Tot 2006 moest in de onderbouwgroepen minimaal 880 uur worden lesgegeven en in de bovenbouw 1000 uur. In 2006 maakte een wijziging in de wet op de onderwijstijden het mogelijk het totaal van de verplichte onderwijstijd (7520 uur) gelijkelijk te verdelen over de 8 leerjaren (940 uur per leerjaar).
Omdat het gelijktrekken van de lestijd eigenlijk altijd alleen maar voordelen heeft, zijn sindsdien al veel scholen overgestapt op het gelijke lestijdenmodel.
Hieronder lees je hoe je te werk gaat een lesrooster te maken dat het best aansluit bij jouw school.

Bij gelijke lestijden is een jaarlijkse onderwijstijd van 940 uur voldoende, maar omdat er gewoonlijk voor calamiteiten wat extra marge moet worden aangehouden, hoeft een schooljaar in de praktijk niet meer dan 945 á 950 lesuren te tellen.
Omdat de maximale lestaak bij wtf 1,0 940 uur is, moet dan per voltijder of groep* 5 á 10 uur worden uitgeroosterd en vervangen. Om die twee lesdagen vervanging te voorkomen, kan binnen het team misschien worden afgesproken dat voltijders bijvoorbeeld 10 lesuren méér geven dan 940 uur, en deeltijders naar rato van hun aanstelling. Maar elke leerkracht moet met zo’n afspraak wel individueel akkoord gaan.
* Voor twee deeltijders die samen een aanstelling van 40 uur hebben, geldt dit natuurlijk per saldo ook.
Een lesrooster met ongelijke dagen en ongelijke lestijden in verschillende groepen kan ook problemen opleveren door een onbalans tussen het rooster en een gehanteerd aanstellingenschema.
Wanneer voor een aanstelling standaard 8 uur per dag wordt gerekend, zoals dat binnen veel besturen de gewoonte is, past dat prima bij een school met 5 gelijke lesdagen, maar niet bij een school met bijvoorbeeld een kortere leswoensdag. In dat laatste geval zul je merken dat leerkrachten die alleen op lange dagen werken gezien hun maximale lestaak lesuren te kort komen om het hele jaar les te kunnen geven en zul je op het formatieoverzicht bij de ingeroosterde lesuren veel dikke rode getallen zien.
Nog veel groter echter is de onbalans op scholen met ongelijke lestijden in onder- en bovenbouw.
Onderbouwleerkrachten zullen dan op hun vaste werkdagen veel minder lesuren worden ingeroosterd dan hun maximale lestaak, terwijl bovenbouwleerkrachten juist veel méér lesuren worden ingeroosterd dan hun maximale lestaak.
Op zulke scholen wordt niet alleen veel formatie verspild*, maar is ook de taakverdeling tussen onder- en bovenbouwleerkrachten bepaald niet gelijk!
Lees hier meer over die misaanpassing.
Behalve bovengenoemde misaanpassing is er nog een ander bezwaar. Bij leerkrachten die een verlof opnemen, zul je merken dat wanneer elke dag voor 8 uur telt, niemand verlof zal willen opnemen op een korte lesdag wanneer je – letterlijk – voor hetzelfde geld ook een lange lesdag kunt opnemen. Omgekeerd zal natuurlijk iedereen liever op de korte lesdag lesgeven dan op alleen maar lange lesdagen.
Het argument van de gelegenheid die de woensdagmiddag biedt voor deelname aan allerlei activiteiten op de woensdagmiddag snijdt geen hout.
Wanneer de school elke dag rond 14:30 uur uitgaat, is er voor de kinderen juist méér gelegenheid tot deelname aan buitenschoolse activiteiten wanneer deze meer over de week verspreid georganiseerd kunnen worden.
En naarmate meer scholen op zo’n rooster overstappen, zullen deze activiteiten vanzelf minder geconcentreerd op de woensdagmiddag blijven.
We hebben nu alle vakanties en vrije dagen ingevuld en zijn daarbij van het ‘onvoordeligste’ schooljaar uitgegaan.
Boven rubriek A en in rubriek E zie je nu de gerealiseerde netto onderwijstijd op basis van je huidige schooltijden.
Met dit lesrooster kun je er dan op rekenen dat je elk jaar een voldoende aantal marge-uren overhoudt. Maar omdat we zijn uitgegaan van het ‘onvoordeligste’ jaar, zul je in de meeste jaren wat méér marge-uren overhouden dan het hierboven minimaal berekende, want sommige feestdagen kunnen in vakanties vallen en 29 (schrikkeljaar) en 30 september kunnen op lesdagen vallen.
Bij een gelijkblijvend les- en vakantierooster, zal de gerealiseerde onderwijstijd dus elk schooljaar enigszins variëren. Door het extra inroosteren van enkele vrije dagen kan ook in ‘voordelige’ schooljaren de netto lestijd rond de 945 uur gehouden worden.