In bovenstaand voorbeeld neemt een voltijder na drie jaar sparen het volledige saldo op. Tezamen met de PDI-uren van het vierde schooljaar zijn er nu 492 PDI-uren beschikbaar. Wanneer nu net als in voorgaande jaren weer 940 lesuren worden ingeroosterd, worden er in totaal 149* arbeidsuren teveel berekend. Dit aantal uren verschijnt dan als negatief resultaat voor de overige taken. Om dit te corrigeren en om nog een aantal overige uren voor noodzakelijke taken als het bijwonen van vergaderingen en studiedagen over te houden, zullen er een paar lesdagdelen moeten worden uitgeroosterd van lesuren.
Wanneer het hierbij niet om afwijkende lestijden gaat, maar om héle dagdelen, rooster je deze niet uit in A op het teamlidblad, maar klik je deze dagdelen uit op het invoerformulier van het formatieoverzicht. Voordeel van deze werkwijze is dat nu ook op het formatieoverzicht de uitgeroosterde dagdelen zichtbaar zijn.
In bovenstaand voorbeeld zijn nu op het invoerformulier de donderdag- en vrijdagmiddag als ambulant aangemerkt, zodat er nog 69 uur overblijft voor de overige taken.
Het nieuwe spaarsaldo aan het eind van dit schooljaar wordt na invulling van inleg of opname automatisch berekend en is ook zichtbaar op het formatieoverzicht. Wanneer een nieuwe planner in gebruik wordt genomen, wordt dit saldo bij het importeren van de oude teamgegevens automatisch overgenomen en ingevuld in rubriek K. Dit wordt voor het eerst mogelijk m.i.v. de planner voor het schooljaar 2027/2028. In de planner 2026/2027 moet een eventueel al bestaand spaarsaldo dus éénmalig handmatig worden ingevuld in rubriek K.
In bovenstaand voorbeeld is deze OOP’er zonder lesondersteunende taken aanvankelijk volgens inroosterwijze twee 916 uur ingeroosterd voor de werkzaamheden en blijven er 74 uur oningeroosterd over voor de PDI-uren waarvan de activiteiten buiten de werkuren om op eigen tijd en plaats worden verricht.
Dezelfde OOP’er spaart nu het PDI-budget van 74 uur. Het PDI-budget maakt nu geen deel meer uit van de jaartaak, zodat nu de volledige arbeidsduur van 990 uur in werkzaamheden moet worden ingeroosterd. Om hier op uit te komen, zijn in bovenstaand voorbeeld wekelijks 24:20 uur ingeroosterd; iets langer* dan de aanstellingsuren dus. Om de berekening precies te laten uitkomen is in rubriek F ter correctie nog 1 uur ingeroosterd. Beperking van de wekelijkse arbeidsduur tot 24 uur, kan alleen door extra werkuren in de schoolvakanties in te roosteren.
Na drie spaarjaren wordt in het vierde jaar het spaarsaldo van 222 uur ingezet (zie rubriek L), zodat met het budget van het vierde jaar 296 uur beschikbaar is. Deze 296 PDI-uren worden buiten de werkdagen naar eigen inzicht en plaats ingevuld, zodat er voor de werkzaamheden nog 694 uur kunnen worden ingeroosterd in A. Omdat in dit voorbeeld het aantal werkuren na verkleining van het aantal ingeroosterde uren in A precies op 694 uitkwam, behoefden er in rubriek E of F ter correctie geen uren meer in- of uitgeroosterd te worden.
Een PDI-opname na drie jaar sparen leidt dus bij zowel het OP als OOP vrijwel altijd tot een vermindering van de lestaak, resp. het aantal in te roosteren uren voor de werkzaamheden.