering. In rubriek J (zie hierboven) kleuren beide vakjes nu groen.

 
 
 
De activiteiten voor de professionalisering en de duurzame inzetbaarheid vallen bij deze inroosterwijze 2 dus buiten de plaats- en tijdgebonden ingeroosterde uren, en worden in overleg of naar eigen inzicht in de loop van het jaar verricht. 

Het voordeel van inroosterwijze 2 is dat het voor alle partijen dan duidelijk is op welke dagen en tijden het teamlid OOP op school aanwezig is om de werkzaamheden te verrichten.
 

Werkzaamheden buiten de normale werktijden van A

Wanneer werkzaamheden buiten de in A genoemde werktijden vallen, bijvoorbeeld in vakanties of ’s avonds, worden deze extra ingeroosterd in rubriek F. De in F extra ingeroosterde uren moeten nu in mindering worden gebracht op de aanvankelijk ingeroosterde uren voor de werkzaamheden in A. Na invoer in F van de extra uren, is de indicatie in A vanzelf iets kleiner geworden en zal het werktijdenschema iets verkort moeten worden.
 
In de meeste gevallen blijft er in J nog een klein urenverschil over. Rooster dit ter correctie extra uit of in, in rubriek E of F. De beide vakjes in rubriek J kleuren dan groen.
 
Ook wanneer dit OOP deelneemt aan een o.t.-activiteit buiten de normale werktijden, moeten deze uren extra worden ingeroosterd in F en moeten de werktijden volgens de nieuwe indicatie worden aangepast.
 

Tip
Het is dus handig om vóórdat je de plaats- en tijgebonden uren in A invult, zoveel mogelijk eerst de extra uit of in te roosteren uren in E of F in te vullen!

 
Voorbeeld:
Een teamlid OOP is lid van de MR. Deze vergadert ’s avonds en hiervoor is standaard 20 uur voor gereserveerd. Deze extra uren worden opgevoerd in rubriek F. Daarna wordt het werkschema volgens de nieuwe indicatie ingevuld of aangepast.
 

Rubriek C, 2e pagina

deelname aan o.t.-activiteiten
Wanneer dit OOP deelneemt aan bepaalde o.t.-activiteiten, zoals de MR of een werkgroep, wordt dit ingevuld in rubriek C op de 2e pagina van het teamlidblad. Gebruik hierbij de invoerhulp (klik op de nummerbalk), zodat de spelling identiek is aan die van de o.t.-lijst en de deelname wordt opgenomen in de te maken overzichten.
 
Wanneer de gereserveerde uren voor deze activiteit buiten de werktijden van dit teamlid vallen, bijv. ’s avonds, dan moeten deze uren bij inroosterwijze 2 ook extra worden ingeroosterd in F, waarna het werktijdenschema in A in aansluiting op de nieuwe indicatie iets moet worden verkort (zie hierboven).
Het is dus handig om in F eerst de extra in te roosteren uren in te vullen van activiteiten die buiten de dagelijkse werktijd vallen en daarna de urenverdeling in rubriek A.
 
specificering uren voor werkzaamheden
Rubriek C kan (facultatief) ook worden gebruikt voor een onderverdeling van de werkuren over het takenpakket.
 
combinatie
De deelname aan o.t.-activiteiten en de onderverdeling van het takenpakket kan in rubriek C ook gecombineerd worden. Denk er dan aan dat het urentotaal het beschibare aantal uren voor de werkzaamheden niet mag overschrijden!
 
Zo’n combinatie heeft dan geen gevolg voor te maken overzichten van de overige taken, want alleen de activiteiten die in de o.t.-lijst staan worden in de overzichten opgenomen.
 
In dit voorbeeld is de vermelding van de o.t.-activiteit gecombineerd met een verdeling van het takenpakket. Door voor de onderdelen van het werkzaamhedenpakket (zoals in dit voorbeeld), óf voor de activiteiten die buiten het urenschema van rubriek A vallen, een sterretje te zetten, blijven deze bovenaan bij elkaar staan. Denk er hierbij aan dat voor o.t.-activiteiten die in de overzichten moeten worden opgenomen (zoals in dit voorbeeld) geen sterretje mag staan – ‘MR-lid’ staat in de o.t.-lijst immers ook zonder sterretje!